Nieuwe eistijd in Australië

Delen:

Gordon Brown heeft zich verontschuldigd voor wandaden begaan tegen Britse achterstandskinderen die van 1920 tot 1967 zijn gedeporteerd naar Australië. De bedoelingen van die emigratie leken goed. Australië had niet genoeg inwoners en de kinderen moesten een nieuwe kans krijgen. De praktijk was anders. Nogal eens werden de kinderen als slaven gehouden en seksueel misbruik was niet ongewoon.

Kevin Rudd, premier van Australië, had zich een jaar eerder al verontschuldigd voor wandaden begaan tegen de oorspronkelijke bevolking. Tot diep in de 20ste eeuw zouden Aborigines zijn behandeld als Hitlers Joden. Tenminste, dat schreef Paul Bartrop, toen nog verbonden aan de verder weinig bekende Deakin University, down under.

Dergelijke boetedoeningen komen steeds vaker voor. Nogal eens is de collectieve verontwaardiging over tenminste vermeend historisch onrecht sterk genoeg om hedendaagse regeringsleiders op de knieën te dwingen. “Links” lijkt er in het algemeen voor te zijn, “rechts” doet er meestal niet aan mee. (Brown en Rudd zijn beiden Labour).

Zo verscheen in The Spectator – dit even rechts als lezenswaardig bolwerk van things real British – van 21 november jl. een vilein commentaar van Rod Liddle op Browns publieke schuldbewustzijn jegens de gedeporteerde kinderen en andere “huilebalkerij” van politici over wandaden van hun voorgangers. Brown had die kinderen toch niet zelf op de boot gezet? Zijn voorganger Blair heeft zich verontschuldigd voor de 19de eeuwse hongersnoden in Ierland, maar hij had die aardappeloogsten toch niet zelf laten mislukken? Dergelijke verontschuldigingen wekken valse verontwaardiging bij hedendaagse Ieren, alsof hun lot nog steeds van die rotte knollen afhangt. Diezelfde Blair nam ook de schuld op zich voor de slavernij en het lot van de Maori’s, zonder – voor zover bekend – ooit zelf slaven en/of Maori’s te hebben gehouden. Bovendien waren en zijn er zoveel anderen die eerder en later dan de Britten slaven hielden. Zij hebben zich nooit verontschuldigd en waarom moest Blair dat dan wél doen?

Zo gaat Liddle nog een tijdje door, suggererend dat die schijnheilige verontschuldigingen alleen zijn bedoeld om stemmen te winnen. Maar rechts of links, zijn redeneringen zijn niet sterk. Regeringsleiders spreken hier niet voor zichzelf, maar voor de staten die zij dienen. Die staten zijn niet van vandaag of gisteren. Politiek, juridisch én moreel staat een staat voor zijn verleden, heden en toekomst. Verontschuldigingen worden niet overbodig door het zwijgen van anderen die hetzelfde op hun kerfstok zouden hebben.

Liddle biedt maar één reden tegen verontschuldigingen door staten voor historische wandaden die hout kan snijden. Slachtofferismen bij echte of veronderstelde nazaten van slaven, hongerdoden, gedeporteerde kinderen en erger kunnen misplaatste gevolgen zijn van publieke verontschuldigingen. Die verontschuldigingen vooronderstellen immers dat echt iets verkeerd is gedaan en dat er nog mensen zijn die daaronder lijden. Voor de doden hebben die verontschuldigingen geen zin. Zij lezen en horen niet meer.

Hier zit meer in dan Liddle weet te brengen. Slachtofferisme leidt tot druk om te verontschuldigen, net zo goed als eenmaal gedane publieke schuldbekentenissen dat zelfde slachtofferisme kunnen versterken. Dat kan weer leiden tot de verongelijktheid van De Nieuwe Eistijd. Zo kunnen verontschuldigingen hun eigen schade scheppen. Maar het moet gaan om de historische schade, en om de vraag wie of wat die heeft veroorzaakt en wie er schuld aan heeft.

Schade is het nadelige verschil tussen de geschiedenis mét de schadelijke gebeurtenis en de geschiedenis zonder die gebeurtenis. Bijvoorbeeld: hedendaagse nazaten van 19de-eeuwse aardappeleters in Ierland moeten het aantoonbaar slechter hebben dan in een historisch scenario waarin de hongersnood niet voorkwam. De hongersnood moet zijn veroorzaakt door de Britse overheid, die zich daarin niet kan beroepen op overmacht. Is dat nog wel vast te stellen? Of kan zelfs worden gesteld dat hedendaagse Ieren zulke tough fellows zijn omdat hun voorouders het moeilijk hebben gehad? En/of dat de hongersnood ook zonder doen of laten van de Britse overheid zou zijn gebeurd, zodat zelfs aan het vereiste van condition sine qua non niet wordt voldaan?

Intussen bieden de Aborigenes van Australië misschien wel het meest dramatische voorbeeld van deze en dergelijke dilemma’s. De causaliteit achter hun ondergang lijkt duidelijk genoeg. Minimaal 40.000 jaar lang beheersten zij hun continent, voor zover bekend in redelijke welvaart. Aan het einde van de 18de eeuw maakten Britse kolonisators er binnen tientallen jaren een einde aan. Tot op de dag van vandaag leeft een gedecimeerde oorspronkelijke bevolking voor een groot deel op dole & drugs.

Dat leidt weer tot nieuwe vragen. Wat zou er met de Aborigenes zijn gebeurd als de Britten zich niet in Australië hadden gevestigd? Dan had het toch ook slecht met hen kunnen aflopen? Maar dat de schade ook anders had kunnen worden veroorzaakt is geen verontschuldiging. Is dat beginsel zonder meer vol te houden in historisch perspectief? Nog afgezien van de vraag wat de hedendaagse staat van de Aborigenes in Australië precies te maken heeft met wat hun voorouders is overkomen.

Wie er bij blijft dat haar lot het gevolg is van wandaden van anderen, hoe waar dat ook kan zijn, zal minder geneigd zijn om het heft toch in eigen hand te nemen. Dat geldt niet alleen voor sommige Aborigenes. Geestelijk en lichamelijk mishandelde kinderen kunnen blijven hangen in het eeuwig uitblijven van verontschuldigingen en compenserende maatregelen zijdens hun ouders. Dat maakt “de anderen”, kolonisten, ouders of wie dan ook, groter dan zij eigenlijk zijn, in onderschatting van eigen vrijheid om iets van het leven te maken.

Nog verder terug gaan twijfels aan verontschuldigingen gebaseerd op twijfels aan historische gebeurtenissen die schade zouden hebben veroorzaakt. Zo zijn Rudds verontschuldigingen voor uithuisplaatsing van Aboriginal kinderen in twijfel getrokken op grond van archiefonderzoek dat diezelfde Rudd niet tijdig zou hebben bereikt. Bartrops infame vergelijking van die kinderen met Hitlers Joden deed het kennelijk beter dan de historische feiten. Tenminste, dat stelt Keith Windschuttle in The Fabrication of Aboriginal History (drie delen, sinds kort compleet). Zijn feiten en cijfers lijken te goed gedocumenteerd om te kunnen worden afgedaan als “rechtse” ideologie.

Publieke verontschuldigingen door staten voor historische wandaden spreken dus niet vanzelf. Slachtofferismen en nieuwe eistijden kunnen de niet altijd gewenste gevolgen zijn. Het moet ook niet gaan om holle woorden, maar om daadwerkelijke schadevergoeding. Zo moet aan het lot van hedendaagse Aborigines zonder meer iets worden gedaan. Zij en wij kunnen niet meer terug, maar een betere toekomst is niet ondenkbaar. De staat kan er iets aan doen, of dat nu wordt gebaseerd op retributieve rechtvaardigheid van schadevergoeding of op distributieve rechtvaardigheid van redelijke mogelijkheden voor iedereen. Weer scheiden zich de wegen van “links” en “rechts”. Al is het de vraag of “rechts” ook zonder enige verontschuldiging en schadevergoeding elke distributieve rechtvaardigheid voor Aborigenes en andere verliezers van de geschiedenis links kan laten liggen.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven