‘Er is altijd wat in de zorg’

Nee, hun werk is niet heel erg veranderd door de coronacrisis, vertellen gezondheidsrechtadvocaten Mieke de Die (Velink & De Die Advocaten) en Simone Koelewijn (Nysingh advocaten en notarissen) in de rubriek Senior/junior in het nieuwe nummer van Mr. “Je zou denken dat in onze praktijk tegenwoordig alles om corona draait. We krijgen wel regelmatig coronagerelateerde vragen, maar verder is het eigenlijk business as usual.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Er is altijd wat in de zorg
Mieke de Die en Simone Koelewijn (foto: Geert Snoeijer)

Kun je een patiënt verplichten een mondkapje op te zetten? Is het slim om gebruik te maken van de continuïteitstoeslag voor zorginstellingen? Met dat soort vragen worden gezondheidsadvocaten sinds maart dit jaar regelmatig gebeld. Simone Koelewijn: “Vooral tijdens de eerste golf wilden cliënten graag een antwoord op allerlei praktische vragen. Maar inhoudelijk is ons werk niet veranderd de afgelopen tijd.” Mieke de Die: “Ik verwacht wel dat als corona eenmaal voorbij is, er veranderingen in de organisatie van de zorg gaan komen. En dat zal dan zeker invloed hebben op onze praktijk. Zo krijg je waarschijnlijk veel meer zorg online. Hoe doe je dat medisch inhoudelijk veilig, hoe zorg je dat mensen dezelfde zorg krijgen als in de spreekkamer? Hoe zit het met de privacy? Dat moet allemaal geregeld worden.”

Zorg als rode draad

Wat de laatste tijd wél anders is, is dat De Die en Koelewijn nauwelijks meer in ziekenhuizen en zorginstellingen − waar veel van hun cliënten werken − komen. Normaal gaan ze daar regelmatig heen voor overleg. De Die: “Ik kom er eigenlijk vaker dan in de rechtszaal.” Ze voelt zich wel thuis in een medische omgeving – geen wonder, want ze is ooit begonnen als verpleegkundige. “Als klein meisje wilde ik altijd zuster worden. Maar toen ik eenmaal in de verpleging in het ziekenhuis werkte, zag ik me dat niet m’n hele leven doen. Het leek me te weinig uitdagend.” Een begeesterde docent gezondheidsrecht, van wie ze les kreeg tijdens haar tweede opleiding (tot psychiatrisch verpleegkundige), zette haar op het spoor van het gezondheidsrecht. Naast haar werk in de GGZ ging De Die rechten studeren, aan de Universiteit van Amsterdam.

Toen ze was afgestudeerd ging ze aan de slag bij de Raad voor de volksgezondheid, daarna bij de Inspectie voor de gezondheidszorg. Eerst als inspecteur, later als stafjurist. “Maar op het moment dat zaken echt interessant werden, gingen ze naar de landsadvocaat. Dus toen daar op een gegeven moment een vacature kwam bij de sectie zorg heb ik gesolliciteerd. Zodoende begon ik op mijn 39e als advocaat.”

Na tien jaar bij Pels Rijcken begon ze met een oud-collega een eigen gezondheidsrechtkantoor in Amsterdam: Velink & De Die. Het ondernemerschap bevalt haar uitstekend, al betekent het ook dat je soms zelf processtukken in negenvoud staat te kopiëren (“zo ouderwets dat dat nog steeds moet”) of prullenbakken staat uit te soppen in geval van een fruitvliegjesplaag. “Dan mopper ik even, maar het hoort er bij. En het zijn momenten waarop je goed kunt nadenken.”

Uitpluizen

Ook Koelewijn ging na de middelbare school aanvankelijk een andere richting uit: ze begon met een opleiding journalistiek. “Ik ben nieuwsgierig en dingen uitzoeken doe ik graag, maar mensen lastigvallen vond ik minder geslaagd. Bij een opdracht over ouderschapsverlof  verloor ik me helemaal in het uitpluizen van het juridische systeem erachter. Dat was niet de bedoeling, maar bracht mij wel op de gedachte dat ik liever de juridische kant op wilde.” Na een jaar hbo-rechten stapte ze over naar de Universiteit Utrecht. Ze deed een master aansprakelijkheidsrecht en daarna een master gezondheidsrecht aan de UvA. Vorig jaar november begon Koelewijn bij Nysingh in Utrecht op de sectie gezondheidsrecht. Daarvoor was ze een tijdje juridisch medewerker op het kantoor van De Die.

Medische hulpmiddelen

Gezondheidsrecht valt niet goed in te delen in de klassieke rechtsgebieden, het is van alles wat: civiel recht, maar er komt ook bestuurs- en strafrecht bij kijken. Het gaat over rechten (en plichten) van patiënt en hulpverlener, over de kwaliteit van de zorg, aansprakelijkheid, de inrichting van het zorgstelsel en samenwerking tussen zorgprofessionals. Het is een rechtsgebied dat voortdurend in ontwikkeling is. Volgens De Die en Koelewijn gaat er de komende jaren veel gebeuren op het gebied van medische hulpmiddelen. De Die verwacht ook dat de financiering van de zorg zal veranderen. “Ik weet niet of de scheiding tussen de kortetermijnzorg en de langdurige zorg zoals we die nu kennen op den duur houdbaar is. Volgens mij ontkom je er niet aan om de regelgeving zo aan te passen dat er flexibeler mogelijkheden komen om de zorg te organiseren en te betalen. Als je nou eens één financieringswet zou hebben om dat allemaal te regelen, zou dat een hoop discussies en bureaucratie schelen.”

De cliënten van De Die en Koelewijn zijn voornamelijk zorgaanbieders: instellingen, maatschappen en coöperaties van specialisten, individuele artsen en hulpverleners. Nysingh richt zich wat meer op ziekenhuizen, Velink & De Die wat meer op specialisten en organisaties van specialisten. De Die: “Wij hebben toen we begonnen bewust de keuze gemaakt om geen patiënten bij te staan. Dat is wel zo duidelijk voor cliënten.”

De Die behandelt veel tuchtzaken en geschillen tussen medisch specialisten onderling. Ze krijgt ook veel vraagstukken rond disfunctioneren van artsen voorgelegd. Koelewijn adviseert onder meer over privacy en het beroepsgeheim, samenwerkingsverbanden, tuchtrecht en zorginkoop.

Kers op de taart

De Die doet regelmatig zaken die de media halen. Zo trad ze in de abortuspilzaak op voor Women on Waves en het Bureau Clara Wichmann (ECLI:NL: GHDHA: 2019:211). Ook was ze betrokken bij de euthanasiezaak waarin de Hoge Raad bepaalde dat een arts een schriftelijk verzoek tot het verlenen van euthanasie bij mensen met vergevorderde dementie mag inwilligen (ECLI:NL:HR:2020:712 en 713). Daarbij moet dan wel worden voldaan aan alle eisen die de wet aan euthanasie stelt, zoals de eis dat sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. “Ik doe geen strafzaken en heb deze zaak als tweede advocaat gedaan, samen met Robert-Jan van Eenennaam. Bij de tuchtzaak over deze kwestie was het andersom, toen was hij mijn sidekick. Zo’n zaak samen doen en allebei vanuit je eigen deskundigheid bekijken biedt echt toegevoegde waarde”, aldus De Die. “Voor de betrokken verpleeghuisarts was het natuurlijk verschrikkelijk om vijf jaar in zo’n zaak te zitten, maar als jurist is het wel een kers op de taart.”

