Marc Loth over intergenerationele zorgplichten

Mr. van de week is Marc Loth, afzwaaiend hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University. Daar hield hij op 16 juni zijn afscheidsrede 'Stemmen door de tijd; over intergenerationele zorgplichten in het aansprakelijkheidsrecht'.

Delen:

U signaleert dat de burgerlijke rechter steeds vaker wordt gevraagd recht te doen aan zowel onze ‘nakomelingen’ (denk aan klimaat) als ‘voorouders’ (bijvoorbeeld in Nederlands-Indië). Zijn dat wel vergelijkbare situaties?
“Uitzonderingen daargelaten, zijn dit inderdaad gescheiden discussies. Toch hebben ze alles met elkaar te maken. De centrale stelling van mijn rede is dat het in beide gevallen draait om intergenerationele zorgplichten; wat zijn wij onze voorouders/nakomelingen verschuldigd? Ik onderzoek de voorwaarden waaronder we van dergelijke zorgplichten kunnen spreken en die zijn in de kern gelijkluidend voor toekomstige en vorige generaties. Maar ook vanuit de theorievorming over intergenerationele rechtvaardigheid is er een duidelijk verband. Het globale Noorden is rijk geworden door het koloniale verleden en zal daarom in de nabije toekomst een groter deel van de kosten van klimaatverandering kunnen en moeten dragen. Klimaatrechtvaardigheid is ondenkbaar zonder herstel van historische onrechtvaardigheid. Het is hoog tijd dat we dit verband onder ogen zien.”

Tijdens uw rede besprak u onder welke voorwaarden gesproken kan worden van zorgplichten ten opzichte van toekomstige en vorige generaties. Waar komen die op neer?
“Samengevat gaat het om drie voorwaarden. De eerste is dat er iemand opstaat die bevoegd is om de belangen van overleden voorouders of nog-niet-geboren nakomelingen te vertegenwoordigen (de eis van ontvankelijkheid). De tweede is dat een legitiem levensduuroverstijgend belang in het geding is dat bescherming verdient, zoals bijvoorbeeld het belang een leefbare wereld overgeleverd te krijgen (voor toekomstige generaties) of het belang van waarheidsvinding, rechtsherstel of eerherstel (voor vorige generaties). Ten slotte is vereist dat de algemene plicht om daarmee rekening te houden zich verdicht tot een concrete rechtsplicht van een verantwoordelijke debiteur. In deze laatste voorwaarde schuilt natuurlijk de crux. In mijn rede analyseer ik drie manieren waarop in de rechtspraak afdwingbare zorgplichten worden geconstrueerd (denk bijvoorbeeld aan de Urgenda- en Shell-uitspraak) en inventariseer ik enkele perspectieven voor de invulling van zorgplichten.” 

Wat vindt u ervan dat het privaatrecht, toch oorspronkelijk bedoeld voor burgers onderling, in toenemende mate wordt aangewend om juist de overheid aan haar verantwoordelijkheden te houden?
“Ik stel vast dat deze ontwikkeling zich voordoet en als wetenschapper ben ik geïnteresseerd in de oorzaken daarvan. De groei van algemeenbelangrechtspraak heeft onder meer te maken met veranderingen in onze rechtsorde (die meergelaagd is geworden) en in ons politieke bestel (de vertegenwoordigende democratie). Kennelijk is het bestaande systeem van ‘checks and balances’ niet meer toereikend en zoekt de burger aanvullende rechtsbescherming tegen de overheid bij de civiele rechter. De wet biedt daarvoor ook een handvat in de vorm van art. 3:305a BW. Voor wie dat ziet als een aanvulling op de democratie in plaats van een inbreuk daarop (dit is wel de ‘waakhondendemocratie’ genoemd) is de volgende vraag wat dit betekent voor de legitimiteit van de rechter. In Tilburg doen wij daarnaar onderzoek op dit moment.” 

Welk advies geeft u aan de komende generatie juristen?
“Ik ben daar voorzichtig in omdat ik niet weet of zij op mijn advies zitten te wachten. Dat zat ik vroeger zelf namelijk ook niet. Maar vooruit, geen ontwijkend antwoord! In het onderwijs heb ik geprobeerd om de studenten te stimuleren zich af te vragen: wat voor jurist wil ik zijn? Onze rechtsorde is complex en onze rechtspraktijk kent veel juridische beroepen, activiteiten en attitudes. Voor de beginnende jurist moet het wel een doolhof lijken. Daarin vind je alleen de weg wanneer je je afvraagt welke rol past bij de persoon die je bent. Ik zou beginnende juristen adviseren om daar van tijd tot tijd over na te denken, zodat je op een gereflecteerde manier je weg vindt. Dat maakt je niet alleen gelukkiger – denk ik zomaar – maar ook een betere jurist. De jurist die weet wat zij te zoeken heeft in de wereld van het recht heeft een kompas en vindt makkelijker en beter haar weg.” 

Raadsheer in de Hoge Raad, decaan aan de Rotterdamse universiteit, rechter op de Antillen, hoogleraar en nog veel meer: een rijke loopbaan. Waarop kijkt u – als u moet kiezen – met de meeste voldoening op terug?
“Ik vrees dat ik niet kan kiezen. Deze functies hebben mij allemaal iets anders gebracht in termen van persoonlijke ontwikkeling. Toch schuilt er meer continuïteit in dan op het eerste gezicht lijkt. Gaandeweg kwam ik erachter dat ik in al deze functies een dienaar van het recht en de rechtswetenschap ben geweest. Dat is toch wel de rode draad in mijn professionele bestaan. Soms dien je het recht door het te beoefenen, soms door erover te doceren en schrijven, en soms door anderen in staat te stellen dat te doen.”

Toen u in 2014 werd benoemd, vertelde u Mr. dat u er niet voor in de wieg bent gelegd om uw hele loopbaan hetzelfde te doen. Geldt datzelfde voor uw pensioen?
“Mr. heeft een goed geheugen! Ik hoop het wel. Als ‘oudere jongere’ voeg je daar onmiddellijk aan toe: zolang de gezondheid het toelaat. Onder die voorwaarde hoop ik nog een en ander te doen.”

Wat hoopt u dat studenten in ieder geval van uw colleges de afgelopen jaren hebben onthouden?
“Ik verwijs graag terug naar mijn antwoord op de vierde vraag. Ik heb daar in het vak Verdiepend Privaatrecht in Tilburg de nadruk op gelegd. Ik heb het privaatrecht niet als een abstract systeem willen doceren, maar als een doorleefde praktijk. Dan komt het ook aan op je morele competenties. Het recht is niet iets buiten jezelf. De manier waarop je het beoefent raakt aan je eigen keuzes.”

Wat is uw drijfveer als jurist?
“Mijn belangrijkste drijfveer is rechtvaardiger maatschappelijke en menselijke verhoudingen (waaronder nu dus ook: tussen generaties). Daartoe is het recht op aarde. Maar ik heb ook een intellectuele drijfveer. Ik vind het recht gewoon heel boeiend, om over na te denken, over te schrijven.”

Wat is niet over u bekend, dat wel interessant is?
“Pfff… dat ik de rechtenstudie destijds bloedstollend saai vond, en alleen dankzij de strenge vermaningen van mijn vader heb afgemaakt?”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven