Advocatuur

De donkere kant van de voorzittersbeslissing

Foto: Pixabay

Wie een klacht tegen een advocaat indient, via de Deken van een Orde van Advocaten en nadien bij een Raad van Discipline – een tuchtrechtelijk college – kan onaangenaam worden verrast. Klachten worden in meer dan de helft van de gevallen opzij gezet door een zogenoemde voorzittersbeslissing, waarbij de klacht kennelijk ongegrond wordt verklaard.

Voorzittersbeslissing

De voorzitter van de Raad – in de praktijk een vicevoorzitter – kan, zonder mondelinge behandeling, besluiten een klacht kennelijk ongegrond te verklaren. Een verzetschrift hiertegen slaagt zelden. Het gaat om zeer veel gevallen. In een blog uit 2017 schreef een voormalig plaatsvervangend raadsgriffier: “De tuchtrechter houdt een voorselectie. Klachten die duidelijk niet gegrond zijn – en dat zijn er heel wat – worden afgevangen, en direct op een zijspoor gezet.” Geschat wordt dat meer dan de helft van alle klachten zo wordt afgedaan. Het blijkt dat het de griffier is die de ‘kennelijk ongegrond’ klachten selecteert en doorzendt naar een van de vicevoorzitters voor afhandeling. In het algemeen beslist deze, zonder veel onderzoek, conform. De uitspraak wordt geschreven door de griffier. Het betoog toont een standaard indeling. Op de klacht wordt niet ingegaan.

De beoordeling is lankmoedig tegenover de advocaat, weinig toeschietelijk tegenover de klager en leidt aldus moeiteloos tot de eindconclusie. De selectie door de griffier blijkt maatgevend. Nu één functionaris, de griffier, zo’n grote rol speelt bij de selectie, voorbereiding en afhandeling van deze klachten, zou eerder mogen worden gesproken van een griffiersbeslissing dan van een voorzittersbeslissing.

Gegrond en ongegrond

Uit door de Raden van 2012 tot 2017 op internet gepubliceerde jaarverslagen blijkt dat van in totaal rond 6500 klachten er 2200 gegrond werden verklaard en 4300, ofwel twee derde – met inbegrip van de voorzittersbeslissingen – ongegrond. Na gegrondverklaring van een klacht kunnen (straf)maatregelen worden opgelegd, variërend van gegrond – maar geen maatregel – via waarschuwing, berisping, voorwaardelijke en onvoorwaardelijke schorsing, tot schrapping. Uit de cijfers blijkt dat hoe zwaarder de maatregel is, des te minder klachten het betreft.

Ook bij de ongegrondverklaarde klachten is sprake van een vergelijkbare verdeling, waarbij slechts weinig klachten echt geheel ongegrond zijn en veel klachten net niet gegrond. Dat betekent dat zeker de helft van alle ongegrond verklaarde klachten zich in het midden bevindt. Bij deze klachten is op de advocaat wel veel aan te merken, maar net niet voldoende.

Ongegrond c.q. gegrondverklaring van een klacht is een subjectieve aangelegenheid. Dit vraagt om een verantwoord systeem van criteria, waaraan uitspraken kunnen worden getoetst. Uit gepubliceerde uitspraken kan het bestaan van zulk een systeem niet worden afgeleid.

Conclusie

Er is sprake van een dilemma. Hoewel overtuigd van de noodzaak slecht functionerende advocaten te corrigeren, wensen de Orden tegelijk weerstand te bieden aan een toenemende claimcultuur, om aangeklaagde advocaten zo veel mogelijk te beschermen tegen onevenredig zware uitspraken. Dat kan de positie van de klager nadelig beïnvloeden. De ervaring dat bij een normale behandeling veel klachten ongegrond werden verklaard, heeft geleid tot de huidige werkwijze: veel klachten al in een vroeg stadium op een zijspoor zetten. De gepubliceerde gegevens steunen echter het vermoeden dat deze aanpak is doorgeschoten en dat mogelijk te veel klachten ongegrond worden verklaard. Grotere zorgvuldigheid, meer waarborgen en ruimere aandacht voor de klager is wenselijk. Zo zouden door de griffier geselecteerde klachten moeten worden voorzien van een onafhankelijk advies. En tenslotte dienen duidelijke, gekwantificeerde criteria te worden ontwikkeld voor beslissingen over gegrond/ongegrond verklaringen, alsmede voor de vaststelling van (straf)maatregelen.

Lees hier de reactie van Tijn van Osch, voorzitter van de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden, op het opiniestuk van Henk Rang.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Avatar

Henk Rang

Henk Rang is chemicus en jurist. Hij zat tussen 1971 en 1977 voor D66 in de Eerste Kamer.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand