Komende week, op 14 en 15 mei, vindt in de Moldavische hoofdstad Chişinău een ministeriële conferentie van de Raad van Europa plaats. Een belangrijk punt dat op de agenda staat is het aannemen van een politieke verklaring over mensenrechten en migratie.
In aanloop naar de conferentie roept het College voor de Rechten van de Mens de Nederlandse regering op om zich nadrukkelijk te blijven inzetten voor het Europese systeem van bescherming van mensenrechten. De onafhankelijke positie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is daarbij cruciaal.
Migratiebeleid
Aanleiding voor de oproep is discussie binnen de Raad van Europa over de ruimte die staten hebben voor hun migratiebeleid. Sommige staten vinden dat de rechtspraak van het EHRM hun mogelijkheden beperkt, met name bij irreguliere migratie en ten aanzien van buitenlanders die ernstige misdrijven hebben gepleegd. Wat hen betreft kent het EHRM een te groot gewicht toe aan het verbod van foltering en aan het recht op bescherming van het gezinsleven uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Andere staten vinden dat de rechtspraak van het Hof voldoende ruimte biedt voor een effectief migratiebeleid, en dat de discussie over migratie er niet toe mag leiden dat het gezag van het Hof wordt ondermijnd.
Fundamentele rechten
Het College onderstreept dat het EVRM van essentieel belang is voor de democratische rechtsstaat. Het Verdrag beschermt uiteenlopende fundamentele rechten waar burgers dagelijks gebruik van maken, zoals de vrijheid van meningsuiting, het eigendomsrecht bescherming tegen huiselijk geweld en de demonstratievrijheid. Deze rechten zijn in Nederland verankerd in nationale wetgeving en worden door de rechter beschermd, maar het EHRM vormt een vangnet als nationale rechtsbescherming tekortschiet.
In twijfel trekken
Volgens het College is het legitiem dat verdragsstaten met elkaar in gesprek gaan over het de ontwikkeling EVRM; sinds de totstandkoming van het Verdrag in 1950 is dat regelmatig gebeurd. Maar wat de huidige situatie anders maakt, aldus het College, is dat sommige staten de indruk wekken dat ze het beschermingsniveau van enkele basisrechten willen verlagen en dat zij het gezag van het Europees Hof in twijfel lijken te trekken.
Dat heeft geleid tot zorgen bij steeds meer mensenrechtenorganisaties, wetenschappers, mensenrechteninstituten, en bij de Commissaris voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa. Ze hebben opgeroepen om het unieke Europese stelsel van mensenrechtenbescherming niet te ondermijnen.
Actieve inzet
Het College volgt de onderhandelingen over de verklaring van Chişinău op de voet. Het verwacht van de Nederlandse regering dat zij zich tijdens de conferentie actief blijft inzetten voor het Europese systeem van bescherming van mensenrechten en de onafhankelijke positie van het Straatsburgse Hof. De uiteindelijke verklaring mag volgens het College geen afbreuk doen aan de betekenis van het EVRM voor democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Ook moeten de onafhankelijkheid en het gezag van het EHRM worden erkend en gerespecteerd.
