De grondwettelijke scheiding van machten in verhouding tot de rechtsstaat.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

De laatste tijd hoort men veelvuldig praten over de rechtsstaat, zowel op de radio als de t.v. alsmede in kranten. Het verbaast mij altijd dat iedereen schijnt te weten wat het begrip rechtsstaat inhoudt, want het wordt nimmer uitgelegd. Volgens mij houdt het begrip rechtsstaat in dat ook de Staat – en niet alleen de burgers daarvan – aan het recht gebonden is. Anders gezegd: De Staat kan het recht niet aan de laars lappen.

Om de rechtsstaat in leven te houden hebben wij een scheiding van de drie staatsmachten, die geacht worden elkaar in evenwicht te houden en te controleren. Die drie machten zijn de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Die laatste macht wordt geacht onafhankelijk te functioneren van de andere 2 machten en meer in het bijzonder van de uitvoerende macht.

De laatste jaren begint eindelijk het besef in de nationale rechtspraak door te dringen dat als art. 6 EVRM is geschonden, recht bestaat voor de aldus gelaedeerde burger, op smartengeld c.q. een immateriële schadevergoeding.

Voorzover ik heb begrepen is men doende in een wetsontwerp deze materie te regelen, althans voor wat betreft de overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM.

De Raad voor de Rechtspraak – bestaat sinds 2002 – die o.m. namens de rechtsprekende macht onderhandelt met het Ministerie van Justitie en de kwaliteit van de rechtspraak bevordert, heeft ook een adviserende taak ten aanzien van wetgeving en heeft een aantal bedenkingen geuit ten aanzien van dit wetsontwerp in een brief van 13 augustus 2011 aan de toenmalige minister van Justitie de heer Hirsch Ballin. Ik moet bekennen dat het mij wat deed denken aan de afdeling Contentieux van de Raad van State, die godlof inmiddels is verdwenen en aan het Procolarrest.

In de rechtspraktijk zie ik evenwel thans gebeuren dat in zaken waarin de redelijke termijn ex art. 6 EVRM is overschreden en de burger deswege een schadevergoeding vordert, in bestuursrechtelijke zaken waarin de procedure is heropend om te komen tot de vaststelling van een schadevergoeding, de Raad voor de Rechtspraak optreedt als gemachtigde voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Als vroeger diende te worden onderhandeld over dit onderwerp trad als gemachtigde de landsadvocaat. Zo hoort het ook. Dat een onderdeel van de rechterlijke macht optreedt als gemachtigde voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid is bedenkelijk. Het is bedenkelijk gezien het grondwettelijke uitgangspunt van scheiding van machten, het handhaven van de rechtsstaat en het vermijden van de schijn van partijdigheid.

Amsterdam, 21 maart 2011
mr. Miriam van Aller.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top