Aanwezigheid van een verdachte ter zitting: een recht of een plicht?

Delen:

Vooralsnog is de aanwezigheid bij de zitting geen plicht voor de verdachte, maar als het aan minister Sander Dekker is zal dit straks wel het geval zijn. Er ligt een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer waarin een algehele aanwezigheidsplicht voor de verdachte wordt genoemd. Bij ernstige gewelds- en zedenzaken wordt het voor een verdachte verplicht om ter zitting te verschijnen.

In de Memorie van Toelichting noemt Sander Dekker als hoofdargumenten ‘het belang van slachtoffers om de verdachte in de ogen te kunnen kijken’, ‘een bijdrage leveren aan speciale preventie’ en de ‘openbaarheid en controleerbaarheid van de rechtspraak’. Het is volgens hem dus van belang dat een verdachte inzicht krijgt in de consequenties van het door hem gepleegde misdrijf. De vraag is in hoeverre dit kan worden gezien als een wenselijke ontwikkeling.

Aanwezigheid verdachte niet altijd gewenst

Zo benadrukte strafrechtadvocaat Plasman al een aantal jaar geleden (Het Parool, 29 april 2013) dat een verdachte onschuldig moet worden gehouden totdat het tegendeel is bewezen en dat de rechter de aanwezigheid van een verdachte slechts in uitzonderlijke situaties een verdachte mag verplichten. Op grond van artikel 278 lid 2 Sv kan een rechter de verdachte een bevel geven om aanwezig te zijn. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de tramschutter Gökmen T.  Zijn aanwezigheid in de rechtszaal bracht een verstoring in het strafproces teweeg zoals we die nog niet eerder gezien hebben. Niet alleen de rechters werden bespuugd, ook zijn eigen advocaat moest het ontgelden. Toen de slachtoffers en nabestaanden gebruik maakten van hun spreekrecht, werden zij uitgelachen. Hoe verschrikkelijk moet dit zijn geweest. In die zin zou dus gezegd kunnen worden dat het niet altijd even gewenst is om een verdachte aanwezig te hebben ter zitting.

Een ander punt waar minister Dekker aan voorbijgaat, is de situatie waarbij er eigenlijk helemaal geen behoefte is vanuit (nabestaanden van) het slachtoffer aan confrontatie met de verdachte in de rechtszaal. Denk hier bijvoorbeeld aan de zaak tegen Michael P., de verdachte in de zaak Anne Faber. De familie van Anne wilde gebruik maken van hun spreekrecht, zonder dat P. hierbij aanwezig was. De minister gaat hier in zijn argumentatie niet specifiek op in. Voor deze groep lijken de mogelijkheden om afwezigheid van de verdachte te verzoeken beperkt, nu de rechter dit alleen mag honoreren in uitzonderlijke omstandigheden.

Of deze verplichting ook daadwerkelijk komt, blijft nog de vraag. Door de coronacrisis is de behandeling van het wetsvoorstel uitgesteld tot na de zomer. Wordt vervolgd dus.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Donna Kleefsman. Zij schreef haar bachelorscriptie over het wetsvoorstel omtrent de aanwezigheidsplicht van verdachten in strafzaken.

 

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven