Artikelen

Omgevingsrecht: een oerwoud aan regels

Daan Korsse en Gerrit van der Veen
Daan Korsse en Gerrit van der Veen (foto: Geert Snoeijer)

Het omgevingsrecht is organisch gegroeid, waardoor een onoverzichtelijke massa regelgeving is ontstaan. Gerrit van der Veen (AKD) en Daan Korsse (Van der Feltz advocaten) loodsen hun cliënten er graag doorheen. Zij vertellen in een aflevering van de serie Senior/junior in het nieuwe nummer van Mr., dat 5 oktober verschijnt, over hun studie, de advocatuur en het vak dat zij delen.

“Kijk”, Gerrit van der Veen wijst naar buiten, “daar speelt het omgevingsrecht zich af. Het recht dat ziet op de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke ordening is de harde basis. Vergunningen komen voort uit bestemmingsplannen op grond waarvan het gebied wordt ingedeeld. Het milieurecht stond daar eerst los van, maar werkt op dezelfde zaken in: hinder door uitstoot, trillingen, geluid. Het heeft altijd met de leefomgeving te maken. Omgevingsrecht is de combinatie van die rechtsgebieden. De geïntegreerde mix, als het goed is.”

Al tijdens zijn studie in Utrecht werd de belangstelling van Van der Veen voor het omgevingsrecht gewekt. Het bestuursrecht kreeg hij een beetje van huis uit mee, want zijn moeder had bij de VNG gewerkt en zijn vader was bestuursrechter. De vakgroep Staats- en bestuursrecht deed veel aan omgevingsrecht. “Er zaten helden op dat terrein, zoals Peter van Buuren en Lex Michiels”, kijkt Van der Veen terug. Na zijn studie – waar hij ook, puur uit belangstelling, wat Italiaans bij deed – startte hij zijn promotie-onderzoek. “Ik zag het als een soort verlengd studeren: je verdiept je in het vak zonder dat je je kennis inzet om iets concreets te bereiken. Ik mocht veel verschillende vakken doceren, er was een grote mate van vrijheid. Maar dat proefschrift moest er natuurlijk wel komen. ‘Geen vluchtgedrag’, zei hoogleraar Van Buuren altijd.”

Snaar

Ook Daan Korsse ging na zijn studie – eveneens in Utrecht − eerst promoveren. Hij begon met een studie geschiedenis, richting internationale betrekkingen. Toen hij daarmee klaar was, op zijn 22e, zag hij zich nog niet direct in het werkende leven. “Ik dacht: rechten sluit er mooi bij aan. Dat was inderdaad het geval, met name op het gebied van het bestuursrecht. Bij internationale betrekkingen had ik mij veel met staatsvorming bezig gehouden. Ik heb de rechtenstudie met veel plezier gedaan. Vooral milieurecht raakte direct een snaar. Het is juridisch-technisch boeiend en het gaat over je directe leefomgeving.”

Korsse promoveerde op ‘instructieregels’ in de ruimtelijke ordening en werkte in totaal zeven jaar bij de universiteit. “Toen kon ik bij Van der Feltz advocaten aan de slag. Een nichekantoor, waar op hoog niveau wordt gewerkt. Het was voor mij het juiste kantoor op het juiste moment.”

Belangen

Daarmee volgde Korsse een soortgelijk pad als Van der Veen 21 jaar geleden insloeg. Na zijn promotie over openbare zaken naar publiek- en privaatrecht, vond deze het tijd zijn kennis in de praktijk te gaan toepassen. In 1997 startte Van der Veen bij het toenmalige Van Wijmen Nouwen, dat later opging in AKD. “Ik wilde aan het begin van trajecten staan in plaats van − zoals ik tot dan toe had gedaan − beschrijvend, achteraf evaluerend. Dat sprak mij aan in de advocatuur.”

Het omgevingsrecht onderscheidt zich van andere rechtsgebieden omdat er zoveel regelgeving is. Van der Veen: “In het privaatrecht heb je het Burgerlijk Wetboek, Rechtsvordering, de Wet op de Rechterlijke Organisatie, en dan heb je de belangrijkste regels wel gehad. Ik zeg niet dat privaatrecht makkelijker is dan omgevingsrecht, maar het is wel handzamer in de regels. Het omgevingsrecht is stukje bij beetje gegroeid. Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuwe regels. De belangen van degene die iets wil in de leefomgeving en die van anderen botsen vaak. Het is aan de overheid om die belangen tegen elkaar af te wegen.”

Korsse geeft een voorbeeld: “Stel, je wilt een strandpaviljoen neerzetten. Past dat in het bestemmingsplan? Wil de omgeving een bouwwerk op het strand? De duinen maken onderdeel uit van beschermd natuurgebied en maken onderdeel uit van de waterkering. Zo heb je te maken met de Wet op de ruimtelijke ordening, de Waterwet, de Wet op de natuurbescherming en Europese regels. Je hebt verder te maken met verschillende overheden: de gemeente, de provincie, het hoogheemraadschap. Die moeten allemaal toestemming geven. En dan gaat het over een strandpaviljoen. Heb je het over een ingewikkeld industrieel complex, dan komt er nog veel meer bij kijken.”

Puzzelen

Er is veel verschillende wetgeving, en bovendien kent het omgevingsrecht een groot aantal uitvoeringsregelingen. “Je moet echt handigheid krijgen in het puzzelen”, zegt Van der Veen. “Omgevingsrecht is puzzelen. De advocatuur voegt daar de mooie dimensie van creativiteit aan toe. Je bedenkt oplossingen voor je cliënt. Iemand die iets wil beginnen in de ruimte, de leefomgeving, krijgt met die complexe gelaagde regels te maken, met die verschillende belangen en verschillende overheden. Je neemt je cliënt bij de hand en loodst hem als het ware door die wereld van gevarieerde subsystemen heen.”

“Het aardige van dit vak is dat er ook politieke en diplomatieke aspecten bij komen kijken”, vult Korsse aan. “Natuurlijk procedeer je als dat nodig is, maar het liefst zit je vooraan in het proces. Hoe krijg je een vergunning? Overheid, kunnen wij praten? Je probeert te zorgen dat je cliënt krijgt wat hij wil, terwijl iedereen om hem heen tevreden is. Je opereert op meerdere fronten.”

Overkoepelend

Rond 2021 wordt een nieuwe, overkoepelende wet verwacht: de Omgevingswet. Van der Veen: “Die wet gaat 26 wetten vervangen. Van al die gevarieerde subsystemen gaan we, als het goed is, naar een algemeen overkoepelend concept. Vergunningen gaan meer op elkaar lijken, procedures komen meer op één lijn. Het zou makkelijker moeten worden.”

Het doel van de wet is de complexiteit oplossen door de organisch gegroeide regelgeving op te ruimen. Een prima idee. Maar, zegt Korsse, het gevaar is dat het onoverzichtelijk wordt. “De bevoegdheden worden nu bij elkaar gezet. De gemeente is bevoegd, zo is de basisgedachte, maar er zijn zoveel diffuse subregels en nuanceringen op bedacht dat het toch niet altijd zo duidelijk is.” Van der Veen beaamt dat: “De Omgevingswet maakt vaak geen duidelijke keuzes wie waarover gaat. Als meerdere overheden een handhavingstaak hebben zijn er twee risico’s. Laten ze het probleem liever liggen, dan gaan ze naar elkaar wijzen. Vinden dat ze er beide over gaan, dan vliegen ze elkaar in de haren. Bij kwesties als bijvoorbeeld de brand bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk kunnen dat soort problemen spelen. Maakt de wetgever geen strakke keuze, dan bevordert dat conflicten. En we zijn het erover eens dat de Omgevingswet vaak geen strakke keuze maakt.”

Urgenda

Het klimaat bevindt zich aan de rand van het omgevingsrecht, zegt Van der Veen. “Er komt een afzonderlijke Klimaatwet, die gaat over de uitstoot van broeikassen met op termijn redelijk verreikende gevolgen. Burgers kunnen zich er niet rechtstreeks op beroepen. Ik verwacht die wet zo rond 2020.”
In de Urgenda-zaak ging het om de vraag: kun je de Staat via de rechter dwingen meer te doen dan de Staat zelf van plan was? “Een van de aandachtspunten is: waar ligt de grens tussen rechter en bestuur? Een ander aandachtspunt is dat de kennis, de inzichten en de beoordelingsmethodieken op het gebied van klimaatverandering steeds in beweging zijn. De initiële dagvaarding is uit 2013, het vonnis van de rechtbank uit 2015 en het hoger beroep dient in 2018. Belangrijke vraag is dan ook: waar hebben we het op dit moment over?”

Reparaties

Het omgevingsrecht zal in beweging blijven, verwachten Van der Veen en Korsse. “Klimaatdoelen worden aangescherpt, technieken verbeteren, er zijn nieuwe inzichten over gevaarlijke stoffen en over de indeling en het gebruik van de ruimte”, zegt Korsse. “Dat blijft in ontwikkeling en het recht zal daarop blijven reageren.” Van der Veen: “Op korte termijn zullen al reparaties in de Omgevingswet nodig zijn. Het Burgerlijk Wetboek gaat langer mee. Wij blijven onze cliënten door het oerwoud van regels loodsen.”

Gerrit van der Veen (1967) is advocaat-partner bij AKD in Rotterdam. Hij is gespecialiseerd in bestuursrecht en omgevingsrecht. Zijn praktijk richt zich met name op het algemeen bestuurs-(proces)recht, openbaar bestuur en privaatrechtelijk overheidshandelen, omgevingsrecht/milieuaansprakelijkheid, subsidierecht en bestuursrechtelijke schadevergoeding, mijnbouwwetgeving en daaraan verbonden aansprakelijkheden. Van der Veen promoveerde op Openbare zaken en is naast zijn praktijk sinds 2014 bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Daan Korsse (1982) is sinds augustus 2016 stagiaire bij Van der Feltz advocaten in Den Haag, waar hij voornamelijk in de omgevingsrechtelijke praktijk werkt, en dan met name op het gebied van het ruimtelijke-ordeningsrecht. Hij promoveerde in 2015 op een onderzoek naar instructieregels in de ruimtelijke ordening: Ruimtelijke ordening op niveau. Korsse is, naast zijn praktijk als advocaat, universitair docent bestuursrecht, in het bijzonder omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht.

Thema

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Henriette van Wermeskerken

Henriette van Wermeskerken

Henriette van Wermeskerken studeerde rechten in Utrecht en werkt als freelance (juridisch) journalist en tekstschrijver. Sinds 2009 is zij vaste medewerker van Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures