Verbodsrechten op film blijven bij producent

De auteursrechtelijke verbodsrechten op films blijven bij de filmproducent berusten en kunnen niet op voorhand worden overgedragen aan collectieve beheersorganisaties. Dat is de uitkomst van een langdurig geschil tussen Lira en Ziggo, dat op 2 oktober 2020 definitief door de Hoge Raad is beslist.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Verbodsrechten op film blijven bij producent
Beeld: Depositphotos

In de auteurswet ligt een ‘vermoeden van overdracht’ vast van alle verbodsrechten van individuele filmauteurs aan de producent van de film. De gedachten daarachter is dat het praktisch en wenselijk is dat alle verbodsrechten in één hand berusten, te weten bij de producent, zodat hij de film optimaal kan exploiteren. Van dat vermoeden van overdracht kan bij contract tussen de auteurs en de producent worden afgeweken. Dat gebeurt in de praktijk bijna nooit, omdat een producent dit begrijpelijkerwijs niet accepteert.

Collectieve beheersorganisaties van scenarioschrijvers (Lira) en regisseurs (Vevam) probeerden echter hun leden op voorhand bepaalde rechten op toekomstige films aan hen te laten overdragen om daarmee ‘downstream’ vergoedingen te vragen, met name van kabelexploitanten.

De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat dat niet kan (ECLI:NL:HR:2020:1548). Er kan niet met een overeenkomst op voorhand met een derde worden afgeweken van het wettelijk vermoeden van overdracht aan de filmproducent. “Een andere opvatting zou immers ertoe leiden dat de maker zonder toestemming van de producent zou kunnen verhinderen dat de exploitatierechten ter zake van zijn bijdrage aan het filmwerk bij de producent komen te berusten, en dat de maker aldus het doel van [het vermoeden van overdracht]  zou kunnen frustreren” (ov. 3.1.6).

Het is belangrijk dat die duidelijkheid nu is verschaft. Het was ook een beetje een achterhoedegevecht, omdat er nu al enkele jaren regelgeving is waardoor scenarioschrijvers en regisseurs in ruil voor die overdracht recht hebben op een ‘proportionele billijke vergoeding’ voor verschillende uitzendvormen, waaronder kabeldoorgifte, die alleen maar geïncasseerd mag worden door die collectieve beheersorganisaties. Daarom hebben deze organisaties die verbodsrechten helemaal niet nodig.

De belangrijkste discussie die nu wordt gevoerd is of die ‘proportionele billijke vergoeding’ die collectief geïncasseerd wordt ook verplicht moet gaan gelden voor video-on-demand. Dat is nu nog ‘vrijwillig’ op basis van een branche-afspraak, maar loopt niet echt soepel.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top