Toen ik werd uitgenodigd voor de uitreiking van het eerste exemplaar van Kind centraal, in recht en taal, wist ik niet wat ik moest verwachten. Het concept – acht duo’s van kinder- en jeugdrechters met kinderboekenschrijvers die uitspraken omvormen tot kindvriendelijke verhalen – intrigeerde. Maar kun je van vonnissen en beschikkingen een kindvriendelijk verhaal maken? Die vraag werd beantwoord toen Speak up boy van Bibi Dumon Tak werd voorgelezen.
Het verhaal van een zestienjarige jongen die wordt veroordeeld voor het medeplegen van een liquidatie. De feiten zijn verschrikkelijk en straf volgt onvermijdelijk. Frustrerend is dat hij zich in de hele zaak beroept op zijn zwijgrecht en geen enkele spijt toont. Toch lukt het om van dit keiharde een verhaal met een warm hart te maken. Over een jongen die stoer lijkt, maar onder zijn hoodie vooral eenzaamheid draagt: “Je bent pas zestien. En toch zou je zomaar achttien jaar kunnen krijgen en dan heb je aan het einde van de straf meer binnen dan buiten gezeten. Meer muren gezien dan sterren.”
Hierin schuilt de kracht van de bundel: de onwrikbare werkelijkheid van het recht aan de ene kant, en onbegrip en machteloosheid aan de andere. Waar de procedure kan verstikken, schept taal ruimte en zuurstof, en wordt het kind weer zichtbaar. In Speak up boy klinkt dat treffend door: “Dus praat, jongen. Zwijgen is een recht. Maar zwijgen geeft geen zuurstof. Het killt je vanbinnen. Dus speak up boy, en geef jezelf nieuwe lucht. Adem zuurstof in en adem woorden uit. Het hoeft niet vandaag, maar ik hoop voor jou dat er een morgen zal zijn. Die is maar één nacht bij je vandaan, alleen jij kan bepalen hoelang die nacht zal zijn.”
Een wereld van verdriet
Na die avond las ik de overige verhalen in etappes; anders zijn ze te indringend. Steeds stuitte ik op verdriet, eenzaamheid en gebroken kinderlevens achter rechterlijke beslissingen en het werk van professionals eromheen. Juist daarom is het warme verhaal onmisbaar: voor verwerking, perspectief en een compleet beeld. De bundel laat zien dat de letter van de wet geen eindpunt is, maar een context waarin taal, empathie en verbeelding kinderen weer stem en gezicht geven.
Zoals het verhaal van Jefferson (geschreven door Zindzi Zevenbergen): een zeventienjarige die een brief schrijft aan zijn vijftienjarige zelf waarin hij terugblikt op een periode van gesloten uithuisplaatsing. Zijn woorden zijn rauw, eerlijk en troostend tegelijk: “Ik weet niet zo goed wat ik moet schrijven, maar ik weet wel dat je het nu heel zwaar hebt. Het gaat helaas nog zwaarder worden. Daar kan ik niks aan doen. Ik wil tegen je zeggen dat je sterk moet blijven en dat ze je willen helpen, ook al voelt dat soms niet zo. En je hebt gelijk, je hoort thuis te wonen. Net zoals je hoort te lopen als je benen hebt. Maar papa en mama zijn gebroken, daarom kunnen ze je niet altijd dragen. Ze houden van je, echt waar. Maar je bent geblesseerd aan je ouders.
Het komt goed bro.”
Aanrader
Kind centraal, in recht en taal is een prachtig boek dat recht doet aan wat kinderen meemaken, zonder te verzachten wat hard is of te verharden wat zacht moet blijven. Het is toegankelijk, juridisch eerlijk en menselijk nabij. Voor iedereen in het jeugd- en familierecht: een absolute aanrader. Voor een warm hart.
Glenda Raap is advocaat-mediator en partner bij Cleerdin & Hamer advocaten en voorzitter van vFAS.
Kind centraal, in recht en taal is een uitgave van de Rechtspraak (hier te downloaden); met medewerking van kinderboekenschrijvers Bibi Dumon Tak, Simon van der Geest, Milouska Meulens, Lydia Rood, Jowi Schmitz, Janneke Schotveld, Jelmer Soes en Zindzi Zevenbergen.
5 sterren
Plus: Eerlijke verhalen met een warm hart over kinderen in juridische procedures
Min: Niet vrij verkrijgbaar in de boekwinkel
