Mr. van de week

Simon Tan over zijn benoeming tot honorair consul

Mr. van de week is Simon Tan, advocaat/partner bij Ploum. Hij is sinds een half jaar honorair consul voor Oostenrijk. Het consulaat wordt 23 januari bij Ploum geopend.

Laat me raden: als kind ging u met uw ouders vaak naar Oostenrijk op vakantie.
Natuurlijk. Dat waren de mooiste vakanties.

Wat doet een honorair consul precies?
Dat is een goede, maar niet zo eenvoudig te beantwoorden vraag. Er bestaan verschillen, al naar gelang het vertegenwoordigde land. Grosso modo kan worden gezegd dat de taak van een honorair consul bestaat uit voorlichting over en promotie van het vertegenwoordigde land, in de ruimste zin van het woord, en ondersteuning van de ambassade. Het uitreiken van visa kan een taak zijn, maar niet noodzakelijkerwijs.

U bent honorair consul voor Zeeland en Zuid-Holland. Hoe zit dat precies?
Oostenrijk heeft vier honorair consuls in Nederland. Ik ben dus benoemd als honorair consul voor Zeeland en Zuid-Holland. De drie andere honorair consuls zijn belast met de vertegenwoordiging van Oostenrijk in de andere provincies.

Waarom is een advocaat geschikt om ook honorair consul te zijn?
Het is zeker niet zo dat uitsluitend advocaten als honorair consuls optreden en het is dus ook niet zo dat advocaten per se geschikter zijn dan anderen. Wel is zo, dat er een flink aantal advocaten is dat deze functie uitoefent.

Het consulaat wordt gevestigd in hetzelfde pand als waar Ploum zit. Waarom is daarvoor gekozen?
Een mooier kantoorpand in Rotterdam dan dat van Ploum is er niet. Een bijkomend punt(je) is dat het houden van een apart kantoor niet buitengewoon efficiënt is en bovendien leidt tot kosten die niet worden gedekt door enig fonds.

Het Nederlandse voetbalelftal staat op de UEFA-lijst op de veertiende plaats, Oostenrijk zelfs iets hoger. Wie gaat u aanmoedigen?
Wellicht moeilijk te geloven maar Oostenrijk staat op plaats elf. Nederland moedig ik aan. Maar tegenwoordig kijk ik nauwelijks meer.

Als u het voor het zeggen had dan…
Hebt u even? Ik geloof niet dat ik de lezer van dit magazine moet vermoeien met wat mij dwars zit of op andere wijze in mij opkomt. Maar een ding wil ik wel meegeven. In (verder van ons verwijderde) andere landen houdt de mens zich bezig met heel andere vragen. Hoe overleef ik deze dag? In ons land is het heel anders. Bij mensen die moeten vechten om hun bestaan verbeeldt mij totaal onbegrip als zij kennis nemen van de discussies die het nieuws van de laatste maanden van 2018 domineerden, zoals bijvoorbeeld die over de Oostvaardersplassen of de viering van Sinterklaas. Meer aandacht voor, bijvoorbeeld, de hoeveelheid voedsel die dagelijks wordt weggegooid zou beter zijn.

Wat is het hoogtepunt in uw carrière?
Die vraag komt te vroeg. Voorlopig ben ik nog niet klaar.

Welk wetsartikel vindt u bijzonder fraai?
Geen enkel. Ik kan wel zeggen dat de wet vol staat met artikelen die overbodig zijn. De kwaliteit van onze wetgeving baart mij zorgen. Een voorbeeld: artikel 7: 673 lid 7 BW. Geen transitievergoeding is verschuldigd indien sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de werknemer. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dat onder meer het geval is als de werknemer in strijd met de regels geld leent uit de bedrijfskas. Degene die verantwoordelijk is voor deze tekst had blijkbaar gemist dat in een ander boek van het BW de geldlening wordt beschreven. Dat de lezer wel snapt wat ongeveer wordt bedoeld is waar, maar daar gaat het niet om. De wetgever moet als geen ander in staat zijn om scherp tot uitdrukking te brengen wat hij bedoelt.

Wat of wie is in uw bestaan een bron van inspiratie?
Niets of niemand in het bijzonder.

Wat is over u bekend, dat wel interessant is?
Dat ik geen groot liefhebber ben van voetbal is al gebleken. Wielrennen. Dat is geweldige sport. Met en zonder doping. Ik doe het zelf ook heel graag. Er is geen andere sport die zoveel literaire aandacht krijgt, en dat is terecht en begrijpelijk. De strijd onderweg is een metafoor van het gewone leven. Principes als ‘voor wat hoort wat’ en ‘dat zet ik je de volgende keer betaald’ ziet men, vaak helder maar soms verstopt, terug. Een geweldig voorbeeld is het door Hennie Kuiper gewonnen WK van 1975. Favoriet was de Belg Roger de Vlaeminck. Aan de vooravond vond de wedstrijdbespreking plaats. Het Belgische team bestond uit tien of elf renners, waaronder de niet zo grote Lucien van Impe. Op zeker moment ontsnapte De Vlaeminck de opmerking: ‘Met Lucien zijn wij met tien en een half in plaats van elf’. Kuiper demarreerde uit een kopgroep met favorieten, waaronder topfavoriet De Vlaeminck. De enige andere Belg in die kopgroep was Van Impe. Gevraagd om de kop te nemen antwoordde hij: zoals je weet rijd ik op één been. Daarmee was de kans en droom voor De Vlaeminck om in eigen land het WK te winnen en geschiedenis te schrijven voorbij.

Welk boek las u het laatst?
Stoner, van John Williams.

Met welke beroemdheid zou u een gevangeniscel willen delen?
Deze vraag prikkelt de fantasie. Ik ben liefhebber van James Bond films. Een buitengewoon langdurend verblijf zou ik, waarschijnlijk, liever alleen doormaken.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures
Kennismakingspakket – Colaris (Rectangle)