Ikea en de Hema

Delen:

Laatst was ik een paar Ikea-tafeltjes in elkaar aan het zetten. Ooit gekocht uit een aanbieding, nooit in elkaar gezet maar me nu op tijd herinnerd dat die doos met die tafeltjes er nog was. Al schroevend bedacht ik dat de ontwerper van het tafeltje niet alleen de vorm en het materiaal bedacht moest hebben, maar ook een constructie die gemakkelijk door een leek als mijzelf met een klein sleuteltje in elkaar gezet moest kunnen worden. En dan moest het ding ook nog goedkoop te maken zijn. Perfect.

Ik herinnerde mij ineens die man van de zithoek. Hij had bij een lokale meubelzaak een zithoek  gekocht voor € 3.000,-. Hij vond dat de bank te snel van kleur verschoot, en wilde de koop ongedaan maken. De meubelzaak wilde daar niet aan meewerken. De man verdient net teveel voor gesubsidieerde rechtsbijstand. De meubelzaak is niet aangesloten bij een brancheorganisatie of bij De Geschillencommissie. De man wil naar de rechter en neemt een advocaat in de arm. De kosten (dagvaarding, advocaat, griffierecht, deskundige, betekening van het vonnis) kunnen oplopen tot zo’n € 2.200,-. Als de man wint, moet de meubelzaak daar het meeste van betalen. Als hij verliest moet hij ook de kosten van de meubelzaak betalen. In dat geval zijn de kosten iets meer dan € 3.000,-, even veel als de zithoek heeft gekost.

Wat ook bij mij boven kwam, was de reactie toen Ikea 35 jaar geleden (feest!) in Nederland werd geintroduceerd: een meewarig verhaal van de vormgevingsredacteur van een van de kwaliteitskranten, over die arme mensen die nu hun dagen zouden moeten gaan slijten in treurige interieurs vol wit spaanplaat. Het doet denken aan de reacties van het notariaat op de Hema-samenlevingscontracten en testamenten: daar heb je eigenlijk niks aan, eigenlijk is er altijd wel maatwerk nodig, aan standaardcontracten hebben die arme mensen toch eigenlijk niks.

Op zondag 10 november ging het in Buitenhof over de toegang tot het recht. Het gesprek begon met de staking van de strafrechtadvocaten, maar ging al snel over het veel ruimere onderwerp van de toegang tot het recht. Die toegang wordt doorgaans rechtstreeks geassocieerd met gesubsidieerde rechtsbijstand, maar in Buitenhof was de discussie gelukkig flink breder. Verschillende beelden kwamen in hoog tempo langs: moet het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand heroverwogen worden? Zijn de mensen eigenlijk wel zelfredzaam? Moet de regelgeving eenvoudiger? Maurits Barendrecht vertelde dat er “spectaculaire mogelijkheden” zijn om geschillen on line op te lossen. Bernard de Leest van de NOVA legde uit dat het vaak gaat om mensen die niet redzaam genoeg zijn om hun geschillen on line op te lossen. Maria van de Schepop van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak zei dat er natuurlijk toegang tot de rechter moet blijven. Het gezelschap stelde vast dat het niet OK is als de overheid zelf, met toevoegingsbeslissingen, ging bepalen wie er tegen de overheid mag procederen bij de rechter. Alsof dat iets nieuws is, volgens mij doen de Raden voor Rechtsbijstand al jaren niets anders – maar misschien begrijp ik het verkeerd.

De rechtspraak heeft geen monopolie op het oplossen van geschillen, al zegt Folkert Jensma in NRC van wel. De meeste geschillen worden opgelost door de partijen zelf, indien nodig met hulp van anderen. Alleen als onderlinge geschiloplossing helemaal niet lukt, en het probleem ernstig genoeg is, gaan mensen naar de rechter. Die heeft doorzettingsmacht, en dat is wel een monopolie van de overheidsrechter. De onderlinge geschilbeslechting werkt het best wanneer er een reële mogelijkheid bestaat om naar de rechter te gaan. Daarover verscheen net een interessant rapport van de OECD. Daaruit heel kort het volgende. De vraag naar rechtspraak – hoe vaak moeten mensen hun toevlucht nemen tot de rechter? – is In een goed bestuurd, ordelijk land doorgaans relatief laag. Aan de aanbodkant (dat is de rechtspleging) zorgen investeringen in IT, actieve zaaksturing door de rechter, en systematische statistieken voor kortere doorlooptijden. De productiviteit neemt door de investeringen in IT toe, vooral in landen met een hoog computeriseringsniveau. Volgens mijn eigen onderzoek is dat effect vooral toe te schrijven aan het gebruik van case management systemen. In samenhang daarmee: in landen waar de voorzitter van de rechtbank ruime managementbevoegdheden heeft duren procedures ook relatief kort.

Terug naar de man van de zithoek. Hoe kan hij het best, dus met een adequate oplossing die niet te veel kost, geholpen worden? Het ligt voor de hand dat het internet daar mogelijkheden voor biedt.  Met informatie, en met nieuwe communicatiemogelijkheden, zoals on line onderhandelen. De Rijdende Rechter (en niet: reizende rechter, Folkert Jensma) is vooral goed omdat die voorbeelden laat zien van geschillen, en hoe die worden opgelost. Bij de Rechtwijzer krijgt hij een advies waarmee hij kan proberen het geschil zelf op te lossen om een gang naar de rechter te voorkomen. Bij het Juridisch Loket krijgt hij informatie over het geldende recht. Hij kan niet naar De Geschillencommissie, want de meubelzaak is daar niet bij aangesloten. Bij de Burenrechter kan hij nog niet terecht. Wil zijn wederpartij helemaal niet meewerken, dan heeft hij de doorzettingsmacht van de rechter nodig. Hij kan zonder advocaat naar de kantonrechter, maar daar moet hij nu nog wel een deurwaarder voor inschakelen. Na de invoering van de nieuwe proceswetgeving in het KEI-programma is dat niet meer altijd nodig.

Als de meubelzaak inziet dat het hem ernst is, wil die misschien de zaak ook wel voorleggen aan de eKantonrechter. eKantonrechter is de digitale versie van de procedure van artikel 96 van het Wetboek van  Burgerlijke Rechtsvordering, waarmee partijen samen een geschil aan de kantonrechter voor kunnen leggen. Als onze zithoekman een rechtsbijstandsverzekering heeft, kan hij dat nu al. In 2014 komt er een versie waarin burgers zelf on line naar de eKantonrechter kunnen. In dat geval is de man in eerste instantie alleen iets meer dan € 200,- griffierecht kwijt. Daarvoor krijgt hij een zitting bij de rechter en een vonnis. Moet hij onverhoopt het vonnis laten betekenen, dan komen daar alleen nog de betekeningskosten van ongeveer € 75,- bij. De man van de zithoek bestaat trouwens niet, hij is het rekenvoorbeeld uit een rapport van het WODC over de kosten van een rechtszaak.

Zoals ik ook in mijn vorige blog al zei: rechtspraak moet eenvoudiger. Rechtspraak kan in veel gevallen ook eenvoudiger. Daar zijn Folkert Jensma en ik het gelukkig over eens.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven