Het notariaat is niet rot (en de advocatuur ook niet)!

De minister voor Rechtsbescherming lijkt een duidelijke voorkeur te hebben voor beroepsgroepen die onder overheidstoezicht staan. Een ernstig incident in het notariaat is voor hem geen signaal van falend toezicht, noch een reden voor onderzoek naar de effectiviteit van dat toezicht. Daling van het aantal tuchtzaken in de advocatuur komt echter door gebrek aan toezicht. De praktijk is toch echt wel wat gecompliceerder dan dat.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
foto: Depositphotos-ClaudioDivizio

Over zin, onzin en de voorkeur van de minister voor beroepsgroepen die onder overheidstoezicht staan.

De berichtgeving in de media over toezicht op juridische dienstverleners is een chaos! De nieuwsberichten hebben bovendien vaak niet zo veel van doen met de werkelijke stand van zaken. Als advocaten, werkzaam op het gebied van tuchtrecht en compliance, vallen onze ogen natuurlijk op alle artikelen die gaan over toezicht op advocaten, notarissen en andere dienstverleners, en dat waren er de afgelopen tijd veel. Incidenten lokken in deze tijd onmiddellijk verontwaardigde artikelen in kranten en op social media uit. Hele beroepsgroepen worden meteen over één kam geschoren. Het is telkens zo voorspelbaar, maar niettemin tenenkrommend.

De reacties op deze artikelen vanuit de overheid zijn echter opvallend anders wanneer het gaat om de kwaliteit van het toezicht door het BFT dan wanneer het het toezicht van de dekens op de advocatuur betreft. Op Kamervragen naar aanleiding van het incident bij een notaris van Pels Rijcken antwoordde minister Dekker dat er geen signalen zijn over problemen met de staat van het notariaat. Wij lezen de tucht- en strafrechtspraak en kunnen dat bevestigen. Er zijn niet méér incidenten over notarissen, ondanks meer regels voor de beroepsbeoefenaren, zoals de regels uit de Wwft. Hetzelfde geldt voor de advocatuur, maar toch ziet het College van Toezicht in datzelfde incident aanleiding om de kwaliteit van het toezicht van de dekens op de advocatuur ter discussie te stellen. Terwijl de frauderende jurist nota bene een notaris betrof, geen advocaat.

Wanneer wordt geconstateerd dat er minder tuchtzaken zijn behandeld in het notariaat, dan ziet de minister daarin al gauw een bevestiging van de goede werking van het toezicht. Is sprake van eenzelfde daling in de advocatuur, dan is dat doorgaans een signaal van falend toezicht door de dekens. Vanwaar dit verschil in beoordeling? Komt dat doordat het functioneren van een overheidstoezichthouder als BFT pas kritisch wordt beoordeeld wanneer daar sprake is van enorme misstanden, denk bijvoorbeeld aan de Belastingdienst? Of is dit verschil in benadering ingegeven door de wens van de minister om het toezicht op de advocatuur volledig onder te brengen bij de overheid?

Als goed wordt gekeken naar de kwaliteit en integriteit van juridische beroepsbeoefenaren, en naar het toezicht op hen in Nederland, dan blijken problemen op het gebied van (financiële) integriteit slechts bij een zeer klein percentage van deze dienstverleners voor te komen. We zouden het na al die berichten in de media bijna vergeten, maar niet alle problemen komen namelijk voort uit gebrekkige integriteit. Het kan ook gaan om slechte vakkennis of een samenloop van (persoonlijke) omstandigheden waardoor (tuchtrechtelijke) problemen ontstaan. De meeste advocaten doen hun werk goed en doorlopen hun loopbaan zonder ooit een tuchtrechtelijk probleem te zijn tegengekomen.

Is er dan toch een probleem? Kramer, Blokland en Soudijn kregen toegang tot de Nederlandse politieregisters en schreven daarover een artikel in het Tijdschrift voor Criminologie (2020/4). Zij gingen op zoek naar professionele netwerken van witwassers. De minister en het College van Toezicht beschouwen witwassen als groot gevaar voor inbreuk op de integriteit van de beroepsgroepen. De onderzoekers vonden in die registers 236 professionele witwassers. Daaronder 14 (ex-)advocaten en 22 (ex-)notarissen. Er zijn bijna 18.000 advocaten en 3.350 (kandidaat-)notarissen. Reken maar dat politie en justitie het werkveld goed in beeld hebben.

Het toezicht op juridische en financiële dienstverleners is de afgelopen decennia geëvolueerd. Het is steeds steviger, professioneler en doeltreffender geworden. Op de achtergrond sturen de overheid en de beroepsorganisaties het stelsel van toezicht aan en voeren veranderingen door waar dat nodig is. De overheid streeft een gelijksoortig toezicht voor vergelijkbare dienstverleners na maar dat werkt in de praktijk niet, omdat de dienstverleners moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Daarom zijn er ook goede redenen om het toezicht op de advocatuur bij de dekens te laten, en het toezicht op het notariaat, de belastingadviseurs en de accountants bij een overheidsorgaan als het BFT te beleggen. Maar dat maakt het toezicht kwalitatief niet ineens anders!

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top