Het gevoel is vergelijkbaar met een bezoek van de politie en beschuldiging van het plegen van een strafbaar feit, terwijl je onschuldig bent. Je bank stuurt een brief met tientallen vragen over het betalingsverkeer op de rekening. De vragen moeten binnen tien dagen beantwoord worden. Doe je dat niet, dan wordt de rekening afgesloten. Na het geven van antwoorden volgen er nog vele rondes met tientallen vragen van de afdeling KYC. Geen naam, geen handtekening. Het is allemaal niet genoeg. Je wordt overgedragen aan de ‘afdeling offboarding’ of ‘bijzonder beheer’. Je zakelijke rekening wordt opgezegd, maar ook je privérekening en die van je partner. Maar ook de rekening van je kinderen als die geen nieuwe wettelijke vertegenwoordiger kunnen leveren. Een vertwijfelde moeder zei daarover: “Ik zal mijn kinderen wel op Marktplaats zetten.” Natuurlijk wordt ook de hypotheek opgezegd. Meteen tonnen betalen.
Basisrecht
Het gaat allemaal snel de verkeerde kant op en banken geven geen uitleg. Er wordt verwezen naar artikel 3 Wwft (er moet klantonderzoek worden gedaan) en artikel 5 Wwft: er mag geen zakelijke relatie worden aangegaan of voortgezet als het klantonderzoek of de monitoringsverplichting niet kan worden afgerond. Als de bank vindt dat dat het geval is, dan wordt de rekening gesloten. Er zijn geen regels of normen waaraan de inquisitie van de banken kan worden getoetst. Dit heeft direct consequenties voor de rekeninghouder, die vervolgens bij geen enkele andere bank meer terecht kan. Rechters lijken in te grijpen en verwijzen daarbij zelfs naar toekomstige wettelijke ontwikkelingen, te weten het basisrecht om over een zakelijke bankrekening te beschikken. We bespreken twee uitspraken waar de rechter de bank heeft verboden om de rekening te sluiten.
Rechtbank Midden-Nederland 25 maart 2026, zaaknummer C/16/594637/HA ZA 25-291 (nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl) – Rabobank
De rechtbank kon niet begrijpen waarom de bank zes vragenrondes nodig had voordat werd uitgelegd waar de bank naar op zoek was. De bank had sneller to the point moeten komen. Het onderzoek was daarom onzorgvuldig. Als alle vragen zijn beantwoord en het klantenonderzoek kan worden afgerond, heeft de bank geen opzegplicht, aldus de rechtbank. De opzeggingsbevoegdheid is niet onbegrensd. Er is een bancaire zorgplicht en een bijzondere civielrechtelijke zorgplicht die op banken rust in verband met hun maatschappelijke functie en deskundigheid. De bank moet ook rekening houden met haar klanten. De bank moet de klantrelatie voortzetten.
Bij de eerste vragenronde kunt u met een beroep op deze uitspraak vragen naar de concrete vermoedens van de bank of het doel dat met de vragen moet worden bereikt.
Kort geding Vzr Amsterdam 19 oktober 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:10265
De zaak Gazprom tegen ING. ING wilde van het Nederlandse Gazprom af omdat het banden heeft met het Russische Gazprom. ING vindt dat deze klant een risico vormt in verband met sanctie- en witwasrisico’s. Bovendien stelt ING reputatieschade te lijden.
De uitspraak lezende keken wij op van een wijziging van artikel 4:71k Wwft per 1 januari 2027, die ons niet bekend was. Dit bleek toch een vergissing van de rechtbank in de uitspraak. De Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme) wordt niet meer gewijzigd in aanloop naar de Europese Antiwitwasverordening AMLR op 10 juli 2027. De Wft (Wet op het financieel toezicht) wel.
Artikel 4:71k Wft wijzigt pas per 1 januari aanstaande en de rechtbank loopt daar in deze zaak op vooruit. Op grond van dit artikel mag een bank alleen onder bijzondere omstandigheden een basisrekening weigeren. Bijzondere omstandigheden zijn Wwft-risico’s of gepleegde strafbare feiten. Of omdat de klant nog een andere rekening heeft. Deze omstandigheden doen zich bij Gazprom niet voor en daarom mag de bank de bankrelatie niet beëindigen.
Menselijke maat
Langzaam maar zeker stellen rechters grenzen aan de handelwijze van banken. Het heeft wel wat weg van de Toeslagenaffaire. Op een gegeven moment wordt de menselijke maat weer belangrijk.
