Geerten Boogaard over lokaal (in)formeren, parende egeltjes en de vrijwillige brandweer

Mr. van de week is Geerten Boogaard, bijzonder hoogleraar Decentrale Overheden aan de Universiteit Leiden. Onlangs werd hij benoemd tot co-informateur in Den Haag om daar de collegebesprekingen te begeleiden.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Boogaard-b303a266
Geerten Boogaard

U bent informateur in Den Haag, eerder was u dat al eens in Zaanstad. Hoe belandt een staatsrechtgeleerde aan de politieke onderhandelingstafel?
In Zaanstad vroeg mijn voorganger op de Thorbecke-leerstoel en in veel opzichten mijn mentor, Job Cohen, mij aan zijn zijde. Daar moesten we een politieke combinatie uit de struiken trekken. En in Den Haag was ik op de radar van Hart voor Den Haag gekomen omdat ik wel eens wat aardigs over de ombudspolitiek van Richard de Mos had geschreven. Zo rolt zo’n balletje. Bij Den Haag waarschuwde iemand mij dat het slecht zou kunnen zijn voor mijn reputatie. Toen kon ik natuurlijk geen nee meer zeggen. De informatieopdracht in Den Haag is overigens in eerste instantie gericht op een verkennend onderzoek naar de vraag of en in welke combinatie zinvol inhoudelijk onderhandeld kan worden door een politieke combinatie waar Hart voor Den Haag deel van uitmaakt. 

Helpt het om een hoogleraar Decentrale Overheden aanwezig te hebben bij de vorming van het bestuur van een decentrale overheid?
Het heeft, zoals bijna alles, voor- en nadelen. Er zijn kwesties waarover ik met enig gezag kan spreken, raadsakkoorden, bijvoorbeeld, of algemene juridische kwesties. Bovendien is het in Den Haag bijzonder belangrijk dat het proces met de nodige zorgvuldigheid wordt doorlopen. En daar heb ik nou net voor doorgeleerd. Maar er zijn ook veel dingen waarover men een hoogleraar niet serieus neemt hoor. Academici worden er permanent van verdacht niet écht te weten ‘hoe het in de praktijk zit’. Dat is niet altijd ten onrechte. 

Waarom zien we eigenlijk steeds vaker informateurs op lokaal (en provinciaal) niveau?
Het is een trend die deels wordt verklaard door de toenemende complexiteit van de collegevorming. Het politieke landschap versplintert, de gemiddelde ervaring in de raad neemt af, de polarisatie neemt toe enzovoort. Dat maakt de puzzel wel steeds ingewikkelder. Maar het is soms ook een overbodige vorm van het imiteren van de politiek in Den Haag. Dan wordt er een heel circus opgetuigd terwijl de kaarten al lang geschud zijn.

Toen de Tweede Kamer de wegens ‘Omtzigt-gate’ afgezwaaide verkenners wilde spreken, “knetterde het staatsrechtelijk” in het hoofd van premier Mark Rutte. Wordt het niet tijd om de spelregels voor de formatie nu eindelijk eens netjes vast te leggen?
Bij het vastleggen van regels heb ik sterke aarzelingen. Politieke meerderheidsvorming is een kwestie van parende egeltjes. Daar moet je vooral ruimte voor bieden. Wel is het goed als types als Joop van den Berg en Herman Tjeenk Willink af en toe wat stelregels in het collectieve bewustzijn prenten. Zoals de twee belangrijkste: ‘formeren is faseren’ en ‘formeren is elimineren’. Feitelijk heb je het hele spel daarmee wel te pakken: in logische stukjes knippen en die dan een voor een afwerken.

Als wetenschapper houdt u zich onder meer bezig met de constitutionele rol van de rechter. Hoe kijkt u in dat verband naar de zaak tussen Kamerlid Gündoğan en haar voormalige fractie Volt, waarin de rechter zich uitliet over interne politieke aangelegenheden?
Ik heb die uitspraak met grote verwondering gelezen. Niet zozeer over de wijze waarop het inhoudelijke geschil wordt afgedaan. Dat kan ik goed volgen. Maar vooral over de wijze waarop de voorzieningenrechter in mijn ogen vrij onbekommerd doorpakt in het treffen van de voorziening. Daar krijgen effectief twee Kamerleden een bevel om tegen hun zin een fractie met een ander Kamerlid te vormen. Volgens mij is dat in strijd met het lastverbod. Zoals je Kamerleden niet kunt verplichten in een fractie te blijven, zo kun je fracties niet zomaar verplichten iemand toe te laten. Ik had het dan ook logischer en zuiverder gevonden als de voorzieningenrechter die laatste stap niet had gezet en het bij de inhoudelijke overwegingen had gelaten, zonder deze voorziening te treffen. Ik denk dat ze daarmee effectief hetzelfde had bereikt én de staatsrechtelijke verhoudingen een beetje intact had gelaten.

Een ander onderzoeksterrein van u is het ‘narratieve staatsrecht’. Wat is dat?
Het recht ligt in de feiten, leerde ik in mijn studententijd uit een boek van Paul Scholten. En daar zit veel in. Je kunt een collegezaal laten gonzen van verontwaardiging als je de feiten van een zaak op de juiste manier presenteert. Voor het staatsrecht is dat van bijzonder belang, omdat wij bij gebrek aan constitutionele rechtspraak vaak verwijzen naar normatieve politieke praktijken. De narratologie is daar een interessante methode voor. Dan kun je bijvoorbeeld de vertrouwensregel analyseren als het plot van de gebeurtenissen tussen 1866-1868.

Welk boek las u het laatst?
Ik lees graag politieke biografieën. Ben nu bezig in de nieuwe over Willem van Oranje.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?
Dat ik samen met mijn collega’s Armin Cuyvers en Leonard Verburg uit Nijmegen een vastgedraaide discussie over taakdifferentiatie bij de vrijwillige brandweer heb losgekregen. Men was bezig de zaak helemaal om te gooien, ter uitbanning van het juridisch risico dat de brandweervrijwilligers onder Europees recht als deeltijdwerkers zouden kwalificeren. Terwijl de vrijwillige brandweer nog een van de weinige voorbeelden is van de staatsinrichting zoals Thorbecke daarover filosofeerde. Gelukkig is het toen gelukt om met een stuk in de krant en een bijdrage aan een hoorzitting in de Tweede Kamer het perspectief te kantelen naar de vraag wat precies de kans was dat het mis zou gaan en dat af te wegen tegen de prijs die het kostte om die kans uit te sluiten. Voor sommigen was dat een openbaring…

Met welke beroemdheid zou u – als het moet – een gevangeniscel willen delen?
Met Herman Finkers. Humor is de opstap naar geloven, schreef Kierkegaard, en Finkers laat zien dat dat klopt als de humor maar goed genoeg is. Ik ben big fan.

Als u het voor het zeggen had…
Zou ik mijn mond houden. Hoop ik. Absolute macht is gevaarlijk.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top