EHRM says NO!

In 2021 zijn al vier schendingen aangenomen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ten aanzien van de Nederlandse praktijk van het motiveren van de voorlopige hechtenis en het afwijzen van getuigenverzoeken. Die schendingen komen niet uit de lucht vallen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
EHRM says NO

Het jaar 2021 kon wat de Nederlandse overheid en haar verantwoordelijkheid ten aanzien van het doen naleven van het EVRM niet slechter beginnen. Zowel ten aanzien van het motiveren van beslissingen in het kader van de voorlopige hechtenis als het motiveren van het afwijzen van getuigenverzoeken heeft het EHRM schendingen aangenomen. De correcties komen hard aan bij de rechtspraak, die ineens voor het blok wordt gesteld het beter te gaan doen dan de praktijk die al decennia lang aan de orde is. De schendingen komen overigens niet uit de lucht vallen. Er zijn al eerder beslissingen specifiek tegen Nederland op dezelfde onderwerpen aangenomen, maar tot op heden was dat voor de Hoge Raad blijkbaar niet genoeg om het over een andere boeg te gooien.

Op 19 januari 2021 was het raak in de zaak Keskin tegen Nederland. In deze zaak stond de kwestie centraal dat de verdachte zonder uitgebreide motivering had verzocht om de jegens hem belastende getuigen te mogen horen. Deze verzoeken waren afgewezen omdat volgens het gerechtshof de verdediging niet inzichtelijk had gemaakt waarom die getuigen zouden moeten worden gehoord en dat arrest had de Hoge Raad in stand gelaten. De verder ongemotiveerde afwijzing om de getuigen à charge te horen is opmerkelijk, juist omdat in de zaak Vidgen al een duidelijke schending door het EHRM was aangenomen ten aanzien van deze Nederlandse praktijk. Hoewel in Nederland het Keskin-spook al even rondwaarde in het post-Vidgen tijdperk, was blijkbaar een nieuwe schending nodig om nu echt de boel op scherp te zetten. Volgens Spronken reageert ons nationale rechtsstelsel op supranationale rechtspraak als een lichaam op een orgaantransplantatie: eerst afstoten en vervolgens zo goed en zo kwaad als het kan assimileren. Het blijft de vraag waarom in het Nederlandse strafproces ook door de Hoge Raad zo zuinig wordt omgegaan met deze jurisprudentie rond de schending van art. 6 EVRM, maar met deze nieuwe reprimande is duidelijk dat het verzoek om belastende getuigen te mogen horen al snel zal moeten worden toegekend.

Op 9 februari 2021 was het maar liefst driemaal raak in zaken die al wat langer op de plank lagen bij het EHRM, namelijk de zaken Nederland tegen Hasselbaink, Maassen en Zohlandt. In alle drie de zaken draaide het opnieuw om het gebrek aan motivering en dit keer ten aanzien van de voorlopige hechtenis, en daarmee om een schending van art. 5 lid 3 EVRM. Het ging steeds om verdachten die al in voorlopige hechtenis zaten, waarin de opvolgende zittingscombinaties niet of nauwelijks specifieke omstandigheden in hun schriftelijke beslissingen hadden opgenomen op grond waarvan die voorlopige hechtenis zou worden verlengd. Een veelgehoorde klacht tegen deze standaardpraktijk van de rechtbanken en gerechtshoven krijgt daarmee eindelijk ruggensteun van drie vastgestelde schendingen door het EHRM, al getuigt de praktijk tot op heden nog niet van extra moeite bij de rechtbanken om hun beslissingen te motiveren.

De EHRM-gifbeker was met de vier schendingen nog niet leeg. Deze week vond een herziening plaats door het gerechtshof Den Haagin een zaak waarin het EHRM eerder had geoordeeld dat Nederland het aanwezigheidsrecht had geschonden door de verdachte die destijds in het buitenland was gedetineerd niet bij de behandeling in hoger beroep aanwezig te laten zijn en de aanhoudingsverzoeken van de verdediging af te wijzen. De rechtbank en het gerechtshof te Amsterdam hadden de verdachte eerder nog veroordeeld voor diens betrokkenheid bij een ontvoering en zware mishandeling met de dood tot gevolg tot vier en een half respectievelijk acht jaar gevangenisstraf. Het gerechtshof kwam in herziening echter – dit keer in aanwezigheid van de verdediging – tot een vrijspraak voor die zwaarste feiten en veroordeelde de verdachte tot ‘slechts’ 23 maanden voor enkel zijn betrokkenheid bij een grote partij hasjiesj.

Laten de ontwikkelingen ten aanzien van de Nederlandse EVRM-schendingen in 2021 een begin zijn van een nieuwe lente waarin deze fundamentele rechten wat minder zuinig tegemoet worden getreden. Vooral op onderdelen waarover al jaren steen en been wordt geklaagd zijn dergelijke praktijken nu echt niet meer te negeren.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top