Mr. van de week

Marijke Malsch over empirisch onderzoek in het recht

Mr. van de week is Marijke Malsch, senior onderzoeker bij het NSCR, het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Onlangs werd zij benoemd tot hoogleraar Empirical Legal Studies aan de Open Universiteit Nederland.

In het recht lijkt de dogmatiek de bovenhand te voeren. Waarom is de empirie lange tijd een beetje verwaarloosd?
Aan juristen is lange tijd niet gevraagd om zich met de empirie bezig te houden, en het leek ook niet strikt noodzakelijk om dat te doen. Door het civiel effect krijgen tijdens de opleiding vooral positiefrechtelijke vakken de aandacht en de aankomende jurist wordt weinig gestimuleerd over de grenzen van het eigen vakgebied te kijken.

Maar de maatschappij verandert sterk, en vraagt om breder opgeleide juristen. De gerechtelijke dwalingen duwden de juridische wereld met de neus op de feiten. Deskundigen bleken er gewoon naast te kunnen zitten. De politie verhoort verdachten soms op zo’n manier dat ze onjuiste verklaringen afleggen. Rechters en andere juristen bleken dat toen vaak niet door te hebben.

Sinds deze dwalingen is er meer aandacht gekomen voor empirisch onderzoek en de kwaliteit van verhoren. Maar dat is kennis die soms weer wegzakt als het niet wordt onderhouden.

U schrijft: “Het juiste gebruik van empirisch onderzoek is essentieel voor juristen om goed beslagen ten ijs te komen.” Waarom is dat zo?
Kennis uit andere disciplines kan helpen om kritischer naar deskundigenrapportages te kijken. Ons onderzoek laat zien dat DNA lang niet zo hard is als iedereen denkt. Vooral bij onvolledige DNA-profielen of bij mengprofielen. Die komen er door de technische ontwikkelingen steeds meer. Verschillende deskundigen beoordelen dit soort profielen diametraal anders. Dat kan het verschil uitmaken tussen schuld en onschuld.

Ander voorbeeld: er zijn steeds meer licht verstandelijk beperkte verdachten in het strafproces. Zij antwoorden soms ‘ja’ op alle vragen, zeker bij langdurige verhoren. Dan heb je al snel een onjuiste verklaring te pakken, met alle gevolgen van dien. Het is belangrijk dat praktijkmensen zich hiervan bewust zijn, maar mijn indruk is dat er nog te weinig aandacht voor is.

De behoefte aan breder opgeleide juristen leeft in veel kringen. Ook Zuidas-advocaten vragen erom. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten heeft een veel groter deel van de juristen ook een kennis van andere disciplines, maar in Nederland blijft dit nogal marginaal.

U heeft onderzoek gedaan naar processen-verbaal van verdachtenverhoren. Wat schort daaraan, en wat kan uw vakgebied daaraan verbeteren?
Processen-verbaal geven slechts ongeveer een kwart weer van het verhoor. Er worden soms selectief zaken weggelaten uit het pv. Als de politie de verdachte confronteert met belastend bewijs, of als er ruzieachtige discussies plaatsvinden, wordt die soms weggelaten. Als de verdachte iets zegt dat hemzelf ontlast, komt dat niet altijd in het proces-verbaal. Niet altijd wordt duidelijk uit het pv hoe een verdachte tot een bekentenis is gekomen, of hoe het verhoor is verlopen.

Aan de buitenkant zie je niet dat er zaken zijn weggelaten uit het pv. Dat betekent dat er ook geen bellen gaan rinkelen. Door de werkdruk bekijken of beluisteren rechters zelden opnamen van de verhoren, terwijl dat wél verstandig zou zijn in sommige zaken.

Er is aandacht geweest voor dit onderzoek, ook in de Tweede Kamer. Er zijn inmiddels opleidingen bij de Politieacademie om de verslaglegging over het verhoor te verbeteren. Maar ook hier geldt dat deze aandacht soms weer wegebt. Onderzoek kan helpen, omdat het de vinger legt op hoe zaken gaan in de praktijk en hoe het beter kan.

Welke thema’s gaat u bestuderen, en wat is daarbij de meerwaarde van een empirische insteek?
Ik ga onderzoek doen naar hoe het recht in de praktijk werkt, de effecten van het recht, en de assumpties waarop het recht berust. Een voorbeeld van het laatste: de minister van Rechtsbescherming vindt dat verdachten verplicht moeten verschijnen als het slachtoffer gebruikmaakt van het spreekrecht. Maar hebben slachtoffers die behoefte wel? Waarschijnlijk nauwelijks. Uit onderzoek blijkt dat slachtoffers vooral veiligheid willen, geïnformeerd willen worden en als het kan anoniem willen blijven. Juist op die punten kan er nog veel verbeterd worden. Maar dat gebeurt nog te weinig.

Bovendien wil ik nagaan waarom in sommige andere landen juristen méér over de grenzen van hun eigen vakgebied kijken, en hoe in Nederland rechtenstudenten en praktijkjuristen empirisch onderzoek beter kunnen gebruiken.

Als u het voor het zeggen had dan…
Keken juristen meer over de grenzen van hun vakgebied. Werden vonnissen in voor leken begrijpelijke taal geschreven (uit onderzoek blijkt dat dat kán, zonder dat het vonnis daarmee ‘juridisch incorrect’ wordt). Werd de positie van de rechter weer versterkt ten opzichte van de andere staatsmachten.

Welk boek las u het laatst?
East West Street van Philippe Sands.

Met welke beroemdheid zou u een gevangeniscel willen delen?
Ik zou werkelijk geen beroemdheid weten met wie ik een cel zou willen delen. Eigenlijk liever geen beroemdheid.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand