Koppelen maar!

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het gebeurt wel vaker dat een huurder naast een huurovereenkomst ook een samenwerkingsovereenkomst met de verhuurder sluit, zoals een franchiseovereenkomst. Huurder Kippersluis huurde een bedrijfsruimte en exploiteerde daarin een supermarkt. Hij had tevens een samenwerkingsovereenkomst met de verhuurder gesloten. In de huurovereenkomst was bepaald dat een toerekenbare tekortkoming van Kippersluis onder de samenwerkingsovereenkomst tevens een toerekenbare tekortkoming onder de huurovereenkomst zou zijn: een koppelingsbepaling. Op enig moment was uitsluitend de samenwerkingsovereenkomst geëindigd. Kippersluis vielen toerekenbare tekortkomingen te verwijten onder de beëindigde samenwerkingsovereenkomst. Kippersluis verdedigde dat met het einde van de samenwerkingsovereenkomst, de verhuurder geen beroep meer kon doen op deze koppelingsbepaling. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overwoog op 8 september 2015 anders en in cassatie hield dit 21 april 2017 stand (op grond van artikel 81 RO). De advocaat-generaal concludeerde dat de bewering van Kippersluis al niet opgaat, omdat de koppelingsbepaling in de geldende huurovereenkomst was opgenomen.
Het is dan ook aan te bevelen een koppelingsbepaling in beide overeenkomsten op te nemen, zodat deze bepaling doorwerkt in de geldende overeenkomst als de andere overeenkomst is geëindigd.

Dan een faillissementsrechtelijk arrest dat niet gaat over huurrecht, maar wel relevant is voor de huurrechtpraktijk. Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad overwogen dat ook een niet-eigenaar van een onroerende zaak van een curator kan verlangen dat deze die onroerende zaak ontruimt als daarop zaken liggen die behoren tot de failliete boedel. Deze niet-eigenaar kan dat verlangen als hij een exclusief gebruiksrecht heeft op die zaak. Een exclusief gebruiksrecht omvat doorgaans de bevoegdheid zich te verzetten tegen een verstoring in het genot van het gebruiksrecht. Dit kan anders zijn als deze niet-eigenaar op grond van zijn rechtsverhouding met de juridisch eigenaar niet van de curator kan verlangen dat de onroerende zaak wordt ontruimd. Komt de curator die ontruimingsplicht niet na, dan kan dat een boedelschuld opleveren. In 2006 overwoog de Hoge Raad nog dat de voormalige verhuurder enkel in zijn hoedanigheid van eigenaar van de bedrijfspanden van de curator kon verlangen dat deze de tot de boedel behorende zaken daaruit zou verwijderen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top