Opmerkelijk vonnis: zelf-incriminatie wordt alsnog met uitsluiting gesanctioneerd

Een rechter acht het gerechtvaardigd dat een partij wordt uitgesloten op grond van het afleggen van een abusievelijk onjuiste verklaring. Dit harde oordeel lijkt niet proportioneel en is onnodig.
Depositphotos

Overheden zijn verplicht om niet-integere partijen uit te sluiten van aanbestedingen. In dat verband zijn in de Aanbestedingswet diverse uitsluitingsgronden opgenomen.

In een niet-openbare aanbesteding kreeg een onderneming (Necess) hiermee te maken. Partijen die voor selectie in aanmerking wilden komen dienden allen op het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) te verklaren dat zij de afgelopen drie jaar over een positief eigen vermogen hebben beschikt. Necess heeft verklaard daaraan te voldoen. Controle vindt op grond van de aanbestedingsstukken pas ná voorlopige gunning plaats.

Kort na ontvangst van de selectiebeslissing bemerkt het bestuur van Necess dat enkele jaarrekeningen een fout bevatten, waardoor in de bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen ten onrechte een negatief eigen vermogen is opgenomen. Er wordt onmiddellijk actie ondernomen om dit te herstellen. Parallel daaraan bericht Necess – die zich kennelijk dan realiseert dat het UEA strikt genomen verkeerd is ingevuld – de aanbestedende dienst uit zichzelf hierover. Kort daarna wordt de fout rechtgezet en beschikt Necess alsnog over de vereiste jaarrekeningen met een positief eigen vermogen. 

Necess verzoekt de aanbestedende dienst om te worden toegelaten tot de gunningsfase. Dit wordt geweigerd met (onder meer) als reden dat op Necess een uitsluitingsgrond van toepassing is: zij heeft een valse verklaring afgelegd.

Necess berust niet in deze beslissing en wendt zich tot de rechter, maar dit mag niet baten. De rechter wijst in een betrekkelijk kort vonnis de vorderingen integraal af. De rechter oordeelt dat het voor rekening en risico van Necess komt dat zij de stelling dat zij beschikte over een positief eigen vermogen over drie boekjaren op rij positief heeft beantwoord, terwijl dat feitelijk op het moment van afgifte van het UEA niet zo was. Dat de jaarrekeningen later zijn aangepast en opnieuw zijn goedgekeurd en gedeponeerd bij de KvK doet daaraan niet af. 

Wat ons betreft een opmerkelijk vonnis, waarin – zoals wel vaker gebeurt – blijk wordt gegeven van doorgeschoten formalisme. In de aanbestedingsstukken is immers bepaald dat het toetsingsmoment pas ná voorlopige gunning ligt. Necess had de door haarzelf gesignaleerde fout al vóór die tijd hersteld. Dat betekent dat er niets aan de hand zou zijn geweest, indien Necess niet na ontvangst van de selectiebeslissing uit zichzelf openheid van zaken richting de aanbestedende dienst had gegeven. Voor deze integere houding wordt zij nu zwaar gestraft. Bovendien wordt de mededinging onnodig beperkt door Necess buiten de deur te houden. Dat is niet alleen nadelig voor Necess, maar ook voor de aanbestedende dienst in kwestie die uiteraard baat heeft bij zoveel mogelijk keuze uit geschikte aanbiedingen. 

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Ook interessant:

Scroll naar boven