Financieel-economisch strafrecht

Implementatiestress

In deze rubriek werd al eens vermeld dat de wetgeving op het terrein van marktmisbruik een Europese aangelegenheid is geworden. Op 16 april 2014 werd de Verordening marktmisbruik uitgevaardigd. Deze EU-verordening werkt rechtstreeks door in onze rechtsorde en schrijft gedetailleerd voor welke gedragingen wel en niet toelaatbaar zijn. De rol van de nationale wetgever is beperkt tot het vaststellen van de sancties die zullen gelden bij overtreding van de nieuwe normen. Daarbij is de nationale wetgever niet vrij in de keuze van aard en zwaarte van de sancties. Volgens de nieuwe Richtlijn marktmisbruik zullen de kernbepalingen van de Verordening namelijk moeten worden gehandhaafd met behulp van het strafrecht. Verder schrijft de Verordening zelf nog een hele reeks bestuurlijke sancties voor.

Hoewel de Nederlandse wetgever al ruim twee jaar bekend is met zijn verplichtingen onder het nieuwe Europese marktmisbruik-regime, werd pas op 18 april 2016 een wetsvoorstel ingediend dat de beoogde aansluiting op het nationale sanctierecht moet bewerkstelligen. De Nederlandse wetgever heeft zichzelf daarmee onder hoge tijdsdruk geplaatst, want op 3 juli 2016 treedt de Verordening onverbiddelijk in werking. Uiterlijk op die datum moet dus ook de nationale implementatiewetgeving gereed zijn.

Tweeëneenhalve maand is nogal kort voor een wetgevingstraject, zeker nu de regering de gelegenheid te baat heeft genomen nog wat meer wetswijzigingen voor te stellen dan die welke noodzakelijk zijn voor de implementatie van de marktmisbruikregels. Zo bevat het wetsvoorstel ook enige meer fundamentele aanpassingen van het bestuurlijke sanctiestelsel op het terrein van de financiële wetgeving. Het voorstel zou daarom geen hamerstuk mogen zijn.

Bij deze stand van zaken rijst de vraag wat er zou gebeuren als Nederland de Europese deadline niet haalt. De Verordening zou uiteraard gewoon in werking treden, terwijl de nationale wetgeving nog steeds zou zijn gebaseerd op de oude ingetrokken EU-richtlijnen. Het lijkt duidelijk dat die nationale wetgeving het dan zou moeten afleggen tegen de Verordening: onze huidige verbodsbepalingen zijn vanaf 3 juli 2016 onverbindend. Daarmee ontstaat geen rechtsvacuüm, want de Verordening stelt de nieuwe norm. Er zou echter wel een handhavingsprobleem ontstaan, want bij overtreding van de Verordening zouden geen sancties kunnen worden toegepast.  

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Daan Doorenbos

Daan Doorenbos

Daan Doorenbos is partner bij Stibbe en hoogleraar ondernemingsstrafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand