Corona, kerkrecht en kerknoodrecht

Mag er nog worden gezongen in een kerk? Mogen groepen van vijf personen of meer bij elkaar komen voor Bijbelstudie? Hoe kunnen kerkgenootschappen rechtsgeldig besluiten nemen ondanks de coronabeperkingen? Kerkrechtadvocaat Teunis van Kooten krijgt te maken met vragen die vóór de coronacrisis bijna ondenkbaar waren.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Corona, kerkrecht en kerknoodrecht
Mr.dr. Teunis van Kooten (foto: Anna van Kooten)

‘Ons kantoor is gespecialiseerd in religie, kerk en recht. Het gaat dan meestal om advisering en soms ook oprichting van kerkgenootschappen en andere kerkelijke rechtspersonen. Daarnaast gaat het om rechtsbijstand bij in interne kerkelijke procedures of bij de overheidsrechter. Hierbij kan worden gedacht aan rechtspositionele conflicten over predikanten, priesters en andere werkers in de kerk zoals schorsing en ontslag of losmaking en tuchtkwesties. Verder spelen ook geschillen over sluiting van kerkgebouwen of kerkelijk beleid zoals kerkfusie en splitsing. Ik ben daarnaast op dit rechtsgebied gepromoveerd op een dissertatie getiteld Het kerkgenootschap in de neutrale staat en actief als docent en onderzoeker en verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Kinderen lesgeven

In de eerste lockdown moest veel thuis worden gewerkt. Dat was nogal schipperen tussen enerzijds hulp bij onderwijs voor de kinderen en anderzijds het werk; in de praktijk betekende dit dat tijdens schooltijden ruimte moest worden gemaakt voor het eerste en pas in de avonduren kon worden doorgewerkt. Een aardige bijkomstigheid was de mogelijkheid om de kinderen ook zélf les te geven over thema’s als ‘Hoe wordt een wet gemaakt’ en ‘waarom is er geloofsvrijheid?’

Uitzoekwerk

De coronacrisis heeft ook gevolgen voor religieuze gemeenschappen. Toen in maart de crisis uitbrak, greep dat diep in in het kerkelijk leven. Het leverde voor ons kantoor in korte tijd veel vragen en extra werk op. Bij sommige kerken begon het met de vraag of zij op zondag nog wel kerkdiensten mochten beleggen. Er was toen namelijk veel onduidelijk en de acute en centrale vraag was of er wel een wettelijke basis was voor de overheid om kerkdiensten aan banden te leggen. Dat vereiste nogal wat uitzoekwerk in wetgeving waarop de coronavoorschriften werden gebaseerd. Naderhand bleek dat die wettelijke basis ontbrak en dat is later ook door de regering erkend.

Erediensten en overheidsbemoeienis?

Vanwege de scheiding van kerk en staat hebben religieuze gemeenschappen een uitzonderingspositie in de wetgeving. Zo is de overheid in de regel niet bevoegd om het recht op het houden van erediensten te beperken binnen bijvoorbeeld kerkgebouwen. Daarvoor is namelijk een wet in formele zin nodig. In deze crisis werd dat aanvankelijk niet altijd goed onderkend. Overigens houden kerken zich op vrijwillige basis aan de overheidsvoorschriften en is wettelijk ingrijpen niet nodig.

Maar er blijven nog wel vragen openstaan. Zo kwam bij ons de vraag binnen hoe moet worden omgegaan met zogenoemde kringen waarbij groepjes mensen van – in normale omstandigheden – vijf tot tien personen doordeweeks bij iemand thuis een Bijbelstudie of een viering houden. Valt deze samenkomst onder de eredienstuitzondering of is dan de regel van maximaal drie bezoekers thuis van toepassing? Het beste is om in dit soort situaties niet de grenzen op te zoeken…

Kerkelijk noodrecht

Naast de kerk-staatverhoudingen spelen er in deze coronatijden ook nog tal van interne kwesties binnen kerken: het gaat dan om het kerkrecht binnen specifiek kerkgenootschappen. Daar waar de overheid in april een wettelijke regeling heeft gegeven die besluitvorming buiten een fysieke vergadering, zoals langs digitale weg, mogelijk maakt voor onder meer verenigingen en stichtingen, geldt die wet niet automatisch ook voor kerkgenootschappen. Ook binnen het rechtspersonenrecht is namelijk sprake van een wettelijke uitzonderingspositie voor kerkgenootschappen. De vraag die bij ons kantoor binnenkwam was hoe kerkgenootschappen dan toch rechtsgeldig besluiten konden nemen ondanks de coronabeperkingen. Hierbij speelt ook een rol dat in kerkelijke vergaderingen het fysieke onderling overleg een wezenlijk en theologisch gefundeerd element is om te komen tot besluitvorming.

Het was daarbij zoeken naar aanknopingspunten in zowel het burgerlijk recht en ook het kerkelijk recht. Zo konden de voorschriften uit de noodwet soms overeenkomstig worden toegepast. Ook grepen kerken soms terug op oud kerkelijk noodrecht: het ging dan om toepassing van een kerkrechtelijke bepaling die naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog in kerkordes was opgenomen. Als namelijk ‘buitengewone omstandigheden van land en volk het normaal functioneren van het leven van de kerk onmogelijk maken’, mogen kerkelijke organen maatregelen treffen die afwijken van het reguliere kerkrecht. Hierdoor werd het kerkjuridisch mogelijk om – naast het digitaal vergaderen – ook digitaal kerkdiensten te houden.

Procesrecht

Ook het kerkelijk procesrecht – verschillende kerkgenootschappen kennen vormen van interne geschillenbeslechting – werd tijdelijk aangepast. Zo werden ook hier zittingen soms digitaal of niet gehouden, ook al schrijft het kerkelijk statuut een zitting in fysieke vorm voor. In de praktijk blijkt dat een formele opstelling eerder irritatie zou oproepen; onder verwijzing naar de crisissituatie worden dergelijke afwijkingen van het kerkelijk procesrecht door kerkelijke rechtsprekers geaccepteerd.

Sacramenten

De coronacrisis was en is echter nog wel het meest zichtbaar in de wekelijkse kerkdiensten. Samen zingen, wat voor veel kerkleden een primaire geloofsuiting en behoefte is, mag in veel kerken nog steeds niet en veel kerken ogen, vanwege het gehanteerde maximumaantal kerkgangers, bijna leeg. Ook de bediening van sacramenten levert problemen op vanwege de anderhalvemetersamenleving: zo werd de Doop meestal bediend door besprenkeling met water op het voorhoofd. Dat impliceert fysiek contact tussen de kerkelijk ambtsdrager en de dopeling. Bij het Avondmaal of Eucharistie is sprake van het uitdelen van brood of hostie en wijn waardoor de kerkelijk ambtsdrager en het ontvangend kerklid elkaar tegenwoordig te nabij zouden komen. Hiervoor zijn praktische oplossingen gevonden zoals het dopen met een pollepel, al dan niet bevestigd aan een stok, of het uitreiken van brood of de hostie met een tang en de wijn in kleine bekertjes.

Kerkjuridische basis

Al met al hebben kerken door toepassing van kerkelijk noodrecht en het vinden van praktische oplossingen wel wegen gevonden om de coronacrisis door te komen. Inmiddels wordt steeds vaker de vraag gesteld of – net als eerder bij de overheid – de van de kerkelijke regelgeving afwijkende maatregelen inmiddels moeten worden voorzien van een deugdelijker kerkjuridische basis. Die ontbreekt namelijk in veel gevallen nog steeds.’

Bekijk alle afleveringen van de rubriek Coronarecht.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top