Samen naar de eKantonrechter

Delen:

De eKantonrechter staat sinds deze week open voor burgers die zelf een geschil willen voorleggen. Ik heb al een paar keer eerder geschreven over een eenvoudige, snelle, grotendeels digitale procedure die de rechter toegankelijker maakt voor burgers. De eKantonrechter rechtsgang is gebaseerd op artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: partijen kunnen een geschil samen aan de kantonrechter voorleggen. De kantonrechter bepaalt de procedure. Er is voor de eKantonrechter een apart procesreglement. De procedure verloopt helemaal digitaal, alleen de mondelinge behandeling is nog face to face. Dat betekent dat de partijen hun geschil in een webformulier omschrijven en digitaal naar de rechtbank sturen. Daar wordt de informatie direct opgeslagen in het informatiesysteem van de rechtbank en in een digitaal dossier. De partijen communiceren digitaal met de rechtbank, en vice versa. Na de zitting komt het vonnis in het digitaal dossier. Daarmee is de procedure klaar.

Een eerste versie is in oktober 2013 in gebruik genomen voor een beperkte groep rechtsbijstandsverzekeraars. In april 2014 is de eKantonrechter ook toegankelijk geworden voor advocaten. Sinds 2 juni 2014 is de procedure open voor burgers die zelf procederen. De echte innovatie zit hierin, dat de burgers hun geschil zelf beschrijven, en zo aan de rechter voorleggen. Wat oudere lezers herinneren zich misschien nog wel dat zo’n toegang al eerder is geprobeerd met de formulierdagvaarding. Dat was een dubbel vel voorbedrukt papier. Je kon het kopen in de kantoorboekhandel en dan thuis met de pen invullen. Dan stuurde je dat naar het kantongerecht, en daarmee begon je een civiele procedure. Er werd niet veel gebruik van gemaakt. En in die gevallen waarin er wel gebruik van werd gemaakt was het geen succes. Rechters worstelden met wat de mensen hadden opgeschreven, en de mensen worstelden met de procedurele voorschriften van de civiele vorderingsprocedure, die moeilijk uit te leggen waren.

Als eKanton teamvonden wij dat dat beter moest kunnen. Full disclosure: ik zit in dat team als product owner, de intermediair tussen de rechtspraak en de IT. Het was dus zaak om de webformulieren zo te ontwerpen dat ze (a) aan de voorkant vragen over het geschil stellen die een burger redelijkerwijs kan beantwoorden en (b) aan de achterkant informatie opleveren die de rechter juridisch kan duiden.
We zijn begonnen met inventariseren wat de rechter moet weten om het geschil te kunnen beoordelen: de aard van het geschil, de toedracht van de feiten, hebben de partijen al geprobeerd er samen uit te komen, welke bewijzen hebben ze, wat wordt gevorderd en waarom. De volgende stap was de voorkant: hoe vraag je over al die onderwerpen zodanig informatie, dat er juridisch chocola van te maken is, en het verhaal van de burger goed verteld kan worden. Webformulieren geven allerlei mogelijkheden om de antwoorden te structureren: je kunt ja/nee aanvinken, je kunt kiezen uit een lijstje mogelijkheden, je hebt drop-down menu’s, en radio buttons met uitklapmogelijkheden. Je krijgt daaruit wel tamelijk exacte informatie, en dat is handig om in een informatiesysteem op te slaan. De informatie is daarentegen niet erg gedetailleerd en de kans is groot dat je belangrijke informatie mist. De rijkste informatie krijg je met open vragen: wat gebeurde er, hoe ging dat, waarom moet de wederpartij betalen? Maar die informatie is dan weer niet erg gestructureerd. Daarom zijn we gaan experimenteren met verschillende manieren van vragen stellen. We hebben die manieren in december 2013 uitgeprobeerd met een testpanel van de Consumentenbond. De panelleden waren zeer divers, maar ze konden allemaal emailen en hadden wel eens een internet-aankoop gedaan. We gaven de panelleden drie verschillende casusbeschrijvingen. Ze gingen over een concurrentiebeding, over een verkleurd bankstel en over een letselschade. Daarmee konden we zien of verschillende soorten geschillen voldoende goed beschreven konden worden. We hebben ze gevraagd drie verschillende soorten formulieren in te vullen. Eén formulier was voornamelijk gestructureerd, één bestond voornamelijk uit open vragen, en de derde was een mix.

Met de feedback van het panel zijn we een digitaal formulier gaan ontwerpen. Dat formulier was inderdaad een mix van aanvinken en tekstvelden voor het verhaal. In januari 2014 kwam het testpanel weer om dat formulier uit te proberen. De voornaamste klacht was toen het ontbreken van contextinformatie: als ik bijvoorbeeld moet kiezen tussen ja en nee, wil ik graag de consequenties van zo’n keuze kunnen overzien. Daarop hebben we toelichtende tekst en helpteksten toegevoegd. In mei 2014 is het panel het definitieve formulier komen testen. Ze waren er behoorlijk tevreden over. Nu is het formulier in gebruik, en zijn wij benieuwd hoe het in de praktijk gaat werken.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven