Het Einstein-effect: autoriteit boven inhoud

Kan een slecht juridisch betoog toch overtuigen? Je zou denken van niet, maar het Einstein-effect wijst in een andere richting.

Delen:

beeld: Depositphotos

“Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt…” Ik gebruik die zin regelmatig. Kennelijk ook in mijn privéleven, zo werd mij pijnlijk duidelijk toen mijn neefje me nadeed in een geïmproviseerde stand-up comedian act voor de familie. Steeds weer datzelfde zinnetje. Een ongemakkelijke constatering: blijkbaar doe ik dit vaker dan ik zelf doorheb.

Maar wat blijkt? Verwijzen naar wetenschappelijke bronnen is een bewezen beïnvloedingsstrategie en het heeft zelfs een naam: het Einstein-effect, wetenschappelijk geduid in een onderzoek van de UvA (2022). Onbedoeld heeft verwijzing naar een wetenschappelijke bron groot effect: iets klinkt geloofwaardig, omdat het wetenschappelijk is. 

Autoriteit boven inhoud

Onderzoekers legden duizenden proefpersonen uit verschillende landen betekenisloze, diepzinnig klinkende onzin voor. De ene uitspraak werd toegeschreven aan een wetenschapper, de andere aan een spirituele goeroe. De inhoud was even nietszeggend. Het verschil zat uitsluitend in de bron. De uitkomst: we vinden uitspraken geloofwaardiger zodra ze worden toegeschreven aan een wetenschapper, zelfs als het inhoudelijk complete onzin is. Plak er ‘wetenschappelijk onderzoek’ op en je wordt automatisch geloofd, omdat dit objectief, neutraal en betrouwbaar klinkt. 

Het Einstein-effect is een onbewust mechanisme. In de praktijk zijn wij irrationele wezens die zich laten beïnvloeden door onbewuste processen in ons brein, zoals de autoriteitsknop: als een wetenschapper het zegt, geloof ik het meteen. Zelfs als we het niet begrijpen. Zelfs als het onzin is. Niet de inhoud, maar de bron is doorslaggevend. Autoriteit wint het van de inhoud. 

Praktijkvoorbeelden

Een wollig deskundigenrapport van een hoogleraar wordt in veel gevallen sneller geloofd dan een helder rapport van een praktijkexpert. Niet vanwege de kwaliteit van het rapport, maar vanwege de titel hoogleraar en navenante wetenschappelijke geloofwaardigheid.

Wie tijdens een zitting verwijst naar “wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt…”, merkt in veel gevallen dat er ineens aandachtig wordt geluisterd. Zelfs als niet duidelijk is welk onderzoek je bedoelt en van wie, dan toch is de kans groot dat de betreffende verwijzing geloofwaardig wordt geacht door de wetenschappelijke saus die er overheen gaat.

Een bedrijfsjurist adviseert de directie over maatregelen tegen grensoverschrijdend gedrag.

Optie 1: “Ik denk dat preventieve maatregelen verstandig zijn.”

Optie 2: “Wetenschappelijk onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag laat zien dat preventieve maatregelen effectiever zijn dan repressieve sancties.”

Optie 2 wordt meer als extern bewijs gezien en minder als een ‘mening van legal’.

Onzin als de waarheid

Het gevaar van het Einstein-effect ligt voor de hand. Onzinnige beweringen kunnen als ‘de waarheid’ verkocht worden.  Studies die ten onrechte als wetenschappelijk worden betiteld, studies die eigenlijk marketingonderzoeken zijn, conclusies die helemaal niet volgen uit het betreffende wetenschappelijk onderzoek, verkeerde verbanden, clickbaits enzovoort. Door social media krijgen bepaalde claims ook nog eens sociale bewijskracht: als steeds meer mensen het geloven, zal het wel zo zijn. 

Sinds de coronacrisis staat de geloofwaardigheid van de wetenschap onder druk en is deze niet heilig meer. Werkt anderhalve meter afstand houden nou echt? Zijn coronavaccinaties veilig? Bij dergelijke vragen komt het er uiteindelijk op neer wie we vertrouwen en als de meest geloofwaardige autoriteit beschouwen. Dat kan ook een persoon of organisatie zijn met veel volgers op social media. Wie we als autoriteit beschouwen is misschien aan het veranderen, maar wat niet verandert is dat we een autoriteit geloven. Voor ons is dat misschien een hoogleraar, voor een puber Andrew Tate.  

De vraag is dus niet of je het Einstein- effect gebruikt; dat doe je onbewust al of je wordt er regelmatig slachtoffer van. De echte vraag is: hoe kun je het Einstein-effect bewust inzetten als beïnvloedingsstrategie? Als jurist betekent dat vooral je standpunten zoveel mogelijk staven met gezaghebbende bronnen die in de juridische werkomgeving als geloofwaardig worden beschouwd. Maar wie iets te veel in het wetenschappelijke glaasje kijkt en met een brei van artikelen en annotaties komt aanzetten, die niet aansluiten bij de casus, zal in veel gevallen toch weinig impact hebben. In die zin blijft een duidelijke koppeling tussen bron en jouw casus natuurlijk noodzakelijk.

 

Bronnen en literatuur
– Hoogeveen, S. et al (2022). The Einstein effect provides global evidence for scientific source credibility effects and the influence of religiosity.
– Cialdini, R.B. (2021). InvloedDe zeven geheimen van het overtuigen.
– Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven