Omzet-gerelateerde geldboetes

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op 1 januari jl. is de Wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit in werking getreden. Deze wet brengt verruimde delictsomschrijvingen, verhoogde strafmaxima, verlengde verjaringstermijnen en meer opsporingsbevoegdheden voor economische delicten. Voor rechtspersonen introduceert deze wet bovendien de omzet-gerelateerde geldboete. Indien de maximale geldboetecategorie geen passende bestraffing toelaat, zal de rechter tegenwoordig een geldboete kunnen opleggen tot ten hoogste 10% van de jaaromzet van de rechtspersoon.

De omzet-gerelateerde geldboete is bekend uit het mededingingsrecht. De strafwetgever heeft zijn inspiratie daar ook opgedaan: de toelichting op het voorstel was woordelijk gelijk aan de toelichting op de Mededingingswet. Binnen het strafrecht betekent deze wetswijziging echter een forse breuk met de bestaande systematiek. Voortaan is het ultieme boetemaximum voor de rechtspersoon niet meer op voorhand vast te stellen; de buitengrens is flexibel geworden en beweegt mee met actuele jaaromzetten. Bij samenloop van strafbare feiten lijkt verder “gewoon” boetecumulatie mogelijk. In theorie zou dan bij tien delicten zelfs een geldboete van 100% van de jaaromzet kunnen volgen.

In de context van het mededingingsrecht is het niet vreemd de boete voor een kartel-deelnemer te relateren aan de door het kartel gerealiseerde omzet. Die omzet is immers behaald door het verboden gedrag. Strafbare feiten staan echter lang niet altijd in relatie tot enige omzet. Denk aan delicten als dood door schuld of het niet-naleven van administratieve verplichtingen. Waarom zou de omzet van de rechtspersoon hier als maatstaf moeten dienen voor de boete?

In de gedachtegang van de wetgever is de draagkracht van de rechtspersoon bepalend voor de hoogte van de geldboete. Hoe “kapitaalkrachtiger” de rechtspersoon, des te hoger de boete die hem moet kunnen treffen. Hiermee wordt afstand genomen van de traditionele opvatting binnen het strafrecht dat niet de draagkracht van de dader, maar de ernst van het delict bepalend moet zijn voor de hoogte van de geldboete. De miljonair die een verkeersovertreding begaat, wordt daarom niet wezenlijk zwaarder bestraft dan Jan Modaal die hetzelfde delict begaat. Waarom zou dat anders moeten zijn indien de dader een rechtspersoon is?

De wetgever is een beetje doorgedraafd, maar hopelijk houdt de strafrechter het hoofd koel.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Wageningen University & Research zoekt een

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top