Laura Peters over misdaadbestrijding door rechtsvergelijking

Mr. van de week is Laura Peters, universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Onlangs werd bekend dat zij in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum onderzoek gaat verrichten naar de Italiaanse bestrijding van maffiacriminaliteit.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ondermijnende criminaliteit staat helaas ook in Nederland al enige tijd hoog op de agenda. Zijn we inmiddels dermate afgegleden dat een vergelijking met de Italiaanse maffia valt te maken?
Ondermijnende criminaliteit is een veelomvattend begrip en datzelfde geldt voor het begrip Italiaanse maffia. Een gemene deler is dat het om potentieel zeer gewelddadige vormen van georganiseerde misdaad kan gaan die een enorme impact hebben op de samenleving en die op de economie en rechtsstaat een ondermijnend effect hebben. De recente ontwikkelingen in de Nederlandse georganiseerde criminaliteit geven daarbij wel aanleiding tot zorg. Bedreigingen en liquidaties van professionals die werkzaam zijn voor de rechtsstaat zoals advocaten, officieren van justitie en rechters, maar ook journalisten en burgemeesters zagen we niet eerder in die mate als in de afgelopen jaren. We zitten (gelukkig) nog niet op het niveau van Italië in de jaren ’90 (toen onder meer de magistraten Giovanni Falcone en Paolo Borsellino werden geliquideerd omwille van hun strijd tegen de maffia), maar vooral de liquidaties op Derk Wiersum en Peter R. de Vries werpen gerechtvaardigd de vraag op of we wat kunnen leren van het land dat de meeste ervaring heeft met deze excessieve vormen van misdaad en de bestrijding ervan, en waar die gewelddadige uitwassen nu minder voorkomen. 

U schreef eerder in dit kader over het Italiaanse leerstuk concorso esterno all’associazione mafiosa. Wat houdt dat in, en wat kunnen we er hier van leren?
De concorso esterno all’associazione mafiosa (ofwel ‘externe deelneming’) gaat – grof geschetst – over strafbare medeplichtigheid aan een maffiaorganisatie. Het gaat daarbij om mensen die geen zelf geen lid zijn van een criminele maffiaorganisatie, maar die wel allerlei hand- en spandiensten verrichten voor zo’n organisatie in ruil voor gunsten. In Italië gaat het bijvoorbeeld om corrupte ambtenaren die ervoor zorgen dat aanbestedingen bij maffiose bedrijven terechtkomen, en er zijn ook voorbeelden van rechters die ervoor zorgden dat in ruil voor een tegenprestatie iemand werd vrijgesproken. In Nederland zit het leerstuk van medeplichtigheid fundamenteel anders in elkaar, en heeft ons Openbaar Ministerie anders dan het Italiaanse geen plicht tot vervolging van alle strafbare feiten. Hier kiest het OM bij facilitators vaak voor een tuchtrechtelijke afdoening of strafvervolging wegens een ander delict. Het Italiaanse leerstuk laat echter zien dat je er ook voor zou kunnen kiezen om facilitators vaker via de constructie van medeplichtigheid aan een criminele organisatie te vervolgen. Die vergelijking werpt zo een ander licht op de keuzes die (kunnen) worden gemaakt in zowel ons vervolgingsbeleid, alsook in ons straftoemetingsbeleid.

Een binnenlands thema waar u zich mee bezighoudt, vormen de zogeheten vonnis- en procesafspraken. Over de toelaatbaarheid van procesafspraken – afspraken tussen OM en verdediging over de omvang en het verloop van de strafprocedure – laat de Hoge Raad zich binnenkort uit. Wat zou uw oordeel zijn?
Daar kan ik kort over zijn: exact datgene wat de Procureur-Generaal Bleichrodt in zijn conclusie van 14 juni 2022 verwoordt. Dat komt in het kort neer op: niet verbieden, maar juist nauwkeurig reguleren met een expliciete oproep aan de wetgever om actief aan de slag te gaan met adequate wetgeving. We kunnen daarbij inmiddels veel inspiratie opdoen uit het buitenland.

Dit jaar werd u door studenten aan de Groningse rechtenfaculteit verkozen tot docent van het jaar. Met het pistool op de borst: onderzoek of onderwijs?
Ik haal uit beide ontzettend veel energie, want ik vind het heerlijk om voor studenten te staan en met hen juridische thema’s te bespreken. Maar als ik echt een keuze moet maken wordt het onderzoek omdat ik dan zowel de gelegenheid heb mijn kennis te delen met een breed publiek, alsook een meer directe bijdrage kan leveren aan onze samenleving via publicaties en andere middelen.

U heeft de gewoonte om op ieder vakantieadres een rechtszitting bij te wonen. Welk buitenlands rechtssysteem gaat u deze zomer in actie zien?
Met deze temperaturen zit ik deze zomer even liever plaatselijk op het strand. Maar in het najaar ga ik weer rechtszittingen in Italië bijwonen en daar kijk ik enorm naar uit!

Wie of wat is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?
Dat zijn er twee. Ten eerste mijn promotor emeritus Prof. dr. Peter Tak. Hij is een van de grondleggers van de Nederlandse strafrechtsvergelijking. Hij heeft dezelfde wat vreemde afwijking als ik, namelijk het enorm geboeid zijn door de combinatie van buitenlandse strafsystemen, talen en culturen. Hij kan razendsnel diepgaande onderzoeken schrijven en dat vervolgens heel toegankelijk uiteenzetten voor een breed publiek. Ten tweede mijn broer Frederik Peters. Dat is een enorm innovatieve, deskundige en creatieve geest met veel humor. Hij is vijf jaar jonger maar ik leer altijd meer van hem dan omgekeerd.

Welk boek las u het laatst?
Ik ben Mafiopoli aan het lezen, van Sanne de Boer. Als ik in een nieuw onderzoek zit, dan dompel ik me helemaal onder. Ik luister naar de muziek van het land, en lees ook van alles over dat land in mijn vrije tijd.

Stel: u raakt iets te innig verstrengeld met uw onderzoeksobject. Met welke beroemdheid zou u een gevangeniscel willen delen?
Met Matteo Messina Denaro. Dat is een van de grootste maffiabazen en al jaren voortvluchtig. Ik zou wel willen weten hoe hij als mens aankijkt tegen de Cosa Nostra. Ik denk dat de kans klein is dat ik echt een antwoord zou krijgen, maar het zou in ieder geval prettig zijn als hij in de cel zit; hij is veroordeeld tot levenslang wegens zeer ernstige misdrijven.

Als u de touwtjes in handen had…
… dan zouden we veel meer en vaker onderzoek doen naar innovatieve ontwikkelingen in buitenlandse strafsystemen. We hebben in strafrechtelijk Nederland soms de neiging om wat achter de feiten aan te lopen omdat we denken dat we alles al goed voor elkaar hebben. Het werkt zeer verrijkend om die blik te verruimen en over de dijken te kijken. Daarmee kun je anticiperen op ontwikkelingen en ze vooraf goed inkaderen in plaats van achteraf ongewenste zaken te moeten repareren.

Benieuwd naar de studententijd van Laura Peters? Kijk hier.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Wageningen University & Research zoekt een

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top