Uit dat onderzoek blijkt dat deelnemers aan mediationtrajecten over het algemeen tevreden zijn over het mediationproces, de deskundigheid en klantvriendelijkheid van de mediator en het bereikte resultaat. Ruim de helft van de Nederlanders die mediation hebben gebruikt, vindt deze route bovendien goedkoper dan juridische stappen.
In 2024 werd bij 56 procent van de mediations gedeeltelijke of volledige overeenstemming bereikt. Uit onderzoek uit 2019 bleek daarnaast dat 71 procent van de mediations resulteerde in een volledige of gedeeltelijke oplossing van het geschil. Ook het aantal klachten over MfN-registermediators is beperkt: jaarlijks gaat het om 38 tot 47 klachten.
Rechtspraak
Ondanks die positieve signalen zitten er flinke gaten in de kennis over wat mediation daadwerkelijk oplevert, constateren de onderzoekers. Zo vonden zij geen empirische informatie over de invloed ervan op de werklast van de Rechtspraak. Dat is opvallend, omdat mediation de afgelopen decennia steeds meer verweven is geraakt met het rechtsbestel en ook vanuit de Rechtspraak zaken naar mediators worden verwezen.
Het WODC pleit daarom voor onderzoek waarin mediation rechtstreeks wordt vergeleken met gerechtelijke procedures. Daarbij zou onder meer moeten worden gekeken naar kosten, doorlooptijden, tevredenheid en effectiviteit. Wel moet rekening worden gehouden met verschillen tussen zaken en partijen: een eenvoudig geschil tussen partijen die bereid zijn te onderhandelen laat zich moeilijk vergelijken met een complexe procedure waarin partijen lijnrecht tegenover elkaar staan.
Afspraken
Ook over de juridische kwaliteit van het resultaat is opvallend weinig bekend, blijkt uit het onderzoek. De onderzoekers kunnen geen goed beeld vormen van de duidelijkheid, geschiktheid en duurzaamheid van afspraken die tijdens mediation worden gemaakt. Evenmin is duidelijk in hoeverre mediation daadwerkelijk leidt tot verbetering van het conflict of de relatie tussen partijen.
Het WODC stelt daarom voor om vaststellingsovereenkomsten uit mediation door deskundigen te laten beoordelen. Ook rechterlijke uitspraken kunnen daarvoor worden gebruikt. Die laten volgens de onderzoekers zien dat rechters soms moeten beoordelen of een partij door gemaakte afspraken is benadeeld en of voldoende rekening is gehouden met bestaande regelgeving.
Rechtsbescherming
Mediation vindt achter gesloten deuren plaats en is daardoor veel moeilijker te controleren dan een gerechtelijke procedure, merken de onderzoekers op. Mogelijke nadelen daarvan zijn volgens het WODC druk om buiten de rechter om akkoord te gaan en een machtsongelijkheid tussen partijen.
Over de mate waarin dat in de praktijk voorkomt, is echter nauwelijks systematische kennis beschikbaar. Juist voor zwakkere partijen kan dat relevant zijn: wanneer de rol van de rechter bij geschilbeslechting kleiner wordt, bestaat het risico dat ook hun rechtsbescherming afneemt.
Register
Tot slot constateren de onderzoekers dat de kwaliteitsborging binnen de beroepsgroep nog in beweging is. De mediationmarkt wordt sterk gekenmerkt door zelfregulering, met verschillende private registers en beroepsorganisaties. Geïnterviewde mediators noemen het speelveld onoverzichtelijk en ervaren verschillende kwaliteitsstandaarden. Een deel wil dat het beroep mediator wettelijk wordt beschermd.
Een centraal mediatorsregister, dat in 2020 nog onderdeel uitmaakte van een wetsvoorstel van toenmalig minister van Rechtsbescherming Sander Dekker, lijkt er voorlopig echter niet te komen. De kwartiermaker en adviescommissie die zich daarmee bezighielden, concludeerden in juni dat de voorwaarden daarvoor momenteel ontbreken. Zij adviseren in plaats daarvan om de kwaliteitsnormen en toelatingseisen van bestaande registers wettelijk te uniformeren. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gaat die route verkennen en heeft aangekondigd daarbij ook de bevindingen van het nieuwe WODC-onderzoek mee te nemen.
