Straf(proces)recht

De witwaswedloop

Op 1 januari 2017 (Stb. 2016, 313 en 378) is het wetboek uitgebreid met art. 420bis lid 1 en 420quater lid 1 Sr, waarin het nieuwe ‘eenvoudig witwassen’ strafbaar wordt gesteld. Deze wetgeving vormt een directe reactie van de wetgever op de inmiddels vaste rechtspraak dat de verdachte die flinke winst heeft behaald met eigen misdrijven maar dat geld slechts in zijn kluis of op zijn nachtkastje heeft liggen, naast het gronddelict niet ook nog eens veroordeeld kan worden voor het opzettelijk witwassen van die verdiensten als hij verder niets met dat geld heeft gedaan. De jurisprudentie ten aanzien van deze kwalificatie-uitsluitingsgrond past in de lijn die de Hoge Raad al langer voorstaat: een verdachte is niet zomaar ‘dubbel strafbaar’. Volgens de minister is het strafbaar stellen van eenvoudig witwassen – witwassen dat enkel bestaat uit het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf – echter noodzakelijk, omdat verbeurdverklaring van criminele winst bij een ontslag van alle rechtsvervolging niet mogelijk is en justitie zo geld misloopt (zie Kamerstukken II 2015/16, 34294, nr. 3).

Zo ontspint zich een kat- en muisspel tussen de Hoge Raad en de wetgever. De minister creëert een nieuwe bepaling die expliciet strafbaar stelt wat de rechter geacht wordt weg te strepen indien het gronddelict en het witwassen beide op de tenlastelegging staan en de verdachte ten aanzien van die winst niets bijzonders heeft gedaan. De Hoge Raad op zijn beurt geeft vooruitlopend op de nieuwe strafbaarstelling in het overzichtsarrest van 13 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2842) alvast aan dat de rechter eigenlijk niet van de ingeslagen weg hoeft terug te keren. De wetgever zou namelijk wel degelijk tot doel hebben de dubbele strafbaarheid te voorkomen en juist hebben willen repareren dat de verdachte in het geval de rechter hem vrijspreekt voor het gronddelict, ook met de criminele winst ervandoor zou gaan. De Hoge Raad ziet in dat verband vooral een taak voor het Openbaar Ministerie: op de juiste wijze (alternatief!) ten laste gelegd, gaat de verdachte toch wel voor de bijl. Het lijkt erop dat de Hoge Raad de wetgever daarmee voorhoudt dat strafbaarstelling van eenvoudig witwassen eigenlijk overbodig is.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten en research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Recente vacatures

Recente vacatures