Mr. van de week: Rogier Stijnen

Delen:

‘Rechter moet kunnen blijven toetsen aan verdragen’

Rogier StijnenMr. van de week is Rogier Stijnen. Hij is senior stafjurist bij de rechtbank in Rotterdam en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland. Stijnen heeft in 2015 de mooiste annotatie geschreven in de jurisprudentieuitgave AB Rechtspraak Bestuursrecht. Hij kreeg de prijs op vrijdag 15 januari voor zijn noot ‘Nulla poena sine lege’ in AB 2015/8. Voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer vormde de eenkoppige jury en reikte de prijs uit.

Gefeliciteerd! Ooit gedacht dat u deze prijs zou winnen? Hoogtepunt in uw carrière?

Ik had niet tevoren verwacht een prijs te winnen, maar toen ik door de redactie van AB nadrukkelijk werd verzocht naar de jaarvergadering te komen, begon ik wel iets te vermoeden. Vooralsnog zie ik de verdediging van mijn proefschrift over een vergelijking tussen het strafrecht en het bestuursrecht op 11-11-11 als het hoogtepunt. Wel ben ik natuurlijk blij dat een noot van mij is gekozen tot beste noot van de AB in 2015.

U schreef een noot bij een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2014, over een leraar die een boete had gekregen van het UWV. Wat was het belang van deze uitspraak voor de evenredige boeteoplegging?

De uitspraak van de Centrale Raad van 24 november 2014 (AB 2015/8) is van groot belang voor de rechtszekerheid (geen zwaardere straf met terugwerkende kracht) en voor de evenredigheid van bestraffing.

Enerzijds heeft de Centrale Raad het overgangsrecht van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Wet aanscherping) onverbindend verklaard wegens strijd met allerlei verdragsbepalingen, omdat in strijd met het leerstuk van ‘nulla poena sine lege’ een overtreding met terugwerkende kracht zwaarder wordt beboet. Deze uitspraak laat eens te meer zien dat geluiden binnen en buiten het parlement die de strekking hebben dat de rechter niet meer zou mogen toetsen aan rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, omdat daarmee de klassieke machtenscheiding zou worden doorbroken, dom en gevaarlijk zijn. Onze wetgever maakt namelijk soms wetten die echt zakken onder het minimumniveau van rechtsbescherming. Nu de rechter niet wetten aan de Grondwet mag toetsen is het te meer van groot belang dat hij wel kan toetsen aan bijvoorbeeld het EVRM en het EU-Handvest.

Anderzijds heeft de Centrale Raad binnen de wet naar mogelijkheden gezocht om de lagere uitvoeringsregeling die boetes fixeerde op 100% van de ten onrechte verstrekte uitkering (deze boete heeft plaats naast de volledige terugvordering van de uitkering) van haar scherpe kantjes te ontdoen.

De Centrale Raad van Beroep gaf het UWV een tik op vingers. Terecht?

De uitvoeringsinstantie kreeg hier een tik op de vingers, maar eigenlijk is dus vooral de wetgever teruggefloten. Dat is mijns inziens volkomen terecht.

U ziet als stafjurist bij de rechtbank heel wat procedures tegen overheidsinstanties binnenkomen. Wat betekent dat voor uw beeld van hoe de overheid met de burgers omgaat?

In het algemeen geldt dat de meeste besluiten van bestuursorganen de rechterlijke toets doorstaan. Dat is goed, want anders zou het openbaar bestuur in Nederland zwaar onder de maat zijn. Waar de bestuursrechter de burger in het gelijk stelt is dat vaak omdat het bestuursorgaan niet zorgvuldig heeft gekeken naar het concrete geval of dat het bestuursorgaan een besluit heeft gebaseerd op wetgeving die volgens de rechter strijdig is met een hogere rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Een zeer belangrijke rechtsbron vind ik het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Dit bevat een aantal minimumnormen waaraan de lidstaten moeten voldoen zoals de ‘rule of law’ en toegang tot een onafhankelijke rechter.

Als u uw buurmeisje van zes moet uitleggen wat uw werk inhoudt, wat zegt u dan?

Dat ik me bezig hou met bestuursrechtspraak. Dat betekent dat een burger – jij en ik – die het niet eens is met de overheid (bijvoorbeeld de burgemeester van Rotterdam) naar de rechter kan gaan, die vervolgens zegt wie gelijk heeft. Dat doet de rechter niet op grond van wat hij zelf vindt, maar door wetboeken en uitspraken van andere rechters te bestuderen. Poeh, het is toch niet zo eenvoudig om het eenvoudig te zeggen.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

Overheid.nl en rechtspraak.nl vind ik fantastische sites.

Welk boek las u het laatst?

Ik lees momenteel de laatste roman van John Irving. Daarvoor heb ik de westernstrip Blueberry weer eens ter hand genomen, want die verschijnt momenteel in een integrale hardcover-uitgave.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Ministerie van Justitie en Veiligheid zoekt een

Scroll naar boven