Contractuele cessie- en verpandingsverboden

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het staat de schuldenaar en zijn schuldeiser vrij om af te spreken dat de schuldeiser zijn vorderingsrecht niet kan of mag overdragen (art. 3:83 lid 2 BW) of verpanden (art. 3:98 BW) aan een derde. De schuldenaar heeft daar baat bij, omdat hij zo controle houdt over wie zijn schuldeiser is. Voor de schuldeiser is dit echter nadelig, als hij zijn vordering wil gebruiken om financiering aan te trekken (denk aan factoring of verpanding aan de bank). Nu deze cessie- en verpandingsverboden veelal verstopt zitten in algemene voorwaarden en pas opduiken wanneer de nieuwe schuldeiser aanspraak maakt op betaling, wordt er in de praktijk nogal eens over deze bepalingen geprocedeerd. In dat verband heeft de Hoge Raad in 2003 (tot ontstemming van de financieringspraktijk) buiten twijfel gesteld dat een dergelijk verbod goederenrechtelijke werking kan hebben (HR 17 januari 2003, NJ 2004/281 (Oryx/Van Eesteren)). Is dat het geval, dan wordt de vordering onoverdraagbaar (of onverpandbaar) en kan geen geldige overdracht (of verpanding) tot stand komen. Contractspartijen kunnen er echter ook voor kiezen om hun verbod slechts verbintenisrechtelijke werking mee te geven, zodat overdracht of verpanding niet mag maar wel kan. De gevolgen van het verbod zijn dus een kwestie van uitleg. Tot voor kort werd aangenomen dat een cessieverbod in beginsel zo moet worden uitgelegd, dat het goederenrechtelijke werking heeft. Daarentegen overwoog de Hoge Raad op 21 maart 2014 dat een contractueel cessieverbod in beginsel wordt geacht slechts verbintenisrechtelijke werking te hebben (HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682, (Coface Finanz/Intergamma)). De Hoge Raad hanteert daarbij een objectieve uitlegmaatstaf, aangezien een dergelijk verbod de rechtspositie van derden raakt die de bedoeling van contractspartijen niet kennen (vgl. HR 20 februari 2004, NJ 2005/493 (DSM/Fox)). Kortom: aan een (groot) deel van de huidige generatie cessie- en verpandingsverboden zal op basis van uitleg slechts verbintenisrechtelijke werking toekomen. Opstellers van contracten en algemene voorwaarden doen er goed aan voortaan expliciet te maken of zij hun cessie- en verpandingsverboden goederenrechtelijke werking willen meegeven.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top