Eerst ik!

Delen:

Wellicht het schokkendst bericht dat het nieuws de laatste tijd niet heeft gehaald is dat in Nederland de doodstraf opnieuw wordt ingevoerd, en wel bij wet, met terugwerkende kracht. Tenminste, volgens Bastiaan van der Velden, niet onbekend in de juridische en literaire wereld en nu verbonden aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Wat is volgens hem het geval? Bonaire, Saba en St. Eustatius worden gemeenten van Nederland. Om het niet te moeilijk te maken blijft de Antilliaanse wetgeving nog een tijdje gehandhaafd. In het Antilliaanse wetboek van strafrecht, indertijd gebaseerd op oude Nederlandse strafwetgeving, is bepaald dat heulen met de vijand om een oorlog tegen de Antillen te beginnen wordt bestraft met de dood, en wel op de volgende wijze.

De doodstraf wordt door de scherprechter uitgevoerd op een schavot, door den veroordeelde met een strop om den hals aan enen galg vast te maken en een luik onder zijne voeten te doen wegvallen.

De kans dat het er nog van komt lijkt niet groot. Maar toch. Verdragsrechtelijk en anderszins kan deze herinvoering van de doodstraf alsnog problemen opleveren. Hoe graag je die doodstraf soms toch geëxecuteerd zou willen zien.

Bijvoorbeeld tegen Ferdi E., de ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn. Hij was al weer een tijdje vrij, toen hij kennelijk zelfs op de fiets vond dat hij voorrang had op de rest van de wereld: “Eerst ik”. Hier schoot de Here ons te hulp. Gods eigen graafmachine maakte aan het ongeluk van Ferdi E. een einde.

In het verkeer gebeuren wel meer bijzondere dingen. Strafadvocaat Plasman vertelde daarover nog niet zo lang geleden in Het Parool het volgende. Een man wordt verdacht van poging tot doodslag op parkeerwachten in Amsterdam. Hij zou een stopteken hebben genegeerd, ondanks pogingen hem tegen te houden. “Hij woonde om de hoek” en ook door hem werd niet betwist dat hij geen zin had om niet voor de deur aan de Weteringschans te kunnen parkeren. Dus reed hij door. Wél ontkende hij dat hij de parkeerwachten in gevaar zou hebben gebracht.

Maar ja, zo’n strafvervolging, dat is toch vervelend. Dus vraagt Plasman aan deze klant: – Waren er andere getuigen dan de parkeerwachten en u zelf? – Jazeker, mijn vrouw zat naast mij en trouwens die is officier van justitie. – Dat is pas een betrouwbare getuige! Wat heeft zij gezien? – Dat de parkeerwachten ver genoeg van de doorrijdende auto waren verwijderd om geen enkel gevaar te lopen. – Bingo, riposteerde Plasman, daar hebben wij wat aan. Welke rechter gelooft nu eerder twee parkeerwachters dan een officier van justitie? Ter zitting duurde het dan ook niet lang. De parkeerwachten wisten het na al die tijd niet precies meer en tegen de getuigenis van een magistraat is natuurlijk niet veel te beginnen. Dit alles natuurlijk volgens Plasman in de krant.

In functie moeten officieren van justitie zonder meer op hun woord kunnen worden geloofd. Of zij ook dan altijd de waarheid spreken is vers twee. Een aantal geruchtmakende zaken zou ook anders kunnen doen denken. De Schiedammer parkmoord en andere zaken doen denken dat het keurcorps niet in zijn eerste leugen is gestikt. Plasmans inzet was niet onbegrijpelijk. De schijn van betrouwbaarheid van een magistraat kwam zijn cliënt goed uit. Maar hoe komt de Amsterdamse rechter er bij om aan de woorden van een officier van justitie buiten functie meer geloof te hechten dan aan die van twee parkeerwachters? Alleen al fatsoenshalve had zij over haar ambt moeten zwijgen of zich zelfs moeten verschonen. De uitkomst lijkt niet veel meer dan bewijsrechtelijke klassenjustitie, hoezeer ook bij twijfel vrijspraak moet volgen.

Bovendien: hoe begon het nu eigenlijk allemaal? Die parkeerwachten stonden natuurlijk in de weg. We wilden met de boodschapjes naar huis en dat zou gebeuren ook. Gezag geldt alleen als dat goed uitkomt, verder geldt het recht van de grootste bek, officier van justitie of niet. Ook in de rechtszaal, waar “de magistraat” “de ware toedracht” mocht vertellen, ten koste van de “leugenachtige” parkeerwachten. Als zelfs het parket meedoet met deze narcistische hufterigheid zijn we wel een eindje heen.