Goede intenties

Een van de aantrekkelijke kanten van het gezondheidsrecht vinden De Die en Koelewijn dat het zo breed en daardoor gevarieerd is. De Die: “Wat mij ook aanspreekt is dat wat je doet altijd relevant is voor degene die het aangaat en indirect of direct ook voor de patiënt. Artsen en andere hulpverleners zijn zo verbonden met hun vak dat dat een extra dimensie geeft. Het zijn meer dan alleen maar zakelijke dossiers die je behandelt. Er zit ook een menselijk en een maatschappelijk aspect aan. Zorg is een onderwerp dat de politieke aandacht heeft. Er is altijd wat.” Koelewijn vult aan: “Het is heel dynamisch, er zijn constant nieuwe ontwikkelingen. Zorg leeft gewoon. Door corona voelen mensen zich ook meer betrokken bij het onderwerp. En wat ik fijn vind is om aan de kant te staan van iemand die vanuit zijn professie goed heeft willen handelen. Er kan eens een foutje doorheen glippen en dan heb je een procedure of tuchtklacht, maar de intenties zijn altijd goed.” De Die: “Stoethaspels die maar wat doen heb je bijna nooit. Wel eens mensen die lijden aan gebrek aan zelfinzicht of zelfreflectie, waardoor dingen niet goed gaan. Maar bewust aanklooien komt zelden voor.”

Creativiteit

Wat De Die erg leuk vindt aan de advocatuur is de creativiteit die je erin kwijt kunt. “Je hebt natuurlijk het wettelijk kader – zo’n 25 wetten op het gebied van zorg en daarnaast het algemeen bestuurs- en civiel recht − maar daarbinnen kun je als advocaat dingen op verschillende manieren oplossen, of iets nieuws verzinnen. Als rechter is dat anders, dan heb je te maken met wat je voorgelegd wordt.” Koelewijn: “In de studie leer je: dit zijn de regels, zo zit het. Maar in de praktijk moet je die ombuigen naar iets waar de cliënt wat aan heeft, die zit niet te wachten op een juridisch exposé. Zit er een maas in de wet, gebruik je artikel zus in een bepaalde zaak, of juist artikel zo? En dan moet je het ook nog tactisch bekijken. Leuk en spannend om te doen!”

Volgens De Die is het goed om je in je beginjaren als advocaat zo breed mogelijk te oriënteren. “Dat zou ik Simone en andere jonge advocaten willen meegeven. Het is heel leerzaam om te zien dat verschillende mensen hetzelfde onderwerp op een totaal andere manier aanvliegen. In het begin is dat verwarrend, maar na een tijd denk je: o, dit kun je dus van drie kanten benaderen. Dan ontwikkel je je eigen stijl. Door veel verschillende dingen te doen bouw je op een gegeven moment dat fingerspitzengefühl op: dit klopt wel of dit klopt niet.”

Klein wereldje

Ze zijn elkaar nog niet in de rechtszaal tegengekomen. Koelewijn: “Maar dat gaat ongetwijfeld gebeuren, het gezondheidsrecht is een klein wereldje.” De Die, lachend: “En dan denken we vast allebei: o jee.”

 

Mieke de Die (1961) studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Ze deed dat naast haar werk als verpleegkundige. Na haar afstuderen in 1994 werd ze juridisch beleidsmedewerker bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Naar een jaar stapte ze over naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In 2000 begon ze als advocaat bij Pels Rijcken in de sectie gezondheidszorg. In 2011 was ze medeoprichter van Velink & De Die Advocaten in Amsterdam.
De Die werd in 2017 door Zorgvisie uitgeroepen tot beste gezondheidsrechtadvocaat. Ze is bestuurslid van de Vereniging voor Gezondheidsrecht, spreekt regelmatig op congressen en geeft cursussen op het gebied van gezondheidsrecht.

Simone Koelewijn (1994) studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en deed de master gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar studie liep ze diverse student-stages bij advocatenkantoren. Ook was ze student-assistent in Utrecht en buitengriffier bij de sectie familierecht van de rechtbank Midden-Nederland. Na haar afstuderen was ze eerst juridisch medewerker bij Velink & De Die en vervolgens bij Nysingh advocaten en notarissen. Daar is ze nu advocaat; Koelewijn werd eind januari 2020 beëdigd.

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top