Emma van der Vos

Mindfulness op de Zuidas

Op het advocatenkantoor waar ik werk krijgen we soms dingen aangeboden om onze ‘mental health’ op te poetsen. Denk aan fruit op het werk, bootcampen op dinsdag, Roycycle (dat is fietsen maar dan terwijl je uit alle macht probeert Beyonce te zijn), goedbedoelde voedingstips (geen zout meer op het eten) en een cursus mindfulness voor een ieder die daaraan toe is.

Ik gaf me op voor de mindfulnesscursus, wetende dat ik de neiging heb om te hyperventileren. Toen ik dit weifelend aan mijn beste (fervent yoga-beoefenaar en mindful) vriendin voorlegde, reageerde ze enthousiast: “Ja je moet er doorheen! Het is ook heel eng, maar wellicht kan je er beter uit komen!”

Vol goede moed en met een open geest ging ik naar de cursus. Een tengere, iets te hip-gekleed-voor-zijn-leeftijd  jongeman stond in de deuropening. Hij had blauwe ogen en een gemoedelijke uitdrukking op zijn gezicht. “Wat mooi dat jullie er zijn,” zei hij opgetogen. Ik besloot me niet te storen aan het woord ‘mooi’ in plaats van ‘goed’ en nam aan de grote ovale tafel plaats.

De man heette Floyd en begon direct gezellig te knipogen naar de knappe, verzorgde advocates vooraan. “Jullie ken ik al, dus jullie mogen niets voorzeggen, hoor!” De dames lachten. Op de lege plek naast mij kwam een olijke, sympathieke jongen genaamd Jochem zitten. Hij had zich niets aangetrokken van de formele kledingvoorschriften van ons Zuid-askantoor. Hij had gaten in zijn spijkerbroek, wat vettig haar en hij rook licht naar alcohol. Niet het type dat ik hier had verwacht. “Ik dacht ik geef me gewoon op”,  zei hij verklarend toen hij mijn vragende blik zag.

Floyd vertelde ons het een en ander over mindfulness. “Als je dingen met aandacht doet,” legde hij uit, “gaat alles veel beter en sneller.” Hij gaf voorbeelden uit de familiaire sfeer. Zijn vrouw (o hij heeft dus toch een vrouw) en zoontje konden het bloed onder zijn nagels vandaan halen, maar door mindfulness kon hij ze goed aan.

“Het gaat er niet om dat je aan niets denkt! Je keert steeds terug naar je ademhaling”, zei hij. “Vind je het een beetje spannend? Niet erg hoor, ik praat jullie erdoorheen. Doe je ogen maar dicht.”

Ogen dicht. Ik luisterde naar Floyds stem en probeerde me op mijn ademhaling te focussen. Direct merkte ik dat mijn ademhaling niet meer vanzelf ging, maar ik deze bewust moest sturen. Ik voelde de spanning op mijn borst en buik. Een onprettig gevoel. Rustig blijven. Ik hoorde geluiden van een tram buiten. Hier moet je doorheen. Floyds stem klonk smeuïg. Smeuïg? Mijn hart bonsde en mijn voeten raakten op deze hoge stoel nog net niet de grond. Doorademen. Ik ademde zachtjes en beheerst maar voelde alle spanning in mijn lichaam samenkomen op mijn borst. Nog even volhouden. Ik voelde me licht worden in mijn hoofd. Nog nooit was ik zo bewust van mijn ademhaling geweest. Het stroomde met een gestage kracht naar binnen en naar buiten. Niet hijgen nu. Nog even en ik zou nog opstijgen.

Opeens verbrak gelach de stilte. Jochem, die het blijkbaar niet kon opbrengen vijf minuten stil te zijn, had zachtjes gegrinnikt. Een aantal anderen uit de groep volgden. Het getintel in mijn vingers verdween.
“Okay, allemaal ogen open!” We werden verwelkomd door Floyds zoete stem. Eenmaal ogen geopend keek Floyd ons tevreden glimlachend aan. “Wie wil er wat delen?”

Floyd vroeg ons naar “emoties” en “gedachten” zonder dat hij “hoefde te weten wat er allemaal speelt”. (“Het is hier tenslotte geen therapie”, zei hij gezellig.) De knappe advocates vooraan gaven aan dat zij hun hoofd inmiddels helemaal leeg hadden gemaakt. “Het stoomt me optimaal klaar voor een middagje werken!” Ik voelde me inmiddels alsof ik vijf uur in een te heet bad had gelegen.

Ik stak mijn hand op. “Wat wil je delen met ons Emma?”, vroeg Floyd. Ik schraapte mijn keel en besloot me tot de groep te richten: “Ik weet niet of jullie dat ook hebben, maar als ik probeer op mijn ademhaling te focussen, dan stopt mijn automatisch ademen en moet ik mijn ademhaling voor mijn gevoel sturen. Met als gevolg dat je als je stopt met ademen, je dus… ehhh… stikt.”

Ik besefte dat het wat dramatisch overkwam. Floyd liet zich niet uit het veld slaan: “Wat mooi dat je dit zegt. Als je hyperventileert dan is het letten op je ademhaling niet goed. Je kan beter op je voorhoofd of je benen focussen.” “Goed, ja”, mompelde ik.
“Mijn vrouw heeft dit ook”, vervolgde hij. “Ze weigert aan mindfulness te doen, ze bleef altijd maar hyperventileren dus ze heeft het totaal afgeschreven.”

Dit was niet het meest bemoedigende wat ik kon horen.

“Kan ik daaruit afleiden dat het voor mij niet zo’n goed idee is?”, vroeg ik. “Nee nee, mindfulness is voor iedereen. Dat beloof ik je.”
“Maar dus niet voor jouw vrouw”, mompelde ik. Floyd deed alsof hij het niet hoorde.
“Dank voor het delen”, zei hij met een minzame glimlach. “Heel mooi dat je dit zo durft te zeggen. Wie wil er verder nog iets delen?”

Jochem stak zijn hand op. “Ik merkte dat ik tijdens het mediteren steeds afgeleid was door jouw stemgeluid”, zei hij monter. Floyd knikte blij, alsof hij zojuist een compliment had gekregen.
“Het werd steeds irritanter”, vervolgde Jochem. “Op een gegeven moment dacht ik, ik vind je zo schijtirritant, ik wil je een klap op je bek geven!” Je kon zien dat hij het uit de grond van zijn hart meende. Er volgde een korte stilte.

“Mooi”, zei Floyd. “Dank voor het delen.”

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Emma van der Vos

Emma van der Vos

Emma van der Vos is promovenda en docent aan de Universiteit Leiden. Daarnaast werkt zij als research associate bij een groot Zuidaskantoor. Zij schrijft over haar ervaringen, oprispingen en het contrast tussen de academische en de commerciële wereld.

Recente vacatures

Recente vacatures