Inside and outside the court, judges must act in a manner that preserves public confidence in them. They must understand that judging is not merely a job but a way of life.

Zo citeerde Buruma Aharon Barak, eertijds Israels opperrechter (in NJB, 12 juni jl.). Officieren van justitie zijn geen rechters, al denken zij daar zelf wel anders over. Maar toch. De sfeer van het Weteringschans-incident is niet die van een magistratelijke levensstijl. Dit “Ik eerst” is geen lichtjaren verwijderd van Ferdi E.’s onvoorwaardelijke voorrang op andermans leven en dood. Lees Paul Schnabels genadeloze kritiek in NRC Handelsblad van 18 juli jl.: “Nederlanders maken zich vooral druk om het asociale gedrag van anderen. Zelfkritiek is er niet. Daar zijn we veel te bijzonder voor.” De Duitser Christoph Driessen deed er nog een beschamend schepje bovenop (in NRC Handelsblad van 1 augustus jl.): “Beleefdheid is de meeste Nederlanders totaal vreemd. Sinds de jaren 60 zijn waarden als respect, consideratie en zelfbeheersing over de gehele linie in diskrediet geraakt.”

Een kern van het probleem is de verplaatsing van de discussie uit de sfeer van de zaken zelf naar de personen van de participanten. In de zaak van de gepasseerde parkeerwachten aan de Weteringschans ging het niet om de vraag wat was gebeurd, maar om de winst, zowel tijdens het incident als na afloop voor de rechter. Het ging om geloofwaardigheid van de hoofdrolspelers en al lang niet meer om de zaak zelf. Hetzelfde lijkt te gebeuren in het strafrechtswetenschappelijk verkeer. Marc Loth opende de aanval op De slapende rechter en verwijt auteurs Wagenaar, Van Koppen en Israels “dat zij van het strafrecht geen verstand hebben”. Intussen lijkt hij hun kritiek op strafrechterlijke feitenvaststelling niet te begrijpen (zie ook de replieken op zijn stuk, in NJB van 12 juni jl.). Zo wekt hij de indruk meer bezig te zijn met aanvallen op personen – en verdediging van het aanzien van de gangbare strafrechtspleging – dan met de zaak zelf.

Ook in andere zin is Loths betoog meer ad hominem dan ad rem. Volgens hem is de strafrechter afhankelijk van de inbreng van “partijen” (sic) en andere betrokkenen bij het strafproces. Zo wordt strafvorderlijke feitenvaststelling inderdaad een kwestie van overtuigingskracht van betrokkenen meeer dan van historische waarheidsvinding. Wie het beste verhaal weet te vertellen, die wint, vindt ook Loth. Hij vergeet dat Crombag c.s. hun bekende theorie van verhaal en verankering in de eerste plaats kritisch bedoelden. De geloofwaardigheid van verhalen heeft met hun werkelijkheidsgetrouwheid weinig te maken en verankeringen zoals dat agenten van politie de waarheid spreken zijn feilbaar.

We moeten terug naar een zakelijke discussie en terug naar de feiten. Dat geldt ook voor de gedachtewisseling over de bijdrage van deskundigen aan strafvorderlijke waarheidsvinding. Vaak hebben die deskundigen gelijk. Toch draven ook zij wel eens door, bijvoorbeeld tegen Tineke Cleiren. Zij stelde dat de strafrechter moet uitgaan van de telastelegging en niet zomaar op zoek moet gaan naar wat is gebeurd. Wagenaar c.s. leiden daaruit af dat Cleiren in historische waarheid niet is geïnteresseerd. Maar dat is een vals contrast. Zonder specifieke telastelegging is er geen eerlijk proces. Tegen te vage beschuldigingen kan niemand zich verweren. Maar wettig én overtuigend bewijs van enige telastelegging vooronderstelt onderzoek naar de historische werkelijkheid van het geval. Dat werd door Cleiren ook niet ontkend.

Zonder feiten geen recht en dat vooronderstelt argumentatie ad rem en niet ad hominem. Dat hoort te gelden voor de strafrechtspleging en voor het wetenschappelijk debat er over. Zonder recht geen feiten, zonder fatsoen evenmin. Dat geldt ook voor het (maatschappelijk) verkeer. En de doodstraf? Die laten we ondanks alle verontwaardiging voorlopig toch maar op de Antillen.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven