Tim Bleeker over aansprakelijkheid van leidinggevenden bij milieucriminaliteit

Mr. van de week is Tim Bleeker, universitair docent milieuaansprakelijkheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op 3 december 2021 verdedigde hij aan de Universiteit Utrecht zijn proefschrift Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Tim Bleeker over aansprakelijkheid van leidinggevenden bij milie - Mr. onlineucriminaliteit
Tim Bleeker

Wat was voor u de (directe) aanleiding om onderzoek te doen naar bedrijfsmatige milieucriminaliteit en wie daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld?

In eerste instantie was ik van plan om mijn promotieonderzoek te wijden aan klimaataansprakelijkheid. Destijds was het echter nog allerminst vanzelfsprekend dat klimaatverandering ook een juridische kwestie was. Het hoger beroep van Urgenda was nog ongewis, en voor hetzelfde geld zou het ‘klimaatrecht’ nooit van de grond komen. Ik wilde niet riskeren dat het promotieonderzoek zou eindigen in een gedachte-experiment zonder praktische relevantie. Daarom heb ik na het verkennende onderzoek mijn tussentijdse inzichten gepubliceerd en ben ik van promotieonderwerp overgestapt naar de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden. Natuurlijk bleef ik nog wel de ontwikkelingen op klimaatgebied volgen. Het idee om ‘iets te doen’ met milieuverplichtingen van natuurlijke personen in bedrijfscontext, ontstond tijdens een van mijn gesprekken met Jaap Spier, met wie ik destijds af en toe een ommetje liep om over mijn onderzoek te praten. Maar de directe aanleiding voor mijn onderzoek, kan ik toch wel zeggen, is de ‘ernstig verwijt’-maatstaf.

Wat is er zo interessant aan die ‘ernstig verwijt’-maatstaf?

Deze maatstaf intrigeerde me, want ik begreep niet waarom hij zo breed werd toegepast. In 2006 maakte deze toets de sprong van Boek 2 BW naar het onrechtmatigedaadsrecht, en vervolgens heeft het nog meer terrein gewonnen. Er gaan zelfs stemmen op om deze toets toe te passen in het bestuurs- en strafrecht. Deze ontwikkeling roept allemaal interessante vragen op. Ik dacht (en na vier jaar onderzoek denk ik nog steeds) dat de maatstaf is ontwikkeld voor een specifieke aansprakelijkheidsrelatie en met een specifiek doel: de maatstaf verschaft aanvullende bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders jegens de rechtspersoon in verband met onbehoorlijke taakvervulling. Dus ik vroeg me af: waarom wordt deze toets dan ook in andersoortige situaties toegepast? Wat rechtvaardigt de aanvullende bescherming van bestuurders jegens derden? Waarom geldt deze maatstaf naast of in plaats van normen die specifiek voor die andersoortige situaties zijn ontwikkeld? Zeker op het vlak van milieuaansprakelijkheid, leek deze (roep om) een uitzonderingspositie voor bestuurders onwenselijk.

U onderzocht de strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke mogelijkheden om leidinggevenden aan te pakken voor milieuovertredingen. Welke weg is het meest succesvol?

Ieder rechtsgebied heeft natuurlijk zijn eigen functie. Voor bestraffing is strafrecht de aangewezen rechtsgebied, voor compensatie privaatrecht, voor herstel van rechtmatige toestand kan worden gedacht aan een bestuursrechtelijke sanctie of een rechterlijk bevel. Maar wat is succesvol? Ik hecht eraan te benadrukken dat mijn promotieonderzoek niet tot doel heeft dat leidinggevenden strenger worden gesanctioneerd: het beoogt ‘slechts’ duidelijkheid te scheppen over welke voorwaarden gelden voor het opleggen van een sanctie in milieucontext. Daarmee hoop ik ook leidinggevenden meer zekerheid te bieden over wat van hen wordt verwacht. En hoewel ik in het privaatrecht kritische vraagtekens zet bij de ernstig verwijt-doctrine, neem ik het ook op voor leidinggevenden. Ik beargumenteer bijvoorbeeld dat soms te makkelijk een gedraging wordt toegerekend aan leidinggevenden in de bestuursrechtspraak.

Wat was voor u zelf in dit onderzoek de grootste eye-opener?

Dat de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden géén secundair karakter heeft. De wetgever heeft welbewust natuurlijke personen mede verantwoordelijk gemaakt voor de naleving van milieuvoorschriften binnen een rechtspersoon. De mogelijkheid om milieuovertredingen (ook) aan de rechtspersoon toe te rekenen zorgt niet voor een verplaatsing van de aansprakelijkheid, maar voor een uitbreiding daarvan.

Nu dit onderzoek is afgerond, zullen we dan in de toekomst vaker zien dat bedrijfsleiders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld, ook voor klimaatovertredingen?

Dat is moeilijk te zeggen, want klimaataansprakelijkheid is een heel andere tak van sport. In mijn promotieonderzoek heb ik me gericht op huis-tuin-en-keuken milieuverplichtingen zoals die uit vergunningen. Bij dergelijke verplichtingen is de inhoud van de norm doorgaans helder, en gaat de juridische discussie vooral om vragen met betrekking tot normadressaatschap, toerekening, deelneming, enzovoorts. Klimaatverplichtingen vloeien (vooralsnog) met name voort uit het ongeschreven recht; en dan zit de crux in de normstelling. Vergt dus nader onderzoek!

Als ik het voor het zeggen had…

Zou de rechtenopleiding minder zijn gericht op reproduceren, en meer op argumenteren.

Wat is niet over u bekend wat wel interessant is?

Ik ben een fanatiek ‘skûtsjesiler’. Skûtsjes zijn traditionele Friese stalen boten van een meter of twintig lang waarop je met een team van vijftien man kunt (wedstrijd)zeilen. Mijn ouders hadden ook een zo’n type boot, en tijdens mijn studententijd bij Studentenzeilvereniging Histos ben ik schipper en opleider geworden op skûtsjes.

Wie of wat is uw bron van inspiratie?

John Oliver (van Last week Tonight) vind ik retorisch waanzinnig sterk. Hij weet ingewikkelde materie toegankelijk en vermakelijk uit te leggen (en als het meezit: zonder al te veel in te leveren op nuance). Ik probeer van hem te leren voor mijn eigen presentaties en publicaties.

Welk boek las u het laatst?

Zojuist heb ik iets uit Praktische poëzie: wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt voorgelezen aan onze dreumes (die vindt vooral de illustraties uit dat boek fantastisch).

Wat staat er bovenaan uw bucketlist?

Ik ben niet zo goed met het bijhouden van dit soort lijstjes. Maar hoog op mijn juridische bucketlist staat het schrijven van een Asser-deel, bijvoorbeeld over milieuprivaatrecht.

Mocht u ooit in een cel belanden, welke beroemdheid zou u dan mogen vergezellen?

Dan zou ik gaan voor de juridische beroemdheid mr. Milo Prins, onder strafpleiters ook wel bekend als ‘Cicero van onze tijd’. Hij kletst ons er ongetwijfeld zo weer uit, en zo niet, dan belooft het een gezellige opsluiting te worden.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top