Misbruik van machtspositie

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Bedrijven die over een machtpositie beschikken hebben de verantwoordelijkheid deze positie niet te misbruiken. Doen zij dit wel, dan lopen zij het risico op een boete van een nationale mededingingsautoriteit of de Europese Commissie. Ook bestaat de kans dat zij aansprakelijk worden gesteld voor geleden schade. Onlangs zijn twee uitspraken verschenen over de vraag wanneer discriminatie een vorm van misbruik betreft.

De eerste uitspraak betreft een vonnis van de rechtbank Amsterdam in een geschil tussen makelaarsvereniging VBO en woningsite Funda (onderdeel van makelaarsvereniging NVM) (ECLI:NL:RBAMS:2018:1654). Volgens VBO maakt Funda onder andere misbruik door huizen van bij VBO aangesloten makelaars achter te stellen in de ranking en door discriminerende tarieven te rekenen. De rechtbank stelde voorop dat toepassen van ongelijke voorwaarden op zichzelf niet is verboden. Van misbruik kan pas sprake zijn als de concurrentiepositie wordt aangetast. Volgens de rechtbank was dit niet aangetoond, omdat deskundigen hadden geconcludeerd dat de totale kosten voor een VBO- en een NVM-makelaar niet significant verschillen en er geen eenduidige aanwijzingen waren dat de achtergestelde ranking een concurrentienadeel opleverde.

De tweede uitspraak is een arrest van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2018:270) over een geschil tussen telecombedrijf MEO en GBA, de Portugese collectieve beheersorganisatie (CBO) over vermeende discriminerende tarieven voor het gebruik van auteursrechten. Ook het Hof stelt voorop dat het hanteren van verschillende prijzen niet genoeg is om van misbruik te spreken. Het gedrag van de dominante onderneming moet tot doel hebben de concurrentie te beperken, waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Het Hof betwijfelt of hieraan wordt voldaan, omdat de CBO zelf niet op de onderliggende markt actief is en er dus geen belang bij heeft handelspartners van de markt te verdrijven.

Beide uitspraken passen in de lijn van het Intel-arrest (ECLI:EU:C:2017:632) waarin het Hof heeft aangegeven dat een mededingingsautoriteit of nationale rechter (meer) naar de effecten van het gedrag van een dominante ondernemingen moet kijken.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top