Jeroen Rheinfeld over agrarisch recht als dwarsdoorsnede van publiek- en privaatrecht

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Jeroen Rheinfeld FBN Juristen Maikel Thijssen Photography
Foto: Maikel Thijssen

Mr. van de week is Jeroen Rheinfeld. De jurist, fiscalist en vennoot van FBN Juristen in Amsterdam en het Instituut voor Agrarisch Recht in Wageningen, is per 1 juni benoemd tot bijzonder hoogleraar agrarisch recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

U bent gespecialiseerd in kavelruil. Waarom heeft dat onderwerp uw belangstelling?
De kavelruil, onderwerp van mijn stageopdracht op het notariskantoor waar mijn notariële carrière is begonnen, ‘achtervolgt’ me al mijn hele professionele leven. Via stageverslag, scriptie, proefschrift, vele artikelen in vakbladen en legio cursussen en lezingen, is het een deel van mezelf geworden. Het is een juridisch en fiscaal uiterst interessant fenomeen: een mix van vrijwilligheid, publiek- en privaatrecht, financiële ingrediënten (provinciale subsidiëring) en – niet te vergeten – de fiscale kant van de kavelruil (de volledig ongeclausuleerde vrijstelling van overdrachtsbelasting). Kortom: het ideale recept voor een nieuwsgierige en breed geïnteresseerde notarieel jurist.

Wat zijn daarbij de grootste juridische uitdagingen?
De wettelijke regeling van de kavelruil is uiterst summier. Ook de Parlementaire Geschiedenis en de jurisprudentie bieden niet veel houvast. De vraag ‘waar lopen de grenzen van de kavelruil?’ is daarmee niet eenvoudig te beantwoorden. Wat is bijvoorbeeld de exacte invulling van het begrip ‘bebouwde kom’ bij de eis dat een kavelruil zich enkel mag afspelen buiten de bebouwde kom?

Agrarisch recht: dan denken we in deze tijd vooral aan stikstof.
Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) domineert wel het debat. Het agrarisch recht is echter veel uitgebreider en veelzijdiger dan stikstof alleen. Het is een generalistisch specialisme, dat een dwarsdoorsnede biedt van zowel publiek- als privaatrecht en zowel civiel als fiscaal het nodige te bieden heeft: van agrarische bedrijfsopvolging tot de herverkaveling, van Natuurschoonwet tot cultuurgrondvrijstelling en van betalingsrechten tot huwelijksvoorwaarden voor agrariërs.

Wat is het belangrijkste dat u uw studenten wilt bijbrengen?
Naast enthousiasme voor dit – vaak met vooroordelen omgeven (de jurist op klompen) – deelgebied van het recht wil ik mijn studenten met name een brede blik op het recht meegeven: het kunnen onderscheiden en verbinden van de privaatrechtelijke en de publiekrechtelijke wereld en daarbinnen de symbiose tussen civiele en fiscale leerstukken.

Als u het voor het zeggen had dan?
Dan was agrarisch recht geen keuzevak dat alleen in Groningen en Nijmegen werd gedoceerd (en dan ook nog door dezelfde docent), maar was het een verplicht onderdeel van het notariële, Nederlands- en fiscaalrechtelijke curriculum op alle juridische faculteiten van ons land. Juist in de masterfase kan het vak ‘op maat worden gesneden’ voor de civiel, fiscaal en/of publiekrechtelijk georiënteerde jurist. Daarmee wordt het tot een integratievak dat, ook voor de jurist op de Zuidas, veel interessante elementen bevat.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?
Ik noem er drie. Als eerste natuurlijk mijn promotie aan de Radboud Universiteit, op 10 juli 2014 (de dag na de verloren halve finale tegen Argentinië op het WK in Brazilië). Daarna volgde internationale erkenning voor mijn proefschrift door het winnen van de Prix du CEDR, toegekend door het Comité Européen de Droit Rural en, meer recent, uiteraard mijn benoeming aan de RUG.

Wat is over u niet bekend, dat wel interessant is?
In mijn jaren als kandidaat-notaris in het Twentse Losser heb ik tijdens de carnavalsperiode (mijn vader is een Limburger) dikwijls als buutreedner (in het zuiden des lands ook wel bekend als ‘tonprater’) opgetreden voor zalen met (overwegend) ondernemers. Achteraf gezien is die ervaring onmisbaar geweest voor mijn verdere loopbaan in de onderwijs- en cursuswereld: ik probeer, net als destijds in mijn buuts, actualiteiten te verbinden met de humor en (Twentse) nuchterheid. Mijn typetje als buutreedner was overigens een kandidaat-notaris, die het hele jaar de geheimhoudingsplicht naleefde, met uitzondering van de betreffende avond voor dat specifieke publiek.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?
Mijn FBN-collega’s gaan hier ontzettend blij van worden: ik raadpleeg vaak de databank Via Juridica, waar ik zelf ook veel voor schrijf en waarin ik, als voorbereiding op mijn vele cursussen, snel de laatste stand van zaken op de vele deelterreinen van het notarieel recht, zowel civiel als fiscaal, kan vinden.

Welk boek las u het laatst?
‘Nietzsches tranen’ van Irvin D. Yalom. Een geweldig boek over de bizarre vriendschap tussen Friedrich Nietzsche en Dr. Joseph Breuer. Een aanrader!

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?
Over deze vraag hoef ik niet lang na te denken: met mijn docent, scriptiebegeleider, Doktorvater, Nijmeegse collega en vriend Bernard Schols. Met goede boeken, vakliteratuur en jurisprudentie, muziek (Rowwen Heze, Gé Reinders), voldoende witte wijn en bitterballen is het in de Nederlandse gevangenissen nog nooit zo gezellig geweest!

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top