De gerechtsjurist wil meer waardering (en soms op de stopknop drukken)

De gerechtsjurist was traditioneel de stille kracht op de achtergrond. Deze juridisch ondersteuner bereidt zittingen voor, beraadslaagt mee in de raadkamer en schrijft conceptuitspraken, altijd in dienst van de rechters die hun naam onder het vonnis zetten. Maar de laatste tijd treedt de juridisch medewerker steeds meer uit de schaduw en verlangt meer waardering. “Als rechter kun je ongelooflijk veel hebben aan een goede gerechtsjurist."

Delen:

advocaat-rechtbank_Geert
Drie rechters en een gerechtsjurist luisterend naar een advocaat (foto: Geert Snoeijer).

Om te zeggen dat de gerechtsjurist volop in de schijnwerpers staat is overdreven, maar dat er binnen de juridische sector meer aandacht is voor deze functionaris, is zonneklaar. Wetenschapper Nina Holvast (Erasmus Universiteit) zette met meerdere onderzoeken het beroep mede op de kaart. Gerechtsjurist Giel Stoepker is bezig met een promotieonderzoek naar de rol van de juridisch ondersteuner. In juridische vakbladen als Rechtstreeks en het Nederlands Juristenblad verschijnen geregeld artikelen over de beroepsgroep. En op LinkedIn wordt uitgebreid gediscussieerd over de beloning van de functionaris die ook wel stafjurist, ondersteuner, griffier, juridisch medewerker of schrijfjurist wordt genoemd (maar sinds begin 2022 officieel gerechtsjurist of juridisch adviseur heet).

Toeslagenaffaire

Stoepker, gerechtsjurist bij het Wetenschappelijk Bureau van de Centrale Raad van Beroep en buitenpromovendus aan de Universiteit Utrecht, denkt dat online discussies over de waardering van de gerechtsjurist een flinke bijdrage hebben geleverd aan de toenemende aandacht voor het beroep. “Dat speelt al een paar jaar”, verklaart hij. “Tegelijkertijd kan de Toeslagenaffaire ook een aanleiding zijn.

Giel Stoepker (CRvB/Universiteit Utrecht)

Je gaat nadenken over hoe we met elkaar samenwerken, en of iemand had kunnen zien dat dit mis zou gaan.”  Ook het feit dat zaken complexer worden speelt volgens Stoepker een rol. “De instructie voor de zitting moet daarom  uitgebreider. Dan ga je meer nadenken over de rol van de juridisch ondersteuner.” Raadsheer Nienke de Waele van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft tijdens haar 27-jarige carrière in de Rechtspraak met talloze gerechtsjuristen samengewerkt, in verschillende gerechten en sectoren. Volgens De Waele, die lid is van de landelijke woordvoerderspoule van de Rechtspraak, heeft de toegenomen aandacht voor de gerechtsjurist te maken met de modernisering van de samenleving en ook van de Rechtspraak. “Mensen worden nieuwsgieriger en assertiever. Binnen de Rechtspraak zie ik veel meer jonge mensen, en die zijn minder hiërarchisch ingesteld. Mensen komen voor zichzelf op en zeggen: ‘Hé, wij doen ook heel belangrijke dingen’. En dat vind ik goed, want we doen het met zijn allen.”

Meerderheid

Nina Holvast (Erasmus Universiteit)

Getalsmatig zijn de gerechtsjuristen in de meerderheid. Eind 2022 werkten er bij de Rechtspraak ruim 3.200 gerechtsjuristen en ruim 2.200 rechters. Bij de hoven is de verhouding tussen de raadsheren en de gerechtsjuristen 0,88, bij de rechtbanken zijn er gemiddeld 1,7 gerechtsjuristen per rechter. Onderzoeken van Nina Holvast en Bert Marseille (Rijksuniversiteit Groningen) wijzen uit dat de rolverdeling tussen rechters en ondersteuners kan verschillen per rechter, sector en gerecht. “Sommigen leveren voornamelijk administratieve ondersteuning, anderen hebben wel een grote inhoudelijke inbreng”, verklaart Holvast. “Gerechtsjuristen kunnen in principe hun hele leven in dezelfde positie blijven. Iemand die al twintig jaar in hetzelfde rechtsgebied werkt kan dus bij de voorbereiding van de zitting gekoppeld worden aan een beginnende rechter of een rechter die nieuw is in de sector. Dan kan de ondersteuner uitleggen hoe het werkt in het rechtsgebied en in de rechtbank.”

Inbreng varieert

De Waele heeft in alle sectoren van de Rechtspraak gewerkt. Als raio was ze onder meer secretaris bij strafrecht en ook maakte ze kennis met bestuursrecht. De meeste ervaring heeft ze in de sector civiel, waar ze nu ook werkt.
Bij bestuursrecht is de samenwerking met de gerechtsjurist heel intensief, vertelt ze. “Een gerechtsjurist maakt daar een instructie van de zaak. Die kijkt: Welke vragen kan de rechter stellen? Welke punten missen we nog? Welke jurisprudentie hoort erbij? Welke dingen moeten verduidelijkt worden? Wat zijn de bewijsvragen? Je krijgt als rechter een prima voorbereiding.” In de raadkamer beraadslaagt de rechter met de gerechtsjurist die na de zitting de conceptuitspraak schrijft. De gerechtsjurist ondersteunt de rechter zowel organisatorisch als juridisch-inhoudelijk. In het strafrecht levert de gerechtsjurist eveneens een grote bijdrage aan de voorbereiding van de zaak. De Waele: “Je hebt in strafzaken soms dossiers met tig ordners. Dan is het handig als iemand daar ruim op tijd mee begint. Die kijkt wat er nog ontbreekt en handige linkjes maakt naar informatie in het dossier. Zo’n leeswijzer verwijst naar standaard onderdelen in het dossier: de rechtsvragen van de artikelen 348 en 350 Wetboek van Strafvordering, of er een aangifte is, wat de bewijsmiddelen zijn, et cetera. Zo kun je als rechter heel gericht het hele dossier bestuderen en de zitting op een efficiënte manier voorbereiden.

Nienke de Waele (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden; foto: Raad voor de rechtspraak)

Dat is belangrijk omdat er een tekort is aan rechters. Zij kunnen dan de dingen doen die alleen de rechter kan doen, zoals zittingen leiden.” In de civiele sector varieert de inbreng van gerechtsjuristen. Bij kantonzaken  en schuldsaneringszaken van natuurlijke personen spelen ze een grote rol in de voorbereiding van dossiers, terwijl in handelszaken rechters daar vaker een groot aandeel in hebben. Bij een kort geding wordt de rechter ondersteund door een kortgedingsecretaris die meegaat naar de zitting en na afloop meepraat over de beslissing.Bij gerechtshoven schrijven gerechtsjuristen de rekesten en de incidenten (zoals vrijwaringen en uitvoerbaarheidij-voorraad-zaken). “Dat is de snelle stroom, die mogen de bodemzaken niet ophouden. De bodemzaken worden door drie raadsheren gedaan. Een van die drie schrijft dan het conceptarrest”, licht De Waele toe.

Invloed

Holvast deed meerdere onderzoeken naar de rol van ondersteuners binnen de Rechtspraak. Ze liep maanden mee met rechters en ondersteuners van twee rechtbanken en in twee rechtsgebieden. Ze mocht zelfs, na te zijn beëdigd, aanwezig zijn in raadkamer. “Ik wilde weten: wat doen de gerechtsjuristen, wat is hun betrokkenheid in de besluitvorming? In hoeverre kun je spreken van invloed?”

De conclusie was dat die invloed soms groot kan zijn, zeker bij zaken die eenvoudig lijken maar bij nader inzien geen standaardzaken blijken. “De juridisch medewerker kan de moeilijkheden in het dossier onder de aandacht van de rechter brengen.” Ze vervolgt: “Het verschilt per rechter en ondersteuner hoe de samenwerking verloopt . Sommige rechters staan er meer voor open dan andere. Sommige ondersteuners hebben de behoefte om mee te praten, terwijl andere de beslissing nadrukkelijk aan de rechter laten.”

De vraag hoeveel invloed de gerechtsjurist mag hebben raakt gevoelige snaren bij rechters. “De rechter wil vaak dat de ondersteuner als sparringpartner fungeert. Toch is dat een precair onderwerp omdat de rechter uiteindelijk degene is die de beslissing neemt”, verklaart Holvast.

Holvast vindt het belangrijk dat een rechter ook zelf blijft nadenken over de zaak, en dus niet alleen een vinkje zet. “Standaardzaken daargelaten vind ik het onwenselijk als een rechter zich alleen baseert op de samenvatting door de gerechtsjurist. Hij moet zelf het dossier lezen. En ik vind het ook belangrijk dat rechters zelf uitspraken blijven schrijven. Ze zijn daardoor beter in staat uitspraken te corrigeren die zijn geschreven door gerechtsjuristen.”

Tegengas

Stoepker schetst drie scenario’s van samenwerking tussen rechter en gerechtsjurist. Een onwenselijk scenario is volgens hem dat de ondersteuner niet inhoudelijk mag meedenken of sturen. “Dan heb je het over een administratief medewerker die de papieren aan partijen stuurt.” Het meest vergaande model is dat van de zogeheten seconded judge (afgeleide rechter), met een zekere beslissingbevoegdheid. Dat is voor Stoepker ook niet ideaal, want de gerechtsjurist moet ondersteunen en de rechter beslissen. Tussen die uitersten zit het middenscenario: mogelijk maken dat de gerechtsjurist zijn bijdrage levert, maar voorkómen dat hij medebeslisser wordt.

De Waele vindt het prima dat de gerechtsjurist meepraat. “Ik hou er van als iemand tegengas geeft, daar word je als rechter scherper door.” Bij een kort geding is de inbreng van de secretaris extra belangrijk. “Je moet in korte tijd allerlei informatie verwerken, en je bent bezig met partijen en advocaten. Dus als de kortgedingsecretaris je wijst op bepaalde dingen die je zelf niet hebt opgemerkt, dan helpt dat jou om een betere beslissing te nemen. Maar op een gegeven moment hakt de rechter de knoop door, ook als een juridisch medewerker er heel anders over denkt. De rechter is eindverantwoordelijk.”

Klankbord

Stoepker is als lid van het wetenschappelijk bureau van de Centrale Raad van Beroep een klankbord. “Ik denk mee met juristen en rechters die op problemen stuiten”, licht hij toe. Hij behandelt als jurist zelf ook zaken ‘in de werkstroom’ zoals dat heet bij de CRvB. In die rol schrijft hij de instructie voorafgaand aan de zitting, is bij de zitting aanwezig, en geeft daarna in raadkamer als eerste zijn observaties en ook zijn mening over hoe de zaak verder moet. Daarna komen de drie anderen in de meervoudige kamer aan het woord. Stoepker schrijft het conceptvonnis.

Voor zijn proefschrift onderzoekt Stoepker hoe de gerechtsjurist op een rechtsstatelijk verantwoorde manier efficiënt en effectief kan bijdragen aan de kwaliteit van de bestuursrechtspraak. “Nina Holvast heeft de rolinvulling van de ondersteuner onderzocht bij zaken in eerste aanleg”, vertelt hij. “Ik wil drie andere dingen belichten: de rolinvulling in hoger beroep waar de kwaliteit nog meer op de voorgrond staat, de rol van de gerechtsjurist bij de conflictoplossende taak  van de bestuursrechter, en zijn rol bij collegiaal overleg.”

