Samiha Said over de economische afhankelijkheid van de werkende

Mr. van de week is Samiha Said, docent arbeidsrecht aan de vaksectie Sociaal Recht van de Radboud Universiteit. Op 21 januari promoveerde zij op het proefschrift 'De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip' aan Tilburg University.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Said promotie bijgesneden-79c4a841

De ongelijkheid op de arbeidsmarkt – vast versus flex, werknemer versus (schijn)zelfstandige – is onverminderd actueel. Ook het nieuwe kabinet wil ermee aan de slag: komt uw proefschrift precies op het juiste moment?
Mijn proefschrift komt zeker op een gunstig moment. De kwalificatievraag staat volop in de belangstelling en ik ben erg benieuwd hoe het nieuwe kabinet dit vraagstuk zal oppakken. Tegelijkertijd stelt u ook heel terecht dat dit thema ‘onverminderd actueel’ is. Wat dat betreft is er denk ik geen ‘precies het juiste moment’. Maar, toegegeven: de timing had zeker slechter gekund!

U beschrijft hoe de wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst sinds 1909 goeddeels ongewijzigd is gebleven en deze zich hiermee ‘houdbaar heeft getoond’. Is het, in een wereld die evident niet heeft stilgestaan, inmiddels toch geen tijd voor een herzien artikel 7:610 BW?
Het is verleidelijk deze vraag met ‘ja’ te beantwoorden. Je zou zeggen dat een artikel dat al meer dan een eeuw oud is, niet meer ‘van deze tijd is’. Tegelijkertijd is ook gebleken dat artikel 7:610 BW al een hele tijd meegaat en kennelijk voldoende ruimte biedt om mee te bewegen met allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Dat is een belangrijke en wat mij betreft niet te onderschatten eigenschap van de wettelijke definitiebepaling van de arbeidsovereenkomst. Wel denk ik dat het hoog tijd is dat we op een fundamenteel niveau gaan nadenken over de manier waarop we invulling geven aan de ruimte die artikel 7:610 BW biedt. We zien dat daar op dit moment verschillend over wordt gedacht en geoordeeld, met als gevolg dat het antwoord op de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst zich moeilijk laat voorspellen.

De rechtspositie van studentpromovendi is al enige jaren een punt van geschil. Zij stellen hetzelfde werk te doen tegen een lagere vergoeding dan promovendi die een arbeidsovereenkomst hebben. De rechtbank stelde hen recent in het ongelijk, en benoemde daarbij hun ‘florissante positie’ ten opzichte van o.a. buitenlandse dokwerkers en vrachtwagenchauffeurs, pakket- en maaltijdbezorgers. Is dat een eerlijke vergelijking?
Of dat een ‘eerlijke’ vergelijking is wil ik in het midden laten. Interessanter aan deze uitspraak vind ik dat de kantonrechter zich de vraag stelt of de promovendi in kwestie arbeidsrechtelijke bescherming ‘verdienen’. De kantonrechter lijkt hier te oordelen dat de promovendi niet ‘zielig genoeg’ zijn om voor arbeidsrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, om het even heel plat te zeggen. Dat vind ik een interessante overweging, omdat de kantonrechter in feite onderzoek doet naar de ‘ongelijkheid’ in ongelijkheidscompensatie, iets dat in mijn onderzoek ook aan bod komt. Jammer vind ik dat de kantonrechter die ongelijkheid niet heel duidelijk concretiseert. Bovendien kun je je afvragen of de toets die de kantonrechter hier toepast – verdient de werkende arbeidsrechtelijke bescherming? – niet tot een te beperkte toepassing van artikel 7:610 BW leidt.

Wat vindt u zelf de opmerkelijkste conclusie uit uw promotieonderzoek?
Wat mij het meest verraste, is dat de economische afhankelijkheid van de werkende in de rechtspraak niet bijzonder vaak werd meegewogen bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst. In de wetsgeschiedenis stond die economische afhankelijkheid juist centraal. Ook de gemiddelde werknemer zal zijn economische afhankelijkheid aanwijzen als iets dat zijn verhouding ten opzichte van de werkgever in belangrijke mate kenmerkt. De meeste werknemers zullen immers voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van hun inkomen uit arbeid. Dat heeft zonder meer gevolgen voor hoe je je tot je werkgever verhoudt.

U maakte na enige jaren in de advocatuur de overstap naar de academie. Wat bewoog u tot deze stap, en hoe bevalt die tot dusver?
Het arbeidsrecht heeft me altijd ontzettend geboeid, vanaf het eerste college dat ik hierover volgde van prof. Barentsen aan de Universiteit van Leiden. In de praktijk is er echter niet altijd ruimte om de diepte in te duiken en je volledig vast te bijten in een onderwerp. Die ruimte vond ik in de academie. De overstap bevalt mij ontzettend goed!

Wat is uw drijfveer als docent?
Natuurlijk is het mooi wanneer ik zie dat studenten enthousiast raken over het arbeidsrecht – het is nu eenmaal een prachtig vak! Veel mooier nog vind ik het wanneer ik studenten weet uit te dagen om kritisch over de stof na te denken, en om ze te zien groeien als juristen. Om dat te bereiken is een veilige leeromgeving wat mij betreft noodzakelijk. Ik hoop van harte dat ik ze dat bied. Daar streef ik in elk geval naar!

Als u het voor het zeggen had, dan..?
Verdween de loonkloof per direct.

Wie of wat is uw bron van inspiratie op juridisch gebied?
Het klinkt misschien wat cliché, maar dat zijn de mensen om mij heen. Het recht is voor ons als juristen soms al moeilijk te doorgronden. Voor niet-juristen is het recht vaak geheel onbegrijpelijk. De verhalen van de mensen om mij heen maken mij enerzijds nieuwsgierig naar ‘hoe het echt zit’, maar zetten mij anderzijds met beide benen op de grond. Het is natuurlijk prachtig om een juridisch vraagstuk volledig uit te pluizen vanuit een theoretisch perspectief, maar we moeten niet vergeten dat het recht er in eerste plaats voor de praktijk is.

Welk boek las u het laatst?
Waanzinnig laat; maar ik ben eindelijk begonnen aan The Lord of the Rings. De boeken – de films wil ik pas zien als ik de boeken uit heb. Dat zal nog wel even duren vermoed ik.

Met welke beroemdheid zou u een gevangeniscel willen delen?
Paulien Cornelisse. Ik vind haar een geweldige schrijfster en het lijkt me fantastisch om eindeloos met haar te discussiëren over taal. Bovendien kun je volgens mij goed met haar lachen. Ook niet onbelangrijk, als je dan toch in een gevangeniscel moet zitten.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top