Zorgaanbieders zijn op grond van de wet om goede zorg aan te bieden (art. 2 en 3 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg). Wanneer de kwaliteit van zorg niet op orde is, kan de IGJ een aanwijzing geven (art. 27 Wkkgz, art. 15a Mandaatregeling VWS). Dat was bij twee recente kwesties het geval.
De eerste zaak betrof Villa Expert Care, een zorgaanbieder voor hoogspecialistische 24-uurs kinderverpleging. Begin 2026 heeft Villa Expert Care het besluit genomen om de zorg te beëindigen, hetgeen veel teweeg heeft gebracht en onder meer heeft geleid tot een Kamerdebat, een procedure door de cliëntenraad en aanwijzing van de IGJ waarmee de zorg op twee locaties verplicht moest worden beëindigd.
Onderdeel van die aanwijzing was ook dat betrokken partijen binnen 24 uur over de aanwijzing geïnformeerd moesten worden. Villa Expert betwistte niet dat niet was voldaan aan de verplichtingen van art. 2 en 3 Wkkgz, maar was van mening dat de context van belang is om de feiten op een juiste wijze te kunnen plaatsen, interpreteren en waarderen. Dit betoog heeft niet mogen baten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de wens om context op te nemen op zichzelf niet maakt dat sprake is van een evident te verstrekkend oordeel.
De tweede kwestie gaat over De Beuk Staete, een locatie waar cliënten verblijven met een verstandelijke beperking en/of psychische problematiek. De Beuk Staete moest op grond van een aanwijzing van 8 januari 2026 verbetermaatregelen nemen en mocht geen nieuwe cliënten meer aannemen. Omdat volgens de IGJ onvoldoende passende verbetermaatregelen waren genomen, is op 28 juli 2026 een nieuwe aanwijzing opgelegd. Die aanwijzing verplichtte om binnen vier weken de zorgverlening staken, de zorgverlening over te dragen en betrokken partijen te informeren.
Tijdens de voorlopige voorzieningenprocedure heeft De Beuk Staete erop gewezen dat het vinden van een andere zorgaanbieder binnen deze termijn onmogelijk is. Omdat wonen en zorg bij De Beuk Staete gescheiden zijn, zouden de cliënten er wel blijven wonen maar geen zorg meer ontvangen. De voorzieningenrechter achtte dit onwenselijk en oordeelde dat het belang van de cliënten bij het in stand laten van de huidige situatie zwaarder weegt dan het belang van de minister bij het op heel korte termijn uitvoeren van de aanwijzing.
De voorzieningenrechter betrekt daarbij dat het gaat om zeer kwetsbare patiënten met een grote zorgbehoefte voor wie de aanwijzing zou betekenen dat zij halsoverkop elders ondergebracht moeten worden, wat grote gevolgen kan hebben voor hun gezondheid en welzijn. Er is geen doordacht plan waarbij zij op een passende locatie geplaatst konden worden en een tijdelijke noodoplossing is geen wenselijk alternatief.
Kortom, de IGJ heeft weliswaar de mogelijkheid om via een aanwijzing te verplichten dat cliënten op zeer korte termijn moeten worden overgedragen, maar kan er daarbij niet aan voorbij gaan dat er wel voor alle cliënten passend vervolgaanbod moet zijn.