Geschilbeslechting draait om een juridische vraag, legt Stoepker uit. “Bij een bijstandszaak kan daaronder wantrouwen tegen de overheid liggen.” Ondersteuners richten zich volgens hem nu meer dan voorheen op die conflicten.

Professionele standaarden

Stoepker onderzoekt hoe een ondersteuner zijn werk zou moeten doen. Daarvoor zijn professionele standaarden onontbeerlijk, meent hij. “Voor rechters zijn de standaarden redelijk uitgekristalliseerd, maar voor onze professie zijn die onduidelijk. In de praktijk zie je dat de ondersteuner zich schikt naar wat de rechter verlangt. Ik denk dat het goed is dat de ondersteuner meer vanuit de eigen expertise en positie een bijdrage kan leveren. Iemand die niet gelijk is aan de rechter, maar wel gelijkwaardig. De professionele standaarden kunnen daarvoor munitie leveren.”
Daarin kan worden geregeld wat de ondersteuner moet doen (of juist niet): hoe de gerechtsjurist zich opstelt in de samenwerking met de rechter, hoe ver hij gaat met het geven van advies, hoe hij zijn vakbekwaamheid op peil houdt en ook in hoeverre de rechter iets moet doen met inbreng van de ondersteuner.

Volgens De Waele kunnen professionele standaarden voor rechters deels al handvatten bieden aan gerechtsjuristen. “Rechters hebben die kwaliteitsnormen zelf opgesteld. In sommige rechtsgebieden is ook geborgd dat een gerechtsjurist voldoende ondersteuning biedt.” Een themagroep buigt zich nu over professionele standaarden voor gerechtsjuristen. De Waele: “Er wordt gekeken hoe posities van rechters en gerechtsjuristen over en weer kunnen worden afgebakend.”
“Mooi dat daarover wordt gepraat”, meent Holvast. “Het gaat om systematischer nadenken over informele werkwijzen.”

Rechtspositie

De rechtspositie van de gerechtsjuristen is een bron van discussie, wat ook blijkt uit het standpunt van de Consultative Council of European Judges die in opinie 22 stelt dat er risico’s zitten aan vaste aanstellingen. De gerechtsjurist zou dan veel invloed kunnen krijgen, wat in strijd kan zijn met de onafhankelijkheid van de rechter.

Binnen Nederlandse gerechten leidt dit tot verschillende oplossingen. Nina Holvast: “Bij het Wetenschappelijke Bureau van de Hoge Raad is het uitgangspunt dat mensen zes jaar blijven. Daarna gaan ze weer verder met hun loopbaan. Bij rechtbanken en gerechtshoven kunnen ondersteuners soms tientallen jaren werken.”

Rechter worden

Het komt zelden voor dat stafjuristen rechter worden. “Vroeger was er een formele route voor”, aldus Holvast. “Nu niet meer. Dat is ook moeilijk omdat iemand nu eerst ervaring buiten de Rechtspraak moet hebben opgedaan voordat hij de rechtersopleiding kan volgen.” Niet alle ondersteuners hebben die ambitie trouwens. “Sommigen hebben bewust gekozen voor een positie waarin ze niet de eindbeslissing nemen, maar wel inhoudelijk hun ei kwijt kunnen.”

Holvast zegt dat de functie van gerechtsjurist bij rechtbanken en hoven een populaire eerste stap is in een juristencarrière. “Je krijgt een mooi kijkje in de Rechtspraak, je kunt je juridisch inhoudelijk bekwamen, het is een goede voorbereiding op de advocatuur.”

Een gerechtsjurist wordt niet zomaar rechter, zegt De Waele. “Rechter zijn vraagt andere competenties dan het vak van gerechtsjurist, zoals zittingsvaardigheid, beslisvaardigheid en lef. Jij bent degene die bepaalt of iemand failliet wordt verklaard. Of een kind onder toezicht wordt gesteld. Jij bent verantwoordelijk voor een vrijspraak als de hele samenleving een straf eist.” Rechter zijn, vindt De Waele, is echt een ander vak. “Er zijn genoeg gerechtsjuristen die de ambitie en capaciteiten hebben om rechter te worden.  Door in deze mensen te investeren, maken ze een goede kans om door de selectie te komen voor de opleiding tot rechter.”

Financiële waardering

Op LinkedIn pleit een gerechtsjurist, die zich Martijn R. noemt, voor een grotere rol en meer waardering voor de juridisch ondersteuner.  “Ik herken dat dit speelt, maar ik voel me persoonlijk niet ondergewaardeerd”, reageert Stoepker. Hij vindt wel dat R. gelijk heeft met de constatering dat er financieel iets niet klopt met de waardering van de gerechtsjurist. Stoepker: “In andere plekken in het openbaar bestuur kun je meer geld verdienen. Aan de beloning van gerechtsjuristen moet wat gebeuren, maar wel in de juiste volgorde. Eerst nadenken over wat de bijdrage van de gerechtsjurist moet  zijn, daarna over de financiële waardering.”

Holvast heeft tijdens haar onderzoeken gemerkt dat sommige ondersteuners het moeilijk vinden dat ze de voorbereiding doen en de uitspraak schrijven en dat de rechter degene is die alle lof krijgt. Holvast denkt niet dat het opstellen van de professionele standaarden directe gevolgen zal hebben voor de financiële waardering van de gerechtsjuristen. “Het idee is dat de gerechtsjuristen er ook zijn voor efficiency, en als ze vrijwel evenveel verdienen als een rechter, komt dat doel in het gedrang.”

Dat een rechter van rechtbank Midden-Nederland in een vonnis twee jaar geleden nadrukkelijk de inbreng van de griffier benoemde, kon op veel waardering rekenen van ondersteuners. “Daar waren een aantal mensen blij mee”, constateert Holvast. “Anderen waren kritisch, omdat onvoldoende naar voren kwam dat de rechter de beslissing heeft genomen.”

Ook De Waele ziet dat sommige ondersteuners vinden dat hun bijdrage onvoldoende tot uiting komt in het salaris. Omdat dat geluid steeds terugkwam is in 2020 rechtspraakbreed een functiewaarderingsonderzoek uitgevoerd door een extern bureau. Daarbij werd gekeken of de beloning nog passend is. “Het antwoord was ja, en dat was best teleurstellend voor gerechtsjuristen”, weet De Waele. “Maar als organisatie kun je natuurlijk kijken wat je wel voor ze kunt doen. Daarom investeert de Rechtspraak nu in loopbaanontwikkeling van gerechtsjuristen.”

Stopknop

In Rechtstreeks nummer 2 van 2023 schrijft Bert Marseille dat de inzet van de gerechtsjurist een middel kan zijn om gerechtelijke dwalingen, zoals de Toeslagenaffaire, te voorkomen. Daar is Stoepker het mee eens. “De gerechtsjurist moet op de stopknop kunnen drukken als er iets gebeurt dat niet door de beugel kan. Het is wel de vraag wat er dan gebeurt. Stopt het hele proces? Of is het een signaal aan de rechter dat die iets moet doen?”

Tegelijk erkent hij dat het voor een ondersteuner moeilijk is om een weerwoord te bieden aan de rechter, die immers hoger is in de hiërarchie. “Ik vind dat je als gerechtsjurist een beetje moedig moet zijn. Maar je moet niet bij alles op de stopknop drukken. En als er eenmaal een lijn is uitgezet, moet je er niet telkens opnieuw over beginnen.”

De Waele: “Zeker als alleenzittende rechter kun je ongelooflijk veel hebben aan een goede gerechtsjurist. Gerechtsjuristen kunnen een rechter op bepaalde bijzonderheden wijzen. Vier ogen zien meer dan twee.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven