Het recht op een raadsman bij het politieverhoor

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op de drempel van 2016 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen ten aanzien van het aanwezigheidsrecht van de raadsman bij het politieverhoor. Hoewel al enige tijd duidelijk is dat dit recht er zou komen, wordt in de praktijk tot op de dag van vandaag de raadsman doorgaans de toegang tot de verhoorruimte ontzegd.

Het gesteggel over het aanwezigheidsrecht stamt al uit de jaren zeventig. De behoefte bij de verdediging om het verhoor te kunnen controleren is er in de loop der tijd bepaald niet minder om geworden. Destijds werden als tegenargumenten aangevoerd dat het met aanwezigheidsrecht definitief onmogelijk zou worden de verdachte een verklaring te ontfutselen, en dat de universitair geschoolde en verbaal sterke raadsman al te gemakkelijk een overwicht zou hebben over de verhorende verbalisanten. Het aanwezigheidsrecht vormde zo een gevaar voor de waarheidsvinding, ervan uitgaande dat een stevig verhoor altijd de waarheid oplevert. Hoewel we inmiddels weten dat controle op het verhoor de waarheid juist dient, worden deze tegenargumenten van toen nog altijd aangevoerd.

Het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2015 scherpt de termijn waarin de verplichtingen van de Richtlijn PbEU L294 dienen te zijn doorgevoerd aanzienlijk aan: 1 maart 2016 in plaats van 27 november 2016. De omslag van de Hoge Raad lijkt te zijn ingegeven door pragmatisme. Eerder had namelijk AG Spronken in haar conclusie bij NJ 2014, 268 al aangegeven dat op grond van de Richtlijn en het ERHM-arrest Navone vs Monaco de huidige praktijk niet langer onbestraft kon blijven, welke conclusie de Hoge Raad toen niet volgde omdat het opstellen van zo’n ingrijpende regeling het takenpakket te buiten gaat. Het nieuwe arrest laat zien dat de Hoge Raad min of meer eieren voor zijn geld kiest. Afwezigheid van de raadsman hoeft niet per definitie te leiden tot bewijsuitsluiting en het is niet nodig prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie omtrent de ontstane patstelling, maar omdat de Hoge Raad voorziet dat het gemor alleen maar toe zal nemen, zet hij de wetgever “ervan uitgaande dat die zijn voorbereiding heeft getroffen” onder druk.

Minister Van der Steur heeft op 15 januari gereageerd op het arrest: het streven is een wettelijke regeling vóór ommekomst van de oorspronkelijke implementatietermijn en eerder is slechts haalbaar als beide Kamers “tegen deze bijzondere achtergrond medewerking verlenen”.

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top