Financieel-economisch strafrecht

Intern onderzoek en verschoningsrecht

Valt een intern onderzoeksrapport dat is opgesteld door een advocaat ten behoeve van zijn cliënt onder de reikwijdte van het verschoningsrecht? Niet indien dat rapport uitsluitend feitelijke bevindingen bevat, zo oordeelde de Haagse rechtbank onlangs in de zogenoemde Vestia-zaak (ECLI:NL:RBDHA:2015:248). De advocaat in kwestie had zelf benadrukt dat het rapport geen juridische bevindingen, kwalificaties of conclusies bevatte, waarop de rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een intern, adviserend en vertrouwelijk stuk over de standpuntbepaling door Vestia in eventuele gerechtelijke procedures. Het rechtsbeginsel dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene moet kunnen wenden tot een advocaat voor bijstand en advies, zou niet in het geding zijn. Het ging hier immers niet om een juridisch advies, aldus de rechtbank.

Deze beslissing heeft in de media de aandacht getrokken en heeft onrust veroorzaakt onder advocaten en cliënten die interne fraude-onderzoeken (hebben) laten uitvoeren. Zijn de daarvan opgemaakte rapportages nu “vogelvrij” verklaard indien en voor zover zij feitelijke bevindingen inhouden? Kunnen zulke rapportages vanaf heden ter kennis komen van privaatrechtelijke procespartijen en publiekrechtelijke overheden die inzage vragen of uitlevering vorderen?

De ontstane onrust is begrijpelijk, omdat de rechtbankbeslissing niet begrijpelijk is. De reikwijdte van het verschoningsrecht kan niet worden begrensd door een scheidslijn aan te brengen tussen feit en recht. Een advocaat kan pas behoorlijk adviseren nadat hij de feiten in kaart heeft gebracht, door alle mogelijk relevante informatie uit zijn cliënt naar boven te halen. Die informatie wordt de advocaat als zodanig toevertrouwd en wordt door hem geselecteerd: geef mij de feiten, dan geef ik u het recht. De feitelijke informatie kan zeer belastend zijn. Juist daarom heeft de cliënt de advocaat ingeschakeld. De cliënt vreest dat er mogelijk iets ernstig mis is, maar de diagnose dient de advocaat te stellen: op grond van zijn selectieve feitenonderzoek dat de basis vormt voor zijn verdere advisering. Het is fundamenteel onjuist dit voorbereidend werk los te maken van de vertrouwelijke advocaat-cliënt-relatie. Alle bevindingen van een advocaat die voortvloeien uit zijn professionele dienstverlening behoren onder het verschoningsrecht te vallen, ook indien die bevindingen feitelijk zijn.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Daan Doorenbos

Daan Doorenbos

Daan Doorenbos is partner bij Stibbe en hoogleraar ondernemingsstrafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand