John Morijn over rechtsstatelijke basiswaarden (en Feyenoord)

Mr. van de week is John Morijn, bijzonder hoogleraar recht en politiek in de internationale betrekkingen en universitair docent Europese mensenrechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds de verkiezingen van 22 november treedt hij als rechtsstaatkenner veelvuldig op in de media, waaronder The Economist.

Delen:

Met Adam Bodnar (inmiddels Poolse minister van Justitie) na zijn verkiezing als senator - 15 oktober 2023 (1)
Morijn (rechts) met Adam Bodnar (inmiddels de Poolse minister van Justitie) na zijn verkiezing als senator.

Onlangs werd u geciteerd in het Britse The Economist. Vorig jaar haalde uw oratie de kranten in Polen en Hongarije. Is het belangrijk dat wetenschappers van zich laten horen in de (internationale) media?
“Een wetenschapper moet in de eerste plaats grondig onderzoek doen en zich verdiepen in haar of zijn onderwerp. Ik ben al bijna 25 jaar bezig met de Europese rechtsstaat, in allerlei verschillende capaciteiten – wetenschapper, ambtenaar, diplomaat en sinds kort ook als reserveofficier bij het rule of law peloton van het Civiel- en Militair Interactie Commando van de Koninklijke Landmacht. Dit geeft ook aan dat voor mij wetenschap en praktijk al heel lang samenlopen. En als je wetenschappelijke kennis hebt opgedaan die maatschappelijk relevant is, of maatschappelijke kennis die wetenschappelijk van belang is, vind ik het een verantwoordelijkheid om dat bij elkaar te brengen. Optreden in de media is geen doel op zich, maar iets dat ik doe omdat ik er belang aan hecht mijn onderzoeksbevindingen zo breed en begrijpelijk mogelijk te delen.”

Uw werk richt zich doorgaans op verval in andere landen. Is het anders om nu ook de binnenlandse politiek te becommentariëren?
“Het voelt veel persoonlijker. Mijn hart klopte in mijn keel toen ik de exitpolls zag. De mensen die voor de PVV hebben gestemd zijn mijn buren, mijn mede-supporters bij Feyenoord, mensen met wie ik boodschappen doe, met wie ik vroeger op honkbal en handbal zat. Ik heb echter een heel groot deel van mijn opleiding genoten in het buitenland – een master Europees recht in Brugge, een mensenrechtenmaster in Venetië, een proefschrift in Florence – en heb ook op veel verschillende plekken in het buitenland gewerkt, op dit moment in de Verenigde Staten. Ik ben daardoor heel diep doordrongen geraakt van de wederzijdse afhankelijkheid in Europa, dat je altijd iets van anderen kan leren ook. Wellicht is het daarom wat makkelijker voor me geworden om ook als het gaat om Nederland een meer beschouwend en vergelijkend perspectief te hebben.”

Na de verkiezingszege van de PVV is er in het maatschappelijk debat veel aandacht voor de Grondwet en rechtsstatelijkheid. Is dat een goed of een slecht teken?
“Het is belangrijk om het belang van de Grondwet en rechtsstatelijkheid elke dag als het ware te herbevestigen. Het is geen vanzelfsprekendheid. Je moet daarom leren basiswaarden telkens opnieuw uit te leggen, en daarbij in te spelen op nieuwe kritieken of oude kritieken in nieuwe gedaanten. Deze verkiezingsuitslag geeft aan dat we dat werk sterk moeten verbeteren. Dat neemt niet weg dat ik me wel veel zorgen maak over de aanleiding van, en de manier waarop er nu over deze zaken wordt gesproken. Er wordt met een verontrustende luchtigheid gesproken over deze thematiek, alsof het ‘ook maar een idee’ of een soort keuzemenu is. Of dat het in Nederland allemaal niet zo’n vaart kán en zál lopen. Dat zie ik als zeer gevaarlijk en iets waar krachtig weerwoord op moet komen. Dat dachten mijn vrienden in Hongarije en Polen ook in 2011 en 2015. Elk land is anders, maar geen enkel land is immuun.”

Wat betekent de opmars van Euro-kritische partijen in verschillende lidstaten voor de EU?
“Dat we ons moeten opmaken voor de mogelijkheid van een veel krachtiger bundeling van deze partijen na de Europese Parlementsverkiezingen in juni 2024. Tot nu toe hebben die partijen wel erg van elkaar geleerd maar niet echt de Europese samenwerking gezocht. Ik denk en verwacht dat dat nu wel kan en zal gebeuren. Dat zou de dynamiek van Europese politiek erg kunnen veranderen.”

Uw vakgebied kent inherent een zekere abstractie. Hoe brengen we het, als juristen maar ook zeker als burgers, in praktijk?
“Ik besteed veel aandacht aan zaken zo concreet mogelijk uit te leggen. Dat doe ik door veel in contact te zijn met rechters, journalisten, mensen die voor het maatschappelijke middenveld werken en wetenschappers over heel Europa en daarbuiten. Daardoor heb ik een praktisch beeld van de samenhang van verschillende soorten druk op de rechtsstaat. Het helpt ook te leren je betoog op verschillende manieren te vertellen afhankelijk van je publiek. Een groep Nederlandse ondernemers is wellicht meer te raken met een verhaal vanuit het perspectief dat onafhankelijke en onpartijdige rechters nodig zijn voor veilig zakendoen in een ander land, terwijl een conferentie van Europese staatsrechtsgeleerden een wat andere insteek zou verwachten.”

Wilde u als kind al rechtsstaatprofessor worden?
“Ik heb altijd een zeer brede belangstelling gehad en droomde ervan dokter of architect te worden. Het mooiste cadeau dat ik ooit kreeg van mijn ouders, naast een fantastisch liefdevolle opvoeding, was een scholentest toen ik een jaar of 16 was. Daar kwam uit: “je hebt het ruimtelijk inzicht van een poffertje, dus architect ligt niet echt voor de hand. Je zou wellicht een prima dokter zijn. Maar wat voornamelijk opvalt is taligheid en uitdrukkingsvaardigheid. Waarom geen rechtenopleiding?”

Wie of wat is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?
“Twee mannen. Allereerst, in 2009 had ik het grote geluk om voor Ernst Hirsch Ballin te mogen werken aan de ontwikkeling van een visie op bescherming van de rechtsstaat tijdens zijn tijd als minister van justitie. Hij was de eerste die dit Europees agendeerde. Visionair. En hij sprak zich ook heel principieel uit tegen samenwerking met Wilders op het CDA-congres destijds. Ik heb ontzettend veel van zijn opstelling geleerd, en heb daar tot op de dag van vandaag niets dan diep respect voor.

Ten tweede, Adam Bodnar. Hij is inmiddels minister van justitie van Polen, iets dat tot kort voor de verkiezingen op 15 oktober heel ver weg leek. Ik leerde hem kennen toen hij daar ombudsman was. Hij heeft met persoonlijke moed en leiderschap de autocratisering van Polen helpen vertragen. Dit wordt vaak sterk onderschat, maar ik heb het zelf gezien: individuen maken een ontzettend groot verschil. Ik heb stukken met hem geschreven, we gaven samen les, en we waren kort samen lid van het Wetenschappelijk Comité van het EU Grondrechtenagentschap. Het emotioneert me oprecht, als ik dit zo opschrijf, dat iemand van zijn integriteit, visie en kunde in zo’n belangrijke Europese lidstaat op zo’n cruciale positie terecht is gekomen op dit moment.”

Wat doet u het liefst in uw vrije tijd?
“Hand in hand, kameraden – geen woorden maar daden” zingen in De Kuip, het enige echte voetbalstadion in Nederland.”

Als u het voor het zeggen had…
“Wordt Feyenoord alsnog kampioen.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven