Van enquête tot gedwongen uitstoting

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Onlangs publiceerde het ministerie voor Justitie en Veiligheid een voorontwerp van wet tot aanpassing van de geschillenregeling en het enquêterecht (hierna: ‘Voorontwerp’). Het Voorontwerp bouwt voort op een evaluatieonderzoek van de Tilburg Law School uit 2018, vervat in WODC-rapport nr. 2791. De consultatieronde sluit op 22 november 2019. Hieronder noem ik kort de twee mijns inziens belangrijkste voorstellen uit het Voorontwerp en de daarachter, blijkens de memorie van toelichting, stekende gedachten.

 De uitstootvordering, als onderdeel van de geschillenregeling voor aandeelhouders (artikel 2:336 Boek 2 BW), wordt in de praktijk weinig benut. Dit heeft onder meer te maken met haar beperkte reikwijdte. Alleen gedragingen van de zich misdragende medeaandeelhouder als aandeelhouder (blokkering besluitvorming, stemgedrag) kunnen een geldige reden zijn voor diens uitstoting. Andere gedragingen, zoals het concurreren met de vennootschap en het gebruik van corporate opportunities, zal men met andere rechtsmiddelen moeten bestrijden. Denk aan een actie uit onrechtmatige daad of bestuurdersaansprakelijkheid. Het Voorontwerp stelt nu voor om die beperking op te heffen. Elk voor de vennootschap schadelijk gedrag van een aandeelhouder, in welke hoedanigheid dan ook, kan in de toekomst een geldige reden zijn voor diens gedwongen uitstoting.

Het belangrijkste voorstel tot aanpassing van het enquêterecht beoogt iets te doen aan de – betrekkelijke – machteloosheid van de Ondernemingskamer in situaties waarin blijkt van onjuist beleid of wanbeleid en de beste remedie zou zijn om de aandeelhouders maar definitief te scheiden. Een dergelijke voorziening kan de Ondernemingskamer echter niet treffen (artikel 2:56 BW). Wil de aandeelhouder dat bereiken, dan zal hij een nieuwe rechtsprocedure tot uitstoting, uittreding of overdracht van stemrecht moeten entameren bij de rechtbank, met hoger beroep bij… dezelfde Ondernemingskamer die reeds tot wanbeleid in het enquêterecht concludeerde.

Het Voorontwerp stelt thans voor om in zo’n situatie de aandeelhouder die om de enquête had verzocht, maar ook andere aandeelhouders in de vennootschap, de mogelijkheid te geven om aansluitend aan de enquête bij de Ondernemingskamer een vereenvoudigde geschillenprocedure aanhangig te maken. De Ondernemingskamer beslist dan in enige en hoogste feitelijke instantie. Deed de gedaagde partij eerder reeds een redelijk en onvoorwaardelijk onderhands bod tot overname van zijn aandelen, dan kan een vordering tot uittreding echter niet worden toegewezen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top