Straf(proces)recht

Zijn we er toch weer ingetuind

De afgelopen jaren is veel gesoebat over de wijze waarop het recht op bijstand door een raadsman tijdens het politieverhoor vorm zou krijgen. Op 1 maart 2017 is daarin duidelijkheid gekomen met de inwerkingtreding van een wetsvoorstel dat jarenlang als waardeloos concept op de plank heeft gelegen en dat in de tussentijd is aangepast op de fundamentele EU-Richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures (Richtlijn 2013/48/EU). Op de nieuwe regeling van de verhoorbijstand in de wet (Stb. 2016, 475) en de nadere vormgeving in het Besluit Inrichting en orde politieverhoor (Stb. 2017, 29) is veel af te dingen, omdat het aanwezigheidsrecht van de raadsman – traditiegetrouw – maar zuinigjes is opgetuigd, afgezet tegen de EU-Richtlijn en de jurisprudentie van het EHRM. Het is dan ook niet vreemd dat vanuit de strafrechtadvocatuur de pijlen vooral waren gericht op deze beperkte uitleg van fundamentele rechten in het Nederlandse strafprocesrecht.

Juist doordat die pijlen waren gericht op de inhoud heeft een ander onderwerp in het wetsvoorstel aan ieders aandacht kunnen ontglippen. En dat is, ondanks dat advocaten wel overweg kunnen met kleine lettertjes, vuil spel geweest. Door de advocatuur wordt namelijk al jaren met man en macht gestreden voor het behoud van redelijke mogelijkheden tot gefinancierde rechtsbijstand. Het resultaat tot nu toe was dat de meest drastische bezuinigingen steeds vooruit zijn geschoven. De bedoelde Maatregel Kostenverhaal, de wijziging van art. 43 lid 3 WRB, houdt echter in dat de verdachte die in voorlopige hechtenis is genomen alsnog na zijn veroordeling, indien hij op basis van zijn inkomen of vermogen geen recht zou hebben gehad op gefinancierde rechtsbijstand, aan de Raad voor Rechtsbijstand de volledige vergoeding die zijn toegevoegde raadsman heeft gekregen, dient terug te betalen. Ook indien die verdachte na jaren procederen berooid is achtergebleven, ook indien die verdachte in een complexe zaak met vele medeverdachten en verdenkingen slechts voor een ondergeschikt feit is veroordeeld. En de advocatuur dacht met het vertrek van minister Van der Steur na Opstelten en Teeven weer een slag in de bezuinigingsstrijd te hebben gewonnen. Blijkbaar geldt ook ten aanzien van die strijd dat je niet mag verslappen. Zijn we er toch weer ingetuind.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten en research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Recente vacatures

Recente vacatures