Ron Jue over verzet tegen harde bestuursrechtjurisprudentie

Mr. van de week is Ron Jue, tot februari 2020 bestuursrechter in de rechtbank Gelderland. Onlangs verscheen van hem het boek ’Onrecht in de rechtsbescherming’. Daarin blikt hij terug op meer dan 25 jaar als bestuursrechter.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Ron Jue-verkleind-a4db9a94

Volgens de flaptekst kijkt u “eerlijk, zelfkritisch en onverbloemd” terug op uw loopbaan in ’Onrecht in de rechtsbescherming’. Wat is het belangrijkste dat u achteraf anders had willen doen?
“Van het begin af (1994) had ik minder moeten meegaan met de rechtsbeschermingsonvriendelijke toepassing van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door vooral de Raad van State. Overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn werd bijvoorbeeld rücksichtslos afgestraft. Dat gebeurde ook ambtshalve, als partijen − burger en uitvoeringsinstantie − zelf geen probleem van een te laat bezwaar of beroep maakten. Een termijnoverschrijding werd bovendien nauwelijks, alleen in zeer bijzondere gevallen, verschoonbaar geacht. De lat werd veel te hoog gelegd. Het verlenen van rechtsbescherming was ondergeschikt aan het voldoen aan formaliteiten, leek het wel. Pas de laatste jaren als bestuursrechter, in Arnhem, ben ik mij tegen deze harde jurisprudentie gaan verzetten en ben ik zaken inhoudelijk gaan behandelen, ook al was het bezwaar en/of het beroep niet-ontvankelijk. Inmiddels is het tij dankzij uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, de Hoge Raad en de Raad van State in belangrijke mate gekeerd en is de ambtshalve toetsing van de termijnoverschrijding afgeschaft. In mijn boek bepleit ik een verdere versoepeling.”

 U schrijft dat de rechtsbescherming van de burger bij u en uw collega’s niet altijd in goede handen was. Waardoor kwam dat?
“Dat kwam vooral door de toen heersende opvatting dat de taak van de bestuursrechter zich beperkte tot het toetsen van besluiten van uitvoeringsinstanties. Deugde een besluit juridisch niet, dan volgde vernietiging van dat besluit en werd de zaak terugverwezen naar de uitvoeringsinstantie die het mocht overdoen. Vaak volgden er meerdere herkansingen. De bestuursrechter pakte niet door, hij zei alleen wat niet kon en liet zich niet uit over hoe het wel moest. Dit tot grote frustratie van de burger. Die hoopte op een uitspraak, klip en klaar, of hij wel of niet recht had op een uitkering, een vergunning en zo verder. Een vernietiging was voor de burger vaak slechts een pyrrusoverwinning. Er werd fors gemopperd, kregen we door.
We zijn het (in de rechtbank Almelo waar ik toen rechter was) anders gaan doen nadat we het rapport van de derde evaluatie van de Awb (2007) hadden gelezen. In dat rapport zijn de Awb-procedures bekeken vanuit het gezichtspunt van de burger: biedt de bestuursrechter de burger wel voldoende rechtsbescherming tegen de overheid? Duidelijk werd dat er veel kon worden verbeterd. In Almelo hebben we een concept van effectieve bestuursrechtspraak ontwikkeld en toegepast. Bij ontwikkeling en toepassing hebben wij vertegenwoordigers van beide partijen, de overheid en de burger, betrokken.”

Heeft dat behalve tot de Toeslagenaffaire tot veel andere bestuursrechtelijke ‘ongelukken’ geleid?
“De Toeslagenaffaire is door de wakkere parlementariërs Omtzigt en Leijten aan het licht gekomen, heeft daardoor een naam gekregen en is tot een schandaal van ongekende omvang uitgegroeid. Gebleken is dat de bestuursrechters van de Raad van State zich hebben laten leiden door het politieke klimaat van de kabinetten Rutte 1, 2 en 3. Fraudebestrijding, het moest allemaal streng, strenger, strengst. Mogelijke andere ‘ongelukken’ kunnen worden gezocht waar de actuele politiek een belangrijke rol vervult. Denk aan het vreemdelingenrecht.”

Wat moet er wat u betreft anders in de bestuursrechtspraak?
In Onrecht in de rechtsbescherming heb ik me niet beperkt tot het benoemen van wat er mis is. De voornaamste aanbevelingen heb ik samengevat in een elf punten tellend verbeterprogramma.

U pleit ook voor ingrijpende veranderingen in de cultuur en het bestuur van rechtbanken. Waar moeten we dan zoal aan denken?
“Dat is punt 10 van het verbeterprogramma: ’Neem afscheid van een cultuur van ieder voor zich, de hogerberoepsinstanties voor ons allen en maak van de rechtbank een lerende organisatie. Stel de profielen van president en sectorvoorzitter bij. Presidenten en sectorvoorzitters moeten weer primus inter pares worden en leiding gaan geven aan proces en inhoud van rechtspreken. Zet daarnaast een directeur bedrijfsvoering in het bestuur.’”

We lazen in een oud interview dat u uw werk als uw hobby typeerde en dat u met veel plezier in het weekend stukken voor komende zaken bestudeerde. Mist u het rechtspreken?
Nee.”

Welke zaak die u als rechter heeft behandeld zult u nooit vergeten?
De zaak van  de ouders die voor de verzorging van hun gehandicapte zoon een pgb (persoonsgebonden budget) kregen, vergaten het verantwoordingsformulier in te vullen, in plaats van een bezwaarschrift alsnog het verantwoordingsformulier instuurden, dit formulier teruggestuurd kregen, waarna zij te laat een bezwaarschrift op de post deden. Bezwaar niet-ontvankelijk, tienduizenden euro’s terugbetalen. Ik vertel daarover in  mijn boek (p. 45/46). Kan het nog formalistischer? En wat deed de bestuursrechter met de Awb in de hand? Beetje een cliffhanger.”

Wie of wat is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?
“Tja, moeilijk, tamelijk divers ook. Misschien wel het meest Alf Ross. On Law and Justice heeft indertijd veel indruk op mij gemaakt.”

Als u het voor het zeggen had, dan…?
“Punt 11 van het verbeterprogramma: ‘Haal de rechtspraak weg bij de Raad van State en breng haar onder bij de rechterlijke macht.” Maak bijvoorbeeld van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een bijzonder gerechtshof. Doe ter wille van de rechtseenheid hetzelfde met de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Biedt een mogelijkheid van beroep in cassatie bij de Hoge Raad. En klaar is Kees. Eenvoudig te realiseren, zo moeilijk is het allemaal niet.’”

Welk boek las u het laatst?
“TOTAAL van Marcel van Roosmalen.”

U bent dol op wijn. Met welke beroemdheid zou u wel eens een goed glas willen drinken?
Ik weet niet welke beroemdheid gezellig is en ook nog een beetje verstand heeft van wijn.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top