Mr. van de week: Corien Prins

Delen:

Corien PrinsMr. van de week is Corien Prins. Zij is sinds dit jaar decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg voor een termijn van vier jaar. Zij volgt daarmee hoogleraar rechtsgeschiedenis Randall Lesaffer op. Prins is hoogleraar recht en informatisering en was van 1 januari 2008 tot afgelopen december raadslid bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Wat gaat u anders doen dan uw voorganger?

Ik zie geen concrete aanleiding om de dingen echt anders te doen, maar natuurlijk legt iedere decaan weer zijn of haar eigen accenten. Bovendien brengt iedere tijd nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo hebben alle universiteiten dit jaar zgn. prestatieafspraken gemaakt met het ministerie van OC&W. Over een aantal jaar zullen we daar allemaal op afgerekend worden en dat betekent bijvoorbeeld dat we flink werk moeten maken van het terugdringen van de studie-uitval. Daarnaast zie ik het als een belangrijke uitdaging dat we als gezamenlijke rechtenfaculteiten in Nederland veel duidelijk maken en uitdragen aan de hand van welke kwaliteitsindicatoren ons rechtswetenschappelijk onderzoek afgerekend moet worden. Een eenduidige opvatting daarover is van groot belang willen we voorkomen dat andere disciplines bij de beoordeling van onderzoeksaanvragen bepalen aan welke kwaliteitsmaatstaven wij hebben te voldoen.

Het uitvalpercentage van (eerstejaars)studenten is bij veel rechtenfaculteiten hoog. Heeft dat ook uw aandacht?

Ja, dat heeft zeker mijn aandacht. Voor een belangrijk deel moeten we daar natuurlijk zelf het nodige aan doen, bijvoorbeeld door inspirerend onderwijs van hoog niveau aan te bieden. En door variatie en uitdaging aan te brengen in de wijze waarop we de stof aanbieden. Belangrijk vind ik echter het ook dat studenten inzien dat ze vanaf dag één aan de bak moeten. Ik heb goede hoop dat de numerus fixus en daarmee de selectie-instrumenten waar we mee gaan werken studenten meer dan voorheen het gevoel geven dat je de rechtenstudie en daarmee ook het diploma niet zomaar in de schoot geworpen krijgt.

Voormalig algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten Willem Bekkers noemde de rechtenstudie ‘een van de simpelste studies’ en ‘flinterdun’. Wat vindt u daarvan?

Natuurlijk valt er, zoals ik al aangaf, nog wel een flinke slag te slaan. Maar de afgelopen jaren is er overal aan kwaliteitsverhoging gewerkt. Zo wordt bijvoorbeeld sterk ingezet op vaardighedentraining. In Tilburg hebben we veel slagen gemaakt met een verdere academisering van ons onderwijs, ook in de eerstejaarsvakken. En we starten a.s. september met een geheel nieuwe bacheloropleiding – Global Law – met een zeer internationaal georiënteerd en inhoudelijk ambitieus programma. Ik daag Bekkers dus uit om bij ons maar weer eens enkele tentamens te komen afleggen.

Bij de WRR leidt u het project Rechtspraak en transparantie waarbij u onderzoek doet naar de consequenties van meer transparantie van de rechterlijke macht. Kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten?

De afgelopen jaren is de rechterlijke macht herhaaldelijk uitgedaagd om meer van ‘zichzelf te laten zien’. Centraal in ons onderzoek staat de vraag in hoeverre de rechtspraak haar werkwijze en strategie moet aanpassen in het licht van deze ontwikkeling. Wat is, uit het oogpunt van transparantie, een gerechtvaardigde vraag vanuit de samenleving en waar begint een onwenselijke inmenging met de onafhankelijke positie van de rechtspraak? Tot op heden heeft de rechterlijke macht haar kaarten in hoofdzaak gezet op transparantie in de zin van meer zichtbaarheid en begrijpelijkheid. De vraag is of dat voldoende zal zijn. De studie die we op 17 januari presenteren en waarvoor we ook empirisch onderzoek onder zowel rechters als burgers hebben verricht, formuleert een agenda voor een debat over transparantie die meer omvat dan alleen zichtbaarheid en begrijpelijkheid.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?

Ik heb niet direct één hoogtepunt. Wel ervaar ik in mijn werk als hoogleraar de promotiedatum van mijn promovendi telkens weer als een hoogtepunt. Het is een bijzonder voorrecht om jonge juristen te mogen begeleiden in die eerste bijzondere jaren van hun rechtswetenschappelijke carrière.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

De krant. Vrijwel iedere dag kom ik berichten tegen die bij mij de vraag oproepen hoe het zit met de vele juridische vragen en consequenties die ik achter een soms heel klein bericht zie opdoemen. Maar nieuwsberichten prikkelen me soms ook tot nadenken over de normatieve dilemma’s die de grote en kleine dingen van alledag mee zich mee kunnen brengen. Je zou kunnen zeggen dat de krant me inspireert tot nadenken over de vraag hoe we met het recht het verschil kunnen maken.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

Wie mijn onderzoek kent zal niet verbaasd zijn dat artikel 10 van onze Grondwet virtueel op een bordje boven mijn bureau prijkt. Hoe ingewikkeld en vaak zelfs onmogelijk het ook is om in de huidige samenleving aan de essentie van dit artikel – het recht om met rust gelaten te worden – uitvoering te geven: naar mijn stellige mening komt aan deze fundamentele waarde ook nu nog wezenlijke betekenis toe. Het noodzaakt om telkens weer stil te staan bij vragen als: ‘wil ik deze informatie over mijzelf wel prijsgeven?’ Of andersom: ‘Vind ik het gepast om deze gegevens te verlangen?’ Recent is in de VS de discussie opgelaaid of een sollicitant tijdens de sollicitatieprocedure gevraagd mag worden het password van zijn facebook-account af te geven. Intuïtief zeggen de meesten van ons: volstrekt absurd om dat te vragen! Maar dat vonden we 5 jaar geleden ook van het googlen van sollicitanten. En nu blijkt de meerderheid van ons dit de gewoonste zaak van de wereld te vinden.

Welk wetsartikel het slechtst?

Om dan bij onze Grondwet te blijven: art. 13 Gw. Volstrekt verouderd, nu de bescherming zich nog steeds slechts uitstrekt tot enkel communicatie via brief, telefoon en telegraaf. Natuurlijk hebben we het EVRM achter de hand, maar wat betreft ons nationale recht bestaat respect voor digitale privécommunicatie op grondrechtelijke basis niet. Gelukkig werkt het kabinet aan een aanpassing. 

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

Ik heb geen vaste digitale stek. Veelal laat ik me leiden door berichten via Twitter en digitale nieuwsberichten uit binnen- en buitenland.

Welk boek las u het laatst?

‘Over de liefde’ van de vorig jaar te jong overleden Doeschka Meijsing. Prachtig beschreven troosteloosheid.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Met de voorzitter – Wayne LaPierre – van de Amerikaanse Nationaal Rifle Association. Zou die man echt niet op andere gedachten te brengen zijn?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Ministerie van Justitie en Veiligheid zoekt een

Scroll naar boven