Floris Tan over schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Oekraïne

Mr. van de week is Floris Tan. Donderdag 19 mei promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op het proefschrift ‘The Duty to Investigate in Situations of Armed Conflict’. Hij is als jurist verbonden aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar spreekt hier op persoonlijke titel.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Floris Tan over schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Oekraïne - Mr. online
Floris Tan

Boetsja, Mariopoel, Irpin – de lijst met plaatsen in Oekraïne waar het Russische leger waarschijnlijk oorlogsmisdaden heeft gepleegd is veel langer. Maar Rusland zegt: het internationaal recht verplicht ons niet dit te onderzoeken.
Ongeacht wat Rusland hierover zegt, is het wel degelijk verplicht onderzoek te verrichten. Mijn studie toont aan dat staten ook tijdens gewapende conflicten onderzoek moeten doen naar potentiële schendingen van mensenrechten, en van het humanitair oorlogsrecht.

Op grond van welke regelingen en verdragen moet Rusland dit onderzoek doen?
Het humanitair oorlogsrecht verplicht staten om onderzoek te doen, onder de Verdragen van Genève uit 1949 en de daarbij behorende aanvullende protocollen uit 1977, en onder het internationaal gewoonterecht. Mijn onderzoek laat zien dat staten bovendien niet louter oorlogsmisdrijven hoeven te onderzoeken, maar alle schendingen van het humanitair oorlogsrecht aan onderzoek moeten onderwerpen. Mensenrechtenverdragen verplichten ook tot onderzoek, onder meer onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en het VN-Antifolterverdrag. In dat laatste verdrag is de verplichting tot onderzoek expliciet opgenomen, in de eerdere twee hebben het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het VN-Mensenrechtencomité die verplichting in hun (quasi-)jurisprudentie ontwikkeld.

Kunnen we het Rusland kwalijk nemen dat het dit onderzoek (nu) niet uitvoert? Ze hebben wel iets anders aan hun hoofd.
Jazeker. Het humanitair oorlogsrecht is bedoeld om krijgshandelingen te reguleren, de gevolgen van oorlogsgeweld voor de burgerbevolking te verzachten, en mede daarom verplicht het ertoe dat staten de gevolgen van hun krijgshandelingen goed in het oog houden en schendingen aan de kaak stellen. Mensenrechtenhoven hebben ook specifiek jurisprudentie ontwikkeld in zaken die betrekking hadden op gewapend conflict, en daarin is daarom rekening gehouden met de moeilijke situatie waarin staten opereren. Een niet onbelangrijk aandeel van de jurisprudentie door het EHRM heeft ook betrekking op zaken waarin Rusland werd aangesproken, bijvoorbeeld voor het conflict in Georgië in 2008, en het niet-internationale conflict in Tsjetsjenië. De oorlog is dus zeker geen excuus om geen onderzoek te doen.

Is het niet raar dat het land dat mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht schendt, zélf dit te laten onderzoeken? Dat kan toch beter een onafhankelijke instantie doen?
Een belangrijke hoeksteen van een effectief onderzoek, is dat het onafhankelijk is. Het humanitair oorlogsrecht is hierover overigens iets minder expliciet, maar ontwikkelt zich wel die kant op. Dat betekent dat onderzoekers geen onderdeel mogen uitmaken van de commandostructuur, zelf geen belang mogen hebben bij de uitkomst van het onderzoek, en vrij moeten zijn van ongeoorloofde beïnvloeding. In veel staten wordt daarom onderzoek gedaan door een vorm van militaire politie en gespecialiseerde officieren van justitie. Maar wel door de staat zelf.

Het internationaal recht verplicht er niet toe dat een internationale instantie onderzoek doet. Ook bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof is bedoeld als complementair aan vervolgingen door staten: een zaak is daar pas ontvankelijk als een staat zelf niet bereid of in staat is te onderzoeken en vervolgen. En dat is ook logisch: een straftribunaal met potentieel wereldwijde rechtsmacht kan nooit alle internationale misdrijven berechten. Staten zijn zelf de primaire hoeders van de internationale rechtsorde.

Hier botst weer het recht met de praktijk. Rusland zal eigen militairen niet vervolgen. Wat kunnen we doen tegen zo’n weigering?
De verplichting tot het doen van onderzoek is niet beperkt tot Rusland alleen. Bepaalde schendingen zijn zo ernstig dat ze de internationale gemeenschap als geheel aangaan. Ook andere staten zijn daarom verplicht onderzoek te doen, of mee te werken met het onderzoek door anderen. Met name de staat waartoe de dader behoort, in dit geval Rusland, maar ook de staat van de nationaliteit van slachtoffers en waar het is gebeurd, in dit geval Oekraïne. Op dit moment zijn er ook staten die met Oekraïne samenwerken om onderzoek en vervolging te verwezenlijken, en ook door internationale organisaties zijn er onderzoeksmechanismen ingesteld die aan bewijsgaring doen. Verder is het Internationaal Strafhof intussen bezig bewijs te verzamelen in Oekraïne.

Ook als maar een beperkt aantal daders voor een strafrechter verschijnt, moet niet worden onderschat hoe belangrijk het is boven tafel te krijgen wat er precies is gebeurd. Voor nabestaanden is dat vaak volstrekt onzeker, vaak weten zij niet eens of hun geliefde nog leeft of niet. Ook een vaststelling, bijvoorbeeld door een internationale rechter, dat Rusland als staat het internationale recht heeft geschonden en daarbij vaststelt wat er plaats heeft gevonden in Oekraïne, kan bijdragen aan het recht van nabestaanden te weten wat er is gebeurd, geschiedschrijving, en een vorm van rechtvaardigheid.

Als ik het voor het zeggen had …
Zou ook onder het humanitair oorlogsrecht een internationaal toezichtsmechanisme bestaan waar staten verantwoording moeten afleggen over schendingen van het recht.

Wat is niet over u bekend dat wel interessant is?
Onder mijn vrienden sta ik erom bekend dat ik erg goed één wenkbrauw kan optrekken.

Wie of wat is uw bron van inspiratie?
De komst van mijn dochtertje zeven maanden geleden heeft mij geïnspireerd het manuscript van het proefschrift echt af te maken voordat ze er was. Het is gelukt, de aankondiging van nieuw leven bleek effectiever dan een deadline.

Welk boek las u het laatst?
Het laatste was mijn eigen boek, ter voorbereiding op de verdediging. Ik ben nu bezig in Het huis van de moskee, van Kader Abdolah.

Met welke beroemdheid zou u een gevangeniscel willen delen?
Tja, gezien het onderwerp van dit interview, dan toch maar iemand als Poetin of Assad. Dat zou immers betekenen dat ze, ondanks de beperkingen van het internationale rechtssysteem, toch nog in de cel zijn beland.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top