Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over het afwijzende besluit van het college van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden tegen de bevoorrading van een tuincentrum. De bewoner van de tegenover het tuincentrum gelegen woning had hierom verzocht vanwege (gestelde) overlast door het laden en lossen aan de noord- en westzijde van het tuincentrum. Volgens appellant is bij de vaststelling van het bestemmingsplan afgesproken dat het laden en lossen aan de andere kant (zuid- en oostzijde) van het tuincentrum zou plaatsvinden, een afspraak waarop hij stelt te mogen vertrouwen dat die wordt nagekomen.
Het college van B&W had in beroep verklaard dat het tuincentrum geen voorschrift overtreedt: het bestemmingsplan schrijft namelijk niet expliciet voor aan welke kant van het tuincentrum het laden en lossen moet plaatsvinden en het tuincentrum overschrijdt bovendien de geluidsnormen tussen 7.00 uur en 19.00 uur niet. In beroep had de rechtbank evenwel geoordeeld dat het college zorgvuldiger had moeten onderzoeken en afwegen of het gewekte vertrouwen moet worden nagekomen.
Naar het oordeel van de Afdeling is dit rechtsoordeel niet juist: handhavend optreden is volgens de Afdeling alleen mogelijk als een wettelijk voorschrift wordt overtreden (ECLI:NL:RVS:2026:5498). Omdat niet in geschil is dat de planregels van het bestemmingsplan niet verbieden om aan de zijde van de woning van appellant te laden en lossen, is in dit geval geen sprake van een overtreding. En zelfs als de juridisch niet bindende passage uit de nota van zienswijzen moet worden gelezen als een toezegging van het college, dan nog staat het in art. 5:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht neergelegde legaliteitsbeginsel − dat voorschrijft dat een bestuurlijke sanctie alleen wordt opgelegd als de overtreding bij of krachtens een aan de gedraging voorafgaand wettelijk voorschrift is omschreven − hieraan in de weg. De Afdeling concludeert dat in dit geval geen mogelijkheid bestaat om eventueel gewekt vertrouwen via handhavend optreden te honoreren.
Een voor juristen logische uitkomst, maar voor de betrokken bewoner mogelijk toch een verrassing. Hoe dat ook zij, terecht dat de Afdeling streng vasthoudt aan het legaliteitsvereiste. Mogelijk is het nog een optie voor de betrokken bewoner om civiel te procederen uit onrechtmatige daad tegen het tuincentrum. Anders resteert het aansturen op aanpassing van het bestemmingsplan, maar dat is geen sinecure.
