De zaak kwam aan het rollen nadat de rechtbank Noord-Nederland bij de deken melding had gemaakt van ernstige zorgen over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat in Wvggz-zaken. Bij een daaropvolgend kantooronderzoek bleek dat de advocaat uitsluitend nog zaken in het psychiatrisch patiëntenrecht deed.
Onverzekerd
Tegelijkertijd bleek echter dat de advocaat helemaal niet beschikte over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, terwijl dat wel verplicht is. De deken sommeerde hem daarop om alsnog zo’n verzekering af te sluiten. Hoewel hij na die sommatie toezegde een nieuwe verzekering te regelen, bleef een bevestiging vervolgens uit. De advocaat weet dat aan een onverwachte ziekenhuisopname, maar ook in de weken erna bleef hij om onduidelijke redenen onverzekerd. Ook verstrekte hij de deken niet de gevraagde informatie over de vorderingen, waardoor hij volgens de Raad van Discipline het toezicht belemmerde.
Geen verweer
Uit het onderzoek bleek volgens de deken verder dat de advocaat vrijwel nooit verweer voerde tegen verzoeken om verplichte zorg. Ook dacht hij onvoldoende mee over alternatieven die in het belang van zijn cliënten konden zijn. Daar kwam bij dat hij geen gespreksverslagen of andere schriftelijke vastleggingen maakte. Daardoor viel achteraf niet te controleren welke afwegingen hij had gemaakt of welke informatie hij met cliënten had gedeeld.
Opvallend is dat de advocaat geen inhoudelijk verweer voerde tegen de verwijten van de deken. Wel vroeg hij tweemaal om uitstel van de behandeling vanwege zijn gezondheid, maar beide verzoeken werden afgewezen. Ook verscheen hij niet op de zitting.
Kwetsbare cliënten
De Raad van Discipline noemt het ernstig dat juist cliënten in het psychiatrisch patiëntenrecht afhankelijk zijn van een advocaat die zich kritisch en proactief opstelt. Volgens de raad valt door het ontbreken van schriftelijke vastlegging bovendien niet na te gaan of de belangen van cliënten daadwerkelijk goed zijn behartigd. Tijdens de zitting verklaarde de deken dat de advocaat nog tientallen vergelijkbare dossiers in behandeling had.
Uit het dossier blijkt verder dat de deken de advocaat had voorgesteld zich, gelet op zijn pensioengerechtigde leeftijd, uit te schrijven of zich onder voorwaarden te laten coachen. Op beide voorstellen reageerde hij niet. De raad constateert dat de advocaat niet open lijkt te staan voor verbetering en spreekt uit dat de situatie “ernstige zorgen” baart.
Vanwege de opeenstapeling van tekortkomingen legt de raad de advocaat een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken op. Waarom de man nu eigenlijk weigerde een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, is nooit boven water gekomen.
