Arbeidsinkomen en pensioen
Allereerst is van belang dat arbeidsinkomen en pensioen gewoon naast elkaar kunnen. Er zijn bijvoorbeeld nog veel premievrije pensioenen die vanaf 65 jaar uitkeren, terwijl de arbeidsovereenkomst gewoon doorloopt, normaliter tot AOW-datum op 67 jaar. Dit is geen probleem. Het pensioen mag echter ook worden uitgesteld tot uiterlijk vijf jaar na de (eigen) AOW-datum, zelfs als niet wordt doorgewerkt. En het pensioen mag vervroegd ingaan, vanaf tien jaar voor AOW-datum. Wel moet het pensioenreglement dit ondersteunen. Tot slot mag het pensioen ook in deeltijd ingaan.
Doorwerken
Doorwerken na AOW-datum gebeurt normaliter middels arbeidscontracten voor bepaalde tijd. Gedurende vier jaar mogen maar liefst zes tijdelijke contracten worden aangegaan. De loonbelasting bij ziekte is beperkt tot zes weken én er hoeft geen pensioenopbouw meer plaats te vinden. Dit mag fiscaal gezien wel, maar vaak is het niet mogelijk bij de uitvoerder en is er geen behoefte aan. De werkgeverspensioenpremie kan ‘uitonderhandeld’ worden in het loon.
Uitstel van pensioen
De werknemer moet vervolgens een keus maken of het pensioen wordt uitgesteld of naast het inkomen komt, met als gevolg een hogere belastingdruk, en wellicht impact op toeslagen/subsidies.
Van belang is hierbij dat op de ingangsdatum alle keuzes gemaakt moeten worden. Dus de keus voor een hoog/laag-pensioen − en vanaf 2029 een bedrag ineens, uitruil ouderdoms- en partnerpensioen én eventueel een vast pensioen of toch (deels) doorbeleggen. Dit geldt ook voor het deeltijdpensioen. Verder is van belang dat pensioen vervalt bij overlijden.
Als een werknemer bijvoorbeeld ook nog een bancaire lijfrente heeft, dan kan ‘beter’ het pensioen direct ingaan en de lijfrente, die ook als tijdelijke uitkering kan én wel vererft bij overlijden, pas later.
Financiële planning
Pensioencommunicatie is bedoeld als input voor persoonlijke financiële planning. Vaak zal een werknemer eerder dan de formele pensioendatum gaan parttimen, in combinatie met deeltijdpensioen, om vervolgens tot én na AOW-datum door te werken. Dit vergt dus goede financiële planning zowel met het oog op het gewenste/noodzakelijke inkomen als vanuit fiscaal perspectief. Hierbij spelen overige zaken zoals hypotheekrenteaftrek en eigen vermogen (en dus Box3-heffing) ook een belangrijke rol.
Ondernemers worden altijd geadviseerd om vijf jaar voor de beoogde verkoop van de onderneming met de voorbereidingen te starten. Voor werknemers moet dan het advies zijn om vanaf 60-62 jaar na te gaan denken over de gewenste invulling van arbeid en pensioen! En dat vervolgens met de werkgever te bespreken.
