Mr. van de woensdag: Beatrix van Erp-Jacobs

Beatrix van Erp-JacobsMr. van de dag is prof. Beatrix van Erp-Jacobs (Universiteit van Tilburg). Zij aanvaardt op 5 september haar ambt als bijzonder hoogleraar Oud-Vaderlands Recht, met de oratie getiteld ‘Ius patrium en ius commune’.

Beatrix van Erp-JacobsMr. van de dag is prof. mr Beatrix van Erp-Jacobs (Universiteit van Tilburg). Zij aanvaardt op 5 september haar ambt als bijzonder hoogleraar Oud-Vaderlands Recht, met de oratie getiteld ‘Ius patrium en ius commune’.

Wat is de centrale stelling van uw oratie?
Universitair geschoolde juristen gingen vanaf de opkomst van de universiteiten in Europa in de 11de eeuw hun kennis van het geleerde Romeinse en canonieke recht in de praktijk brengen, zodat dit geleerde recht zich ging mengen met het lokale en regionale inheemse recht en dit soms zelfs ging overvleugelen. Er ontstond daardoor echter niet één rechtssysteem in Europa, maar er ontwikkelden zich vele iura communia of common laws. Het geleerde ius commune en het ius patrium, het eigen lokale en regionale gewoonte- en wettenrecht en de privileges, vormden wel overal samen een medaille, maar de dikte van de beide zijden kon in tijd en per regio verschillen. Het hangt af van welke zijde je de medaille bekijkt of je meer van het een of het ander ziet.

Wat is daarvan de relevantie voor het recht, en tot welke aanbevelingen komt u?
In de discussies over de rechtsontwikkeling in het hedendaagse Europa staan voorstanders van volledige harmonisatie en unificatie tegenover groepen die dit willen tegengaan, omdat zij het verlies van eigen recht betreuren. Kijken naar de ontwikkelingen in de zes eeuwen vóór de periode van de codificatie van het recht in wetboeken rond 1800 levert een mogelijke relativering op voor beide standpunten. Ondanks de receptie van het Romeinse en canonieke recht is er niet een ius commune ontstaan, maar is er rechtspluralisme gebleven. Hoewel er het eigen recht voorop bleef worden gesteld, zijn er via de receptie echter ook veel rechtsregels gelijk geworden.

Is het in lijn met/een breuk t.o.v. de bestaande leer/jurisprudentie? En zo ja, waarom is uw idee beter?
Over het al dan niet bestaan hebben van een Europees ius commune bestaan verschillende opvattingen. Ik volg de stroming die zegt dat dit niet het geval is geweest. Er is meestal vooral naar de invloed van het Romeinse recht op en de verdringing van het traditionele ‘vaderlandse’ recht gekeken. Ik wil juist naar de andere kant van de medaille kijken om te zien waar, hoe, hoe sterk en waarom de lokale en regionale privileges, gewoonten en wetten overeind zijn gebleven tegen het geleerde recht in.

Wat is de leukste stelling in uw proefschrift?
Of het KNMI in de weerberichten bij een temperatuur beneden het vriespunt nu de term ‘nachtvorst’ of ‘vorst aan de grond’ gebruikt, het blijft koud.

Wie was bij het schrijven van uw proefschrift uw bron van inspiratie?
Mijn proefschrift gaat over het middeleeuwse stadsbestuur van ‘s-Hertogenbosch. Mijn bron van inspiratie was niet zozeer een persoon, maar ik heb veel gehad aan de opzet van het Handboek van het Nederlands staatsrecht van Van der Pot-Donner. De benadering van enerzijds kijken naar de organen van de staat of de bestuursinrichting en anderzijds naar de functies van de overheidsorganen heb ik vertaald naar een middeleeuwse stedelijk-constitutionele situatie en daarom eerst de ontwikkeling van de belangrijkste organen beschreven en vervolgens justitie, wetgeving, politie en financiën als functies besproken.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?
Voor rechtshistorisch onderzoek zijn archiefbescheiden van groot belang. Daarom hecht ik sterk aan een goede Archiefwet. In de huidige Archiefwet luidt art. 3:
De overheidsorganen zijn verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

Welk wetsartikel het slechtst?
Wat is slecht? In het kader van mijn oratie, waarin gewoonterecht een rol speelt, denk ik aan art. 5 van de Wet algemene bepalingen. Dit artikel kan mijns inziens, net als art. 3 waarbij dat reeds is gebeurd, vervallen. Gewoonterecht contra legem is – ondanks dat dit artikel zegt, dat een wet alleen door een latere wet haar kracht kan verliezen – altijd erkend.

Wat is het hoogtepunt uit uw juridische carrière?
Mijn benoeming als hoogleraar. Dat is in de wetenschap toch het hoogst haalbare.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?
http://www.overheid.nl/ en http://www.parliament.uk/

De site van het parlement van het Verenigd Koninkrijk vind ik echt een hele mooie en informatieve, zowel voor wie de dagelijkse werkzaamheden van het parlement wil volgen als voor wie, zoals ik, een historisch gerichte belangstelling heeft.

Welk boek las u het laatst?
Afgezien van vakliteratuur, The 2 ½ Pillors of Wisdom van Alexander Mc.Call Smith, een voormalig juridisch hoogleraar aan de Universiteit van Edinbugh. Geweldige beschrijving en persiflage van het universitaire wetenschapsbedrijf met in de hoofdrol Professor Doktor Moritz-Maria von Igelfeld.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?
Liever geen gevangeniscel, maar als dat toch zou moeten, dan gewoon met mijn man.

Weet u een goede Mr. van de Dag? Mail ons: redactie@mr-magazine.nl

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven