OM-topman: ‘7,5 is mooie beoordeling’

Hoe ver is het Openbaar Ministerie met de belangrijkste aanbevelingen van de commissie-Fokkens die onderzoek deed naar integriteitsschendingen door twee hoofdofficieren? Mr. sprak met Tweede Kamerlid Chris van Dam, oud-hoofdofficier Kitty Nooy, voorzitter Jaap Smit van de begeleidingscommissie en natuurlijk met voorzitter Gerrit van der Burg van het College van procureurs-generaal: “Met de rationele kant liggen we behoorlijk op tempo, maar het verbeteren van het gespreksklimaat duurt langer.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
time-for-a-change-2015164_1280
Beeld: Pixabay

Er was bij het Openbaar Ministerie te weinig zelfreinigend vermogen, en ethisch leiderschap ontbrak. Dat waren vorig jaar de belangrijkste conclusies van de commissie-Fokkens, die met een reeks voorstellen tot verbetering kwam.

Het onderzoek van de commissie-Fokkens werd ingesteld nadat in 2018 door publicaties in NRC aan het licht kwam dat hoofdofficier van justitie Marc van Nimwegen jarenlang loog over zijn liefdesrelatie met collega-hoofdofficier Marianne Bloos. De leiding van het OM greep ondanks een constante stroom geruchten niet in.

Kitty Nooy
Kitty Nooy

Kitty Nooy ondernam in 2014 wel actie. Als toenmalig hoofd van het Bureau Integriteit Openbaar Ministerie (BIOM) bracht ze de secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie op de hoogte van de geluiden over de relatie tussen Van Nimwegen en Bloos, en over de onrust die dat gaf. Voorzitter Herman Bolhaar van het College van procureurs-generaal besloot, na een gesprek met de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, vervolgens om Van Nimwegen naar Rotterdam te verplaatsen, waarna hoofdofficier Fred Westerbeke tegen zijn zin werd overgeplaatst naar het Landelijk Parket. De hoofdofficier van dat parket, Gerrit van der Burg werd lid van het College. Deze stoelendans werd later bekend als ‘de carrousel’.

Ethisch leiderschap

Nooy, die inmiddels is vertrokken bij het Openbaar Ministerie, benadrukt nu dat er op het gebied van integriteit veel goede dingen gebeuren. “Het Bureau Integriteit Openbaar Ministerie is uitgebreid, de benoemingsprocedures zijn veranderd, klachtenprocedures zijn onafhankelijker, dat is allemaal goed. Maar over het ethisch leiderschap van de OM-top heeft ze haar twijfels. “Ethisch leiderschap is bij het OM nog steeds onvoldoende aanwezig.” Nooy haakt aan bij de definitie die de commissie-Fokkens gebruikt: leiders moeten zelf zichtbaar morele leiders zijn.

“Het OM concentreert zich op integriteit,” zegt Nooy die nu als ondernemer advies geeft over ethisch leiderschap. “Integriteit is belangrijk want die was ver te zoeken. Maar je moet het ook zichtbaar maken, en daar zit het probleem.”

Ze illustreert dat met de afhandeling van klachten tegen een hoofdofficier, eind juni dit jaar. Medewerkers hebben geklaagd over ongewenste omgangsvormen, grensoverschrijdend gedrag en een vermoeden van integriteitsschendingen, en een deel van de klachten is gegrond verklaard.

Nooy: “Ik zou graag zou zien dat het College zich openlijk afvraagt wat het beter had kunnen doen in deze zaak. Was het verstandig deze man op die plek te zetten, en hadden de klachten beter afgehandeld moeten worden. Dat mis ik. Het heeft met moed en wijsheid te maken dat je durft te zeggen: ‘Dat hadden we als College anders moeten doen’. Je kunt een klacht ook als een gratis advies zien, dan kun je we ervan leren. Nu wordt er te defensief gehandeld.”

Doorgeschoten loyaliteit

In de analyse van Nooy is niet-integer gedrag van ambtenaren het gevolg van doorgeschoten loyaliteit. “Ambtenaren moeten loyaal zijn, maar niet té. Je ziet het bij de Belastingdienst, Defensie, het OM. Om dat te veranderen, heb je ethisch leiderschap nodig.”

Gerrit van der Burg
Gerrit van der Burg (Foto: Friso Keuris)

Het Openbaar Ministerie heeft vorig jaar in een Plan van Aanpak de stappen uiteengezet om de integriteit te verbeteren. OM-topman Gerrit van der Burg onderscheidt daarin twee hoofdlijnen: de rationele kant en de gevoelskant. “Met de rationele kant liggen we behoorlijk op tempo,” zegt Van der Burg. Hij doelt daarbij op zaken als beleidsontwikkeling, benoemingsprocedure, personeelsbeleid en het instellen van commissies: “Allemaal dingen waarin we verbeteringen hebben doorgevoerd.”

Maar, benadrukt hij: “Nog belangrijker is de gevoelskant: het verbeteren van het gespreksklimaat. Daarbij is de inzet dat elke OM’er zich veilig voelt om te bespreken wat hij of zij wil bespreken. En dan heb ik het niet alleen over integriteitskwesties, maar ook over andere ongemakkelijke gespreksonderwerpen waar een kritische houding juist op prijs wordt gesteld.”

Die cultuurverandering duurt een paar jaar, denkt Van der Burg. “De leiding moet het voorbeeld geven. Dus voorleven, je zelf kwetsbaar opstellen, durven leren van fouten, iedereen met fatsoen en respect behandelen.”

Open gesprekken

Hij hoort vanuit de organisatie dat er voor open gesprekken meer ruimte is. “Maar als ík dat zelf zeg, klinkt dat misschien subjectief. Daarom steken we regelmatig de thermometer in de organisatie. Dat doen we door planning & control-gesprekken, maar ook door overleg met de ondernemingsraden van de OM-onderdelen en andere gremia binnen het OM. We stellen overal de vraag hoe het gaat naar het gevoel van de mensen.”

Van der Burg zegt dat hij zijn opdracht tot ethisch leiderschap elke dag probeert waar te maken. Over de opmerking van Kitty Nooij zegt hij: “Iedereen heeft recht op zijn eigen mening. Bij een klacht zoals die tegen een hoofdofficier waar Kitty Nooy het over heeft, heb je als werkgever zorgvuldigheid te betrachten tegenover de klagers, maar je hebt ook een werkgeversverantwoordelijkheid ten opzichte van de beklaagde. We hebben allerlei afwegingen gemaakt en daarbij reflecteren we zeker ook op wat we zelf wel of niet hebben gedaan. Maar dit zijn geen thema’s waarmee je ongebreideld naar buiten kunt gaan. Ik begrijp de opmerking van Kitty Nooy, maar er zijn een hoop afwegingen zijn die Kitty niet kent, simpelweg omdat ze het verhaal alleen in de krant heeft gelezen.”

Nooy noemt die laatste bewering pertinent onjuist. “Ik spreek nog regelmatig oud-collega’s onder wie vrienden en vriendinnen. Ik hoor dus regelmatig wat er gebeurt binnen het OM.”

Wake-up-call

Het OM plukt nu de vruchten van alle inspanningen, zegt Jaap Smit. De commissaris van de Koning in Zuid-Holland is voorzitter van de commissie die de voortgang van de ontwikkelingen binnen het OM begeleidt. “Het rapport-Fokkens was een enorme wake-up-call,” zegt Smit die voorzitter is van de begeleidingscommissie. Die bestaat naast Smit uit Marja van Bijsterveldt (burgemeester van Delft), Gjalt de Graaf (hoogleraar integriteit aan de Vrije Universiteit) en Hans van der Vlist (directeur van ABD Topconsult).

Smit, die eerder actief was als predikant, consultant, directeur van Slachtofferhulp Nederland en voorzitter van het CNV, zegt dat het OM vooruitgang boekt. “Een cultuuromslag vergt langdurige aandacht, zeker als het gaat om integriteit. Het risico is levensgroot dat je vervalt in regels, procedures, gedragscodes en protocollen. Ik geloof eerder in afspraken over hoe je het gesprek op gang brengt en hoe je met elkaar om gaat. Geen klikspaancultuur, maar zaken op een open manier aanhangig maken. Daar is het OM goed mee bezig.” Hij wijst in dit verband naar zeepkistsessies, bijeenkomsten met leidinggevenden en ook naar gesprekken van het College met de Kritische Vrienden (medewerkers van het OM).

Het borgen van integriteit is geen rocket science, vindt Smit: “Maak duidelijk wat wel en niet mag. Door trainingen, bijeenkomsten, ingrijpen als het mis is. Het gaat om hoe je als mensen met elkaar omgaat, wat het voorbeeldgedrag is, hoe je handelt als dingen fout gaan. Bespreek dilemma’s.”

De belangrijkste boodschap die Smit het OM wil meegeven: “Schiet niet in een kramp, hou je kerntaken overeind, blijf met elkaar in gesprek. Los het op in de tijd.”

Een oerwoud aan commissies

Chris van Dam
Chris van Dam

CDA-Tweede Kamerlid Chris van Dam werkte zelf negentien jaar bij het OM, het laatst als plaatsvervangend hoofdofficier. “Er is een oerwoud aan commissies ontstaan,” constateert Van Dam. “Als je cultuur toetsbaar wilt veranderen, doe je dat in het algemeen met cursussen en procedures en organen, maar we weten ook allemaal dat het in het hart van de mensen en de organisatie moet landen, en dat is minder gemakkelijk.” Daarom heeft Van Dam in een motie gepleit voor een paragraaf over ethisch leiderschap in het jaarverslag van het OM. Die paragraaf is er ook gekomen: in de recentste editie van het jaarverslag besteedt het OM hier uitgebreid aandacht aan.

Hij vindt ook dat het tijd is voor vers bloed in de leiding. “Het OM is nu een club van mensen die er allemaal twintig of dertig jaar werken, en dat is logisch omdat het een vak apart is. Er is nu een soort eilandcultuur ontstaan: je weet dingen van elkaar, je vergoelijkt dingen, je accepteert gedrag dat je in de normale wereld niet zou accepteren, en daar heeft gebrek aan ethisch leiderschap een rol in gespeeld.”

Van Dam noemt het van belang dat op strategisch niveau mensen binnenkomen die hun sporen hebben verdiend in andere organisaties. “Mensen die vraagtekens zetten bij gedrag dat binnen een organisatie normaal wordt gevonden.” Gerrit van der Burg noemt vers bloed in de top ‘heel belangrijk’. Hij legt uit dat de OM-top uit ongeveer 45 mensen bestaat: per onderdeel een hoofdofficier, een plaatsvervangend hoofdofficier en een directeur bedrijfsvoering. “Wij hebben de afgelopen jaren negen nieuwe directeuren bedrijfsvoering benoemd, en zeven komen van buiten. Dus we krijgen vers bloed binnen.”

Aanslag in de tram

Van der Burg wil ook meer hoofdofficieren en plaatsvervangend hoofdofficieren uit andere organisaties rekruteren. “Maar dat is lastiger. Een hoofdofficier moet vier belangrijke competenties hebben: leidinggeven, verbinding maken met het bestuurlijke veld, vakkennis hebben en ervaring hebben met het omgaan met crises. Die eerste drie competenties zijn niet altijd een probleem, maar juist die ervaring met crises is de valkuil. Als je op maandag de nieuwe hoofdofficier van Utrecht bent en op dinsdag is er een aanslag in een tram, dan moet je in het driehoeksoverleg zonder assistentie een gezaghebbend standpunt vanuit het OM hebben. Daarvoor heb je vlieguren in onze organisatie nodig. Dat kan niet zo makkelijk van de ene dag op de andere.”

Van der Burg hoopt dat het binnenhalen van externe topmensen in de toekomst beter gaat lukken. “We gaan werken met de constructie van ‘toegevoegd lid parketleiding’. Mensen van buiten met de relevante ervaring krijgen dan de gelegenheid om als lid van de parketleiding verantwoordelijkheden op te bouwen. Na één of twee jaar kunnen we dan kijken of ze hoofdofficier of plaatsvervangend hoofdofficier kunnen worden.”

Rest de vraag hoe ver het OM is met ‘Fokkens’. Van Dam zegt: “De storm is over, het OM moet de veranderingen nu internaliseren. Wij moeten als politiek het OM de ruimte geven. Maar ik zal het OM op een afstand zeker blijven volgen.”

Kitty Nooy juicht een aantal veranderingen toe, zoals het nieuwe benoemingenbeleid, waar externen bij betrokken worden. “Maar het College mag zich wat mij betreft kwetsbaarder opstellen.”

Jaap Smit
Jaap Smit

Jaap Smit constateert dat het al een tijd rustig is rond het OM. “Het feit dat Gerrit van der Burg een nieuwe termijn heeft gekregen, zegt dat het proces bij hem in goede handen is.” Op de vraag welk cijfer hij het OM geeft, antwoordt Smit: “Een zevenenhalf, als aanmoediging.”

Van der Burg: “Dat is een mooie beoordeling. Bij de rationele kant van het verbetertraject zijn we aardig op weg. Over de gevoelskant moeten anderen maar oordelen. Voor mij is vooral van belang wat de collega’s daarvan vinden.”

In zijn tweede voortgangsrapportage van 18 maart 2020 schreef Van der Burg dat het evenwicht breekbaar is. “We zijn hard aan het werk,” licht hij nu toe. “Maar als er weer een incident is, dan kan dat leiden tot emoties, en kan het vertrouwen weer afnemen. Daarom zeg ik: laat ons nog even met rust, we hebben tijd nodig om te bouwen. En te blijven doen waartoe we als OM toe op aarde zijn: criminaliteit bestrijden.”

Begin deze maand werd bekend dat Van Nimwegen en Bloos niet strafrechtelijk vervolgd zullen worden voor het onrechtmatig gebruik van justitiële goederen en diensten.

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